Welkom  

   

Mijn Menu  

   

What's Up  

Geen evenementen
   

Wedstrijd  

Geen evenementen
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

Reisverhalen

Alle reisverhalen op een rij

Levkas. Meganisi. Het zijn namen die doen dromen. Zonnige foto’s met heerlijke ankerbaaien, helblauw water, taferelen van tussen vissen snorkelende mensen en gezellige bbq’s op het strand, schaars gekleed vrouwelijk schoon en lachende kinderen. Wij zijn duidelijk op het verkeerde moment hier aanbeland. Loodgrijze wolken pakken samen aan de horizon als we naar het Levkas-kanaal varen. Onder dat loden deken onze geplande ankerbaai.

De wind is gaan liggen en een flauw zonnetje doet haar best ons te doen geloven dat de ronkende namen hun reputatie terecht hebben verdiend. Het duurt lang eer ik doorheb hoe de ingang van het kanaal bereikt kan worden. Aanvankelijk zie ik enkel hard zand van het vaste land. Waar is de ingang? Waar is de draaibrug? Eindelijk wordt het duidelijk. Of toch niet. Wat doen al die rode boeien daar? Ze lijken willekeurig overboord gekieperd door een dronken Griek en ik kan dan ook geen patroon ontdekken. Ergens tussenin dan maar.

 

 

Voor de brug liggen enkele lokale vissersbootjes tegen de kade hun netten te schikken. Op de kant, aan de voet van het vervallen fort, ligt vergane glorie in de vorm van een houten gebroken romp en half dek. Alles straalt een enorme rust uit en het kwartiertje toertjesdraaien verveelt geen seconde. Het kanaal blijkt met momenten een pareltje te zijn. Prachtige natuur met honderden aalscholvers en zilverreigers, gammel opgetrokken visserhuisjes met afgepeigerde bootjes aan een steiger, moerassige oevers die overgaan in bewerkte velden omzoomd met herfstige bomen en dan plots een open stinkend stort, uitlopend in het water. Het contrast kan niet groter zijn.

 

 

Het begint te schemeren als we Meganisi bereiken en na een felle regenbui Ormos Kapali indraaien. Het is zoeken naar een ankerplek. De Heikell-pilot geeft goede houdkracht eens het anker zich door het zeegras en wier heeft weten te graven. We proberen het twee keer en falen jammerlijk. De bodem is niet te zien en onze Rocna haalt telkens als een schup 20kg zeegras mee omhoog. Bovendien is het meer dan 10m diep tot vlak bij de kant. Met de donkere regenwolken boven ons hoofd hebben we het graag wat vaster dan gewoon voldoende… In een andere inham ontdekken wij een kleine steiger onderaan een vakantiehuis, helaas enkel geschikt om met een bijbootje aan te leggen. Gelukkig blijkt het hier minder diep en vooral zonder zeegras. Het anker graaft zich netjes in en omdat we zo dicht bij de kant liggen, maken wij achter een lijn vast aan een oude olijfboom.

 

 

Het worden twee regendagen. Een verkenningstocht maakt duidelijk dat Meganisi resoluut kiest voor het geld; bulldozers schrapen wegen als littekens door eeuwenoude olijfgaarden en vakantiewoningen krijgen de kans het landschap voorgoed te vernielen. Laten we hopen dat het niet zo’n vaart loopt nu het land in een diepe crisis zit.

Tijdens het avondeten worden wij vol getroffen door een katabatische wind die fluitend door het want de boot stevig opzij zet. De ankerketting spant zich met een ruk snaarstrak en dan voel ik dat we aan de grond zitten. Dat kan alleen maar met het roer zijn… Een halfuurtje later is alles weer muisstil, geen zuchtje wind. Met wat kunst en vliegwerk brengen we nog een lijn uit, helemaal naar de andere kant, en maken vast aan een jonge eik. Onderwater ziet het tipje van het roer spierwit. Daar is de antifouling afgeschuurd en komt de epoxy piepen. Later blijkt dat er amper een kras opgekomen is. Ik ben blij het roer bij het begin van onze reis stevig onderhanden te hebben genomen!

’s Morgens vroeg horen wij het tuffende geluid van een vissersboot. Een lijn achter zich aanslepend, hoopt een grijsaard in zijn kleine drijvende sloep wat te vangen. Het blijkt octopus te zijn. Eenmaal de buit binnen, draait hij de kop binnenstebuiten en begint minutenlang met het dier op de rand van zijn boot te kloppen. Als hij eindelijk overtuigd is dat het vlees nu wel mals zal zijn, zet hij onverstoorbaar zijn weg voort. Een wandeling door eeuwenoude olijfgaarden, een grijze visser… meer valt hier voor ons niet te beleven en we zijn dan ook blij als eindelijk de zon weer doorbreekt.

 

 

We zetten koers naar het amper 25 mijl verder gelegen Nisis Petalas, een hoog rotsig eiland omgeven door drijvende viskwekerijen. Het is volstrekt windstil. Onderweg bakt onze dochter een brood terwijl ik in bloot bovenlijf puffend van de warmte onze weg zoek tussen de tientallen eilandjes. De ankerbaai is ruim en de bodem loopt zeer langzaam op zodat wij ver kunnen doorvaren en uiteindelijk in amper 3m water ons anker in het zand laten vallen.

 

 

De rust overvalt ons. De omgeving is prachtig, het oliegladde water diepblauw en het eiland lijkt oninneembaar met vijandig uitziende rotsen en stekelige planten. We zijn reeds gespot door enkele wilde geiten die ons nieuwsgierig en verbaasd opnemen. Tijdens een moeilijke ruige wandeling, na een niet zonder schram of stoot landing met de bijboot, komen wij tot onze verwondering een landschildpad tegen! Die hadden wij hier niet verwacht! Spontaan krijgt zij groot respect dat ze in deze moeilijk toegankelijke omgeving rond kan lopen.

Het wordt een onvoorstelbaar stille en donkere nacht. Eindelijk zien we nog eens een échte sterrenhemel met felle melkweg.

 

 

Het laatste internetweerbericht is ondertussen een dag of vijf oud. Aangezien het half december is, kunnen we niet rekenen op vast of voorspelbaar weer. Tijd om meer bewoonde oorden op te zoeken. Killini lijkt een drukkere ferryhaven, dus dat valt af. Verder naar het zuiden ligt Katakolon, een weinig aantrekkelijke haven in een al even weinig aantrekkelijke omgeving, maar wel een goede tussenstop op weg naar Pilos. Het zal een langere tocht worden van 55 mijl zodat we vroeg moeten vertrekken willen we niet in het pikdonker aankomen.

Zon en wolken wisselen elkaar in hoog tempo af. De wind neemt toe en zit pal tegen. Motorzeilend komen we in het donker aan. We zijn moe en hebben het fris. In plaats van in de marina te gaan liggen, leggen we aan op de plaats voor cruiseschepen. Niet veel later staat er een man naast de boot. Daar gaan we het hebben, denk ik nog, maar deze persoon kijkt eens over zijn linkerschouder, dan over zijn rechter en biedt ons mandarijnen, wijn, confituur en weet ik wat allemaal te koop aan. Nu goed, doe maar de mandarijnen en de wijn, dat gaat er altijd wel in. Het zal ons berouwen. De wijn is van het kaliber om meteen als vinaigrette te gebruiken en de mandarijnen lijken in zeven haasten uit iemands tuin te zijn geplukt en zijn gekneusd en deels reeds gepeld. Mijn vrouw is erg ontgoocheld, ik kan er de lol wel van inzien. Laten we het maar als ontwikkelingshulp beschouwen.

Rondwandelend over de kade en door het dorp is er niets dat ons kan bekoren. Toch zou het hier in de zomermaanden druk zijn aan het strand. Nu ja, vroeg in bed, want ook morgen staat 55 mijl op het programma.

Bij het buitenvaren gaat het al wat mis; gewoon tijdens het binnenhalen van de fenders voelt mijn vrouw zeeziekte opkomen. Ze zit de rest van de trip wat sip in de kuip en heeft niet veel fut. Net nu het weer niet wil meewerken: het is grijs en kil, er staat een goede 24 knopen wind en de twee meter hoge deining van opzij is niet in verhouding tot de windkracht. Het wordt sturen op de hand. Een saaie vermoeiende dag waarbij we rollen, steunen en kreunen. Bij het ronden van een eilandje gok ik verkeerd en kies de kant waar hogere deining blijkt te staan. Het wordt er niet comfortabelere op. Net als vrouw en dochter zeggen dat het niet leuk meer is, zie ik een vliegende vis uit de golven opstijgen en na een duikvlucht van enkele meters verdwijnen in het bruisende nat. Mijn laaiend enthousiasme kan ik niet overbrengen op mijn bemanning.

 

 

En daar blijft het niet bij… In de pilot heb ik gelezen en op de kaart heb ik gezien dat bij het aanvaren van Pilos een ruïne van een fort aan de rechterkant op een heuvel staat. Als wij eindelijk een fort in het zicht krijgen, verleg ik onze koers. De wind is nog wat toegenomen tot een vlagerige 30 knopen, het is grijs en nevelig en ik ben blij als de deining achterop komt. We surfen snel op ons doel af en likkebaarden bij de gedachten aan een aperitiefje. Nog even en het is voorbij.

Naarmate we dichter komen, zie ik de golven voor de haveningang hoger worden en het schuimen van de branding toenemen. Snel overloop ik de aanwijzingen uit de pilot, overdenk ik de kaart, bekijk ik het fort op de rechter heuvel. Alles lijkt te kloppen. Mijn hersenen schreeuwen echter dat wij hier niet naar binnen gaan!

“Schattie, wil jij binnen op de plotter eens kijken waar we juist zitten? Let goed op het fort aan de rechterkant van de haven”. Met de moed der wanhoop daalt mijn vrouw de kajuit in om half misselijk naar die plotter te kijken. Als ze wittekes terug in de kuip neerzijgt en net niet overgeeft, zegt ze: “Ik kon het niet goed zien, maar ik denk dat we goed zitten…”

“Heb je de ruïne op de kaart gezien?”

“Ja, ik denk het wel, er was een ruïne.”

We varen nog wat in dezelfde richting tot ik het niet langer kan uithouden en haar met enkele instructies even het roer laat overnemen. Ik duik naar beneden, druk snel “zoek schip” op de plotter en merk dat wij de zeer kleine en zeer ondiepe baai aansturen die net voor de haveningang van Pilos ligt. Prachtig ankerplekje bij goed en weer met mooi zicht op de ruïnes, maar nu met metershoge branding een zekere stranding en vernieling van ons bootje! Net iets verderop de haveningang van Pilos, met ruïne en al netjes aan de rechterkant. “Godver…” Snel neem ik het roer over en verleg de koers negentig graden. Deining dreunt weer opzij. Schijnbare wind neemt plots toe. We zitten al veel te dicht bij de rotsige kust waarop de deining zich te pletter loopt en een spectaculair schouwspel toont van schuimen, bruisen en spuiten. Ik stuur hoger aan de wind om afstand te nemen, trim nauwgezet de zeilen en vloek hartsgrondig over mijn fout. Wie stuurt nu een zeeziek bemanningslid om de positie te checken? Waarom heb ik geen waypoint ingesteld op de haveningang? Nu ja, dit doe ik eigenlijk nooit… Waarom heb ik beide ruïnes niet opgemerkt dan? Ik herinner gelezen te hebben over de ankerbaai, hoe mooi het is en wat een prachtig strand verborgen ligt achter de smalle ingang.

Het worden 2 pittige mijlen waarbij zoals het hoort een andere ruïne van een ander fort opduikt aan de rechterkant van de haveningang. De deining loopt recht naar binnen, hoge golven rollen snel achter elkaar en botsen op de nauwe doorgang om zo verwarrende zijwaartse rimpelingen te maken. Het wordt gijpen net voor het binnendraaien. Het zeil is reeds gereefd. Ik zet de motor in stand-by. Even is er een kriebeling in de buik als we worden opgetild, maar het moment van gijpen is goed gekozen en zonder verdere problemen zeilen we de grote en erg beschutte Navarinou-baai binnen. Golven en deining worden plots minder. Bekaf draaien we de haven in om te worden verwelkomd door een wirwar aan kleine vissersbootjes, achtergelaten wereldzeilers en onderkomen plezierjachten. Er is niet veel plaats over. Of er lopen zoveel lijnen onder water dat we het niet riskeren om aan te leggen. Frank kiezen we een plek achter een grote vissersboot, tegen een ruwe betonnen kade met roestige bolders. Niet veel later is het donker en kruipen we moe in onze bedjes. Van aperitieven is niet veel in huis gekomen.

 

 

’s Morgens kijken we eens goed rond en trachten te ontdekken waar de Europese subsidies van ettelijke honderdduizenden euro’s naartoe zijn gegaan. Volgens de pilot is de haven in 2007 volledig vernieuwd en zou het voorzien worden van alle moderne gemakken. Verder dan een betonnen kade zijn ze blijkbaar niet geraakt. Een aanzet tot havenkantoor met roestig uitstekende betonijzers staat er beklad bij, terwijl om de twintig meter voorzieningen zijn getroffen voor water en elektriciteit. Een aansluiting hebben ze echter nooit gekregen, een stopcontact is nooit gemonteerd, de tellers staan na al die jaren nog steeds op nul. Wat ooit mooie bolders waren, zijn nu weggeroeste stompjes. Inventief als de Grieken zijn, hebben ze hier en daar gaten door de betonnen steiger gekapt om de wapening bloot te leggen en daaraan hun schamel bootje vast te leggen. Een lekkend olievat verliest langzaam zijn inhoud in het havenwater.

 

 

Het is de zoveelste keer dat wij geconfronteerd worden met de weggegooide Europese miljoenen. In Italië leek elke haven wel iets gekregen te hebben. Geen idee waarin het geïnvesteerd is. En ook vele Griekse havens pronken fier met hun blauw Europees plaatje om de geldstroom in de kijker te zetten. Spijtig genoeg is alleen het plaatje zichtbaar…

We vinden een waterkraan aan de openbare toiletten een kleine honderd meter verderop en sleuren af en aan met bidons. We worden vriendelijk en geamuseerd gadegeslagen en met een heel open houding ontvangen. Grieken zijn verzot op honden en ook onze kleine dochter met haar blonde kopje doet menig harten smelten. Wij voelen ons dan ook meteen thuis.

Tijdens een verkenningstocht komen we het bureau van de Port Police tegen; de deur is gesloten en wijselijk kijken we niet naar de openingsuren. Als wij twee dagen later het enige elektriciteits- en waterpunt in de haven zelf ontdekken, blijkt dit uiteraard juist aan de patrouilleboot van de Port Police te zijn. We gaan vanaf dan vrolijk daar water halen en zeggen vriendelijk goedendag als ze lui opkijken. Ze laten ons gedurende het hele verblijf, dat door uiterst slecht weer tien dagen zal duren, met rust. Zo hebben wij het graag. En zij blijkbaar ook.

 

 

Pilos kruipt tegen een heuvel op aan de mooie natuurlijke haven Ormos Navarinou en is omgeven door een ruig landschap en lage kust. Vooral het indraaien van deze baai is met de spectaculair uitgesleten puntige rotsen en rotsbogen een verademing na het deinen op zee en reden tot verwondering.

 

 

Het sympathieke stadje zelf is gebouwd rond een groot vierkant plein, omringd met taverna’s en kleine winkeltjes en omzoomd door schaduwgevende bomen waaronder steeds wat te beleven valt. Hier en daar een gedenksteen en een kanon om de onafhankelijkheidszeeslag tegen de Turken niet te vergeten. Een groot fort, ooit gebouwd door de Venetianen en in de 15de eeuw verder uitvergroot door de Turken, kleeft tegen de westelijke oever. Centraal hierin een kleine moskee die onder andere invloeden op haar beurt een kerk diende te worden. Als we voor de poort wat naar binnen staan te gluren, worden we gewenkt door mensen aan een loket. “Loop maar door. Nee, je moet nu niet betalen, het is winter, normaal zijn we gesloten. En ja, de hond mag gerust mee naar binnen. Het museum is wel dicht.” De zachtjes vallende regen past perfect bij de sfeer. De moskee staat in de steigers, en wij vermoeden dat dit nog wel enkele jaren zo zal blijven, maar grote stukken van het fort zijn zeer goed bewaard gebleven en de omvang maakt behoorlijk wat indruk op ons. Op de terugweg ontdekken we een weinig bij de tijds speeltuigje, maar dat kan de pret niet bederven. Beroepshalve vraagt mijn vrouw zich af hoe het met de veiligheidsvoorschriften zit.

 

 

Het weer wordt met de dag slechter. “Hotel Philip” heeft een onbeveiligde wifi waar we aan boord dankbaar gebruik van maken. De binnengehaalde weerkaarten doen ons gruwelen. Meer dan 5m hoge golven beuken buiten tegen de rotsen. De deining is tot hier te voelen, de windvlagen doen de boot hellen en de zware donkere onweerswolken doen de toch al korte dagen nog korter lijken.

 

 

Die avond zinkt een kleine boot en hangt 's morgens mistroostig aan een lijn nog net met de boeg boven water. We zijn blij met de blazende kachel, knutselen kerstkaartjes en –versiering, kruipen gezellig onder een deken en maken veel schoolwerk met onze zesjarige. Het is heerlijk om haar te leren lezen en cijferen, te zien worstelen met letters en getallen, voldaan te zien glunderen als het lukt. Momenten om te koesteren!

Tijdens het uitlaten van de hond merk ik een kleine blauwe zeilboot die ruw tegen de betonnen kade ligt te bonken. Ik verhang de fenders en knoop de meerlijnen anders. Iemand op een brommer spreekt mij aan en wil weten wat ik doe en of het mijn boot is. Met handen en voeten leg ik uit wat er gebeurd is. Hmhm, hij kijkt bedenkelijk, zoekt woorden die hij niet vindt en zegt dan: “you see man boat, you tell come to Port Police.” Uiteraard beloof ik plechtig dit te zullen doen, ondertussen de bedenking makend dat wijzelf nog niet naar de Port Police geweest zijn. Ze laten ons met rust en dit kleine opdondertje zou zich moeten melden? Komt het door de kerstsfeer? Of het idee dat een eenvoudig gezin met jong kind en dito hond in dit vuile weer op pad is? We wekken sympathie, worden geregeld aangesproken of toegelachen, bekeken en becommentarieerd.

’s Morgens worden we gewekt door een hels kabaal. Suffend onder de dekens kan ik het niet thuisbrengen. Mijn vrouw, altijd wat nieuwsgieriger, kruipt vanonder de wol, kijkt door het luik naar buiten en roept enthousiast dat we moeten komen zien. Honderdduizenden spreeuwen vliegen in één grote turbulentie schijnbaar kriskras door elkaar, vormen een donkere verticale wolkenzuil hoog de lucht in en schieten dan en masse tussen de masten naar beneden om luid kwetterend, klikkend en fluitend te verdwijnen tussen de huizen. Geweldig!

 

 

In onze pyjama met onze slaapkopjes worden we lachend gadegeslagen door een oude Griek. Elke dag komt hij naar zijn grote houten vissersboot om de pompen aan te zetten die de boot behoeden voor afzinken. “Krio krio”, lacht hij, ondertussen zijn armen om zijn lijf slagend om aan te tonen dat het koud is. We zwaaien en duiken snel de warme kajuit in.

De dagen gaan gezapig voorbij, zoals het in een kerstvakantie hoort te gaan. Onze boot is versierd met vlaggetjes, overal staan kerstbomen en een fanfare verkleed als kerstmannen loopt luid blazend door de straten. Welke winkel wij ook binnengaan, overal krijgen wij extra’s in de vorm van heerlijke koekjes. Wat een lieve mensen toch! Zo komen we een keer bij een slager terecht in een achterafstraatje. Een zeer kleine slagerij, amper vier bij vier, met een mini toogje waarin enkele stukken vlees liggen. Centraal in de slagerij een groot massief rond kapblok. Achteraan een oude man en vrouw, verbaasd dat er toeristen zijn. Zij staan er wat verlegen bij, wij kijken geïnteresseerd rond, zoeken naar vlees dat er herkenbaar uitziet en vragen dan: “Arnaki?” Brede lach. Je moet maar één woord Grieks praten en ze zijn gecharmeerd. Nee, dat is geen lam, dat is varken. Maar geen probleem, de koeltoog wordt opengetrokken, de man verdwijnt enkele tellen uit het zicht en komt terug met een volledig lam over zijn schouder. Met een vlotte beweging hangt hij het dier op zijn kop aan een poot, achillespees door een vleeshaak, neemt een behoorlijk uit de kluiten gewassen kapmes en begint het beest overlangs in twee te kappen. De wervelkolom splijt netjes door tot aan de kop. Vol bewondering staan wij te kijken, mijn dochter met ogen zo groot als ondertasjes, hoe hij de schamele zes lamskoteletten voor ons klaarmaakt. Verser kan niet. Hij heeft het lam net niet voor onze ogen geslacht! En ook nu weer tonen ze hun gulle kant en voegen er drie gekruide worsten aan toe. Zomaar. En wat zijn die lekker!

Kerstkaartjes, brieven en enkele cadeautjes gaan op de post. Ze zullen met Pasen aankomen… Blijkbaar gebruik je buiten het seizoen beter de postbus aan het kantoor en niet op het marktplein. Op kerstdag vieren we uitgebreid mijn veertigste verjaardag. Na een laatste regenbui kondigt een mooi weergat van drie dagen zich aan. Als we verder willen geraken dan is dit het moment om te vertrekken. Alles wordt zeevast gesjord en na de laatste inkopen nemen wij dankbaar afscheid van een zeer gastvrij stadje: Pilos.

Login om te antwoorden
De week hiervoor zijn we met veel wind en  bijbehorende moeite in de UK geraakt. Die moeizame overtocht naar de UK heeft een paar veranderingen in het schema veroorzaakt. We zijn veel minder ver gekomen dan gepland. Eigenlijk zouden we zaterdag in Falmouth afscheid nemen van de meezeilers en nieuwe verwelkomen. Maar we zijn pas in Torquay. Wat gepuzzel met de kaart levert op dat de overtocht naar de Azoren starten vanuit Torquay nauwelijks meer mijlen kost dan vanuit Falmouth. De tweede reden is dat we een paar klusjes af willen hebben. Maar we willen ook weg: het weerbeeld voor de komende dagen is zeer gunstig. Heb je normaal aan de wind tot tegen de wind richting de Azoren, door een hoog bij Ierland en een zeer zuidelijk Azoren hoog is de verwachting dat we dagen wind mee zullen zeilen. Doordat het Azoren hoog na een week langzamerhand noordoost zal verplaatsen is het ongunstig om lang te wachten, een dag later vertrekken betekent bijna zeker twee dagen meer geen wind in de buurt van de Azoren en dus lang op de motor varen. Maar goed, eerst de klussen en inkopen klaar, en dan vertrekken, want half voorbereid zo'n tocht beginnen is niet fijn, zeker omdat de verwachtingen de eerste dagen weliswaar wind mee zijn, maar ook stormachtig. 
Op maandagochtend is het dan zover. Afvaren bij Torquay kost nog wel wat moeite. De laatste klusjes vallen altijd weer tegen. De genuakarren voor de kotterfok blijken niet te passen. Daarom moeten de stop van  de rails aan de achterkant worden verwijderd, zodat ik de karren om kan wisselen. Om half elf zijn we zover dat we kunnen gaan tanken. Maar Dolf is nergens. We gaan toch naar de tanksteiger, want we hebben op die tijd afgesproken. Hij komt even later aanlopen. We tanken de hoofdtank en alle reservetanks vol, in totaal 210 liter. 
 
Dan kunnen we eindelijk op pad. We zetten vanuit de haven meteen zeil en varen mooi op halve wind uit de baai. Maar binnen het uur valt de wind volledig weg. En we hebben keurig stroom mee, maar als we niet vooruitgaan hebben we straks stroom tegen. Ik wil eigenlijk de motor niet aan hebben omdat we bij de Azoren de diesel goed zullen kunnen gebruiken. Maar achteruit varen door de stroom trekt ook niet. Ik besluit de motor toch maar aan te zetten en we varen uiteindelijik nog 3 uur op laag toerental op motor. Dan komt de wind weer een beetje opzetten, tot mijn verrassing op aan de wind, terwijl er ruime wind voorspeld was. Dat heeft wel het voordeel dat de bootsnelheid bijdraagt aan de windsnelheid, zodat we net voldoende hebben om te zeilen. We zetten de gennaker, die op deze koers net bruikbaar is, en dat enorme bolle zeil helpt om de snelheid er goed in te krijgen. 
 
 
 
Zo varen we de avond in, totdat de voorspelde wind opsteekt. Die is zoveel dat de gennaker niet meer nodig is, dus die wordt gestreken. We varen de eerste nacht in met windkracht 4 achter.
 
De volgende ochtend wordt de wind nog sterker en omdat deze nog steeds mee is kunnen we goed meters maken. Continu varen we op grootzeil plus genua boven de 7 knopen. Totdat we door een klapgijp overvallen worden. Een klapgijp, maar gebruik je dan geen bulletalie? (de bulletalie is een lijn van het uiteinde van de giek  naar de punt van de boot die het grootzeil moet tegenhouden om de andere kant op te klappen).
 
Nou, die gebruiken we dus wel. En de kracht daarop was door het volvallen van het grootzeil aan de verkeerde kant zo groot dat het oog aan het uiteinde geknapt is. En daarna is de staaldraad (7mm RVS) waarmee de giekneerhouder vast zit compleet doormidden gescheurd. Gelukkig valt de schade mee, de bulletalie kan weer vastgemaakt worden, de staaldraad van de giekneerhouder vervangen door een 4x doorgehaalde dyneema lijn. Het had ook veel slechter kunnen aflopen, met een gebroken giek of het giekbeslag dat uit de mast scheurt. Het grootzeil blijft voorlopig naar beneden, want we lopen mooi 7 knopen op alleen de genua.
 
Ondertussen bouwt de zee op tot behoorlijke hoogte. Als we in een dal zitten kijken we op tegen een muur van water die zeker zo hoog is als de radarpaal, dus meer dan 4m. En omdat het 'jonge' golven zijn zijn ze nog erg kort, dus we worden alle kanten op gegooid, In de loop van de dag ontstaat hieruit de typische oceaan deining, hoge golven en heel lang, zeker 40m. Door die lengte is de hoogte niet zo'n punt meer, ze halen je in en nemen je langzaam mee omhoog, rollen onder je door en je gaat weer naar beneden.
 
 
 
In deze omstandigheden plat voor de wind varen is geen pretje, dus we sturen steeds iets op, waardoor de wind schuin van achteren de boot binnen valt. Dat is wel jammer, want de Azoren liggen toevallig recht voor de wind. We wijken daardoor wat af van de rechte lijn en om dat niet teveel te laten worden gaan we na een dag de genua naar de andere kant brengen, zodat we in een zigzag patroon toch zo ongeveer naar de Azoren varen. Dat gijpen is een behoorlijk complex proces. De genua staat op deze koers zo breed mogelijk uit en dat bereik je door het zeil te ondersteunen met een spiboom die je dwars op de boot naar buiten zet. Dit is een aluminium paal van 8 cm doorsnede en 4,5m lang. Op een dansend dek is dat een link ding om te hanteren en er moeten ook nog allerlei lijnen aan: één lijn naar voren, één naar achter en één omhoog, waarmee we de paal in een driehoek helemaal fixeren. En de genuaschoot, die door een oog aan het uiteinde van de boom loopt naar achteren toe. Als al die lijnen strak worden gezet staat de genua zo breed als hij kan en zo strak als een huis. Maar als je de genua naar de andere kant wil hebben, dan moet dat hele pretpakket omgezet worden. Daar ben je dus gauw twintig minuten mee bezig...
 
Dinsdagavond hadden we afgesproken om voor het eerst via de satelliet telefoon met de wal te praten. De telefoon wordt aangezet en vraagt de pin code: 0000. Foute code! Oeps, heb ik op dit stampende schip iets anders ingetypt? Langzaam herhaal ik de code. Nogmaals fout. Is het dan iets anders? De code is thuis blijven liggen, ondanks al mijn actielijstjes. Ik probeer 1234. Blocked! We hebben nu dus geen mogelijkheid meer om te communiceren met de wal. Het enige wat we gelukkig wel hebben is de SPOT satelliet tracker, die, als we een knopje indrukken onze positie doorgeeft naar de wal. En we hebben afgesproken dat zo'n signaal ook betekend dat alles ok is. Daar zullen jullie het dus de komende dagen mee moeten doen.
 
De wind neemt nog verder toe, totdat we in een volle windkracht 8 met wind mee van de golven af denderen. Gaat eigenlijk uitstekend,maar voor de nacht vind ik het toch wat teveel, dus zetten we de kotterfok. Daarmee gaat het wel iets langzamer, maar die is wel veel hanteerbaarder want kleiner. Zo komen we goed de nacht door, behalve door een paar nog hogere golven die naar binnen slaan en de kuip half vol laten lopen. Die loopt gelukkig zo weer leeg, maar één golf krijgt het zelfs voor elkaar om naar binnen te slaan in de kajuit, zodat de achterkant helemaal nat is. Gelukkig wordt niets nat dat het niet verdragen kan, dus vooruit.
 
Woensdag gaat zo op dezelfde voet verder. Er is steeds één bemanningslid in touw en de andere twee rusten, eten en slapen. Het is verbazingwekkend hoeveel een mens kan slapen. Maar als we de fokkeboom weer willen wisselen zijn we met z'n drieên in  touw.
 
Het leven aan boord is met ruime wind en zulke golven niet eenvoudig. Die golven zijn wel speciaal: de erg lange en hoge golven veroorzaakt door de harde wind en rollen van achter naar voren onder ons door. Maar er zit ook nog een oude deining die een beetje dwars op die golven staat. Daardoor wordt het rollen soms opeens onderbroken met een harde klap de andere kant op. Die kan je niet anticiperen, dus het enige dat erop zit is je steeds heel goed vasthouden als je loopt. Koken is helemaal een uitdaging. De pannen staan op zich uitstekend in de klemmen op het cardanisch opgehangen fornuis. De kok kan zichzelf klem zetten tussen aanrecht en de uitstekende punt van het motorcompartiment. Wat echt moeilijk is is om dingen op het aanrecht te snijden die daarna de pan in moeten. Want nadat ze gesneden zijn gaan ze aan de wandel. Over het aanrecht, maar ook op de grond of op en achter het fornuis. Gelukkig heb ik een heel aantal maaltijden die erg simpel te bereiden zijn, speciaal voor dit soort omstandigheden.
 
In de loop van de middag passeren we de 300 gevaren mijlen. Daarmee zijn we op een vierde van de overtocht. Dat gaat goed, hopen dat de rest ook zo gaat!
 
Donderdag slaat de wind om, we varen nu in plaats van voor de wind op halve wind. Verder staat donderdag in het teken van computer problemen. Ik heb software waarmee weerkaarten kunnen worden binnengehaald via de langeafstandzender. Ik gebruikte tot nu toe een demo-versie, maar ik had in Torquay nog net de registratiecode voor de betaalde versie binnen gekregen. Eenmaal op zee bleek echter dat het programma niet wil registreren. En na een paar keer proberen wil het programma helemaal niet meer starten. Gelukkig heb ik met Dolf een computer wizard aan boord. Het kost hem een paar uur maar dan werkt ook alles. En kunnen we nieuwe weerkaarten ophalen.
 
Uit die weerkaarten blijkt dat we door een fronten systeem heen varen (alsof we dat nog niet doorhadden, regen, windstoten....). Maar dat systeem beweegt zich zo, dat we daar waarschijnlijk nog tot zaterdag mee te maken hebben. Daarna varen we langzaamaan richting het Azoren-hogedruk gebied en is het afwachten hoelang de wind nog blijft waaien. 
 
Ondertussen beginnen op vrijdag de accu's ook leeg te raken. Niet slecht, vier dagen varen op de accu's. Maar eigenlijk wilden we energieneutraal varen met de zonnepanelen. Alleen is het al sinds dinsdag helemaal grijs en dus doen de panelen bijna niets. Van nu af aan daarom elke dag een paar uur de motor aan, dan gaat het ook.
 
Dat valt in de praktijk toch wat tegen. De motor kan 40A laden. Ik had verwacht dat als de accu's zo leeg zijn, dat dat ook een paar uur lang gebeurt. En met 2 uur laden kan je dan al weer meer dan een dag varen. Maar nu blijkt dat de laadstroom binnen een kwartier al terugloopt naar minder dan 20A. En dus moet de motor elke dag lopen, en ook wel 4 uur. Om dat wat terug te brengen zou het fijn zijn als de zonnepanelen wat zouden gaan opleveren. Maar het blijft grijs, het front waar we zo langzamerhand uit zouden moeten varen blijft gewoon met ons mee drijven. Dus moeten we het gebruik aanpakken. De koelkast blijft aan, de gebruikt niet veel en er staan best wat dingen in die echt koel moeten blijven. De echte grootverbruiker is de elektrische stuurautomaat. En daar is een vervanger voor, de windvaan stuurautomaat. Die stuurt de boot via een windvaan, een hulproer en touwtjes naar een hulphelmstok die bevestigd is aan het helmstok beslag. Dat werkt best goed, maar de afgelopen dagen met windkracht 8 en de wind achter waren niet fijn voor de windvaan, dus die heeft werkeloos gestaan. Nu wordt hij in gebruik genomen. Wat prutsen met de instellingen, de finetuning van een windvaan blijft haast meer een kunst dan een kunde. Maar na een tijdje loopt het perfect, en het stroomgebruik zakt terug tot 1-2A. Zo varen we die dag verder. Totdat in de middag er een droge knal klinkt uit de kuip. De aansluiting van de hulphelmstok op het helmstok beslag blijkt dwars doormidden te liggen. Gauw de elektrische stuurautomaat weer aan, de boel opruimen en we besluiten het repareren van dit geheel te laten liggen tot op de Azoren.
 
Want die lokken: de afstand tot Sao Miguel is ondertussen geslonken tot minder dan 500 mijl, en omdat we lekker lopen (aan de wind met windkracht 6 a 7, kotterfok en 2e rif) schieten de mijlen onder onze kiel door. Als we zo door kunnen varen komen we woensdag al aan, dus na 9 dagen, terwijl ik met minimaal 10 rekening had gehouden en eigenlijk reëel wel 14 dagen. Wel zien we het Azoren hogedruk gebied langzaam naar ons toeschuiven, wat betekend dat we de laatste 2 of misschien zelfs 3 dagen op de motor zullen moeten varen. 
 
Ondertussen hebben we aan boord nog een heel ander soort calamiteit: Dolf had tijdens de eerste dagen toen we met windkracht 8 voor de wind alle kanten op gegooid werden, een flinke val gemaakt met zijn rug tegen de kajuittafel. Dat gaf wat pijn, maar niets ergs. Maar 2 dagen later schiet het opeens in zijn rug en zodanig dat hij niets meer kan. Er is geen andere mogelijkheid dan hem in bed te helpen (en zo nu en dan eruit voor bepaalde lichamelijke functies) en af te wachten. Zelfs dat liggen valt hem zwaar, want elke beweging van de boot doet hem krimpen van de pijn. Gelukkig hebben we een uitgebreide boordapotheek, dus na paracetamol en ibuprofen besluit ik een veel zwaarder pijnstillend middel te geven, wat hem ook veel meer ontspant. Dat is mooi, maar voor mij als schipper en dus dokter voor spek en bonen ook moeilijk, want dat spul moet je niet te vaak gebruiken. Gelukkig heeft Dolf dat ook door en na 3x zo'n pilletje begint zijn rug iets meer te ontspannen en heeft besluit hij het zonder pijnstilling verder te doen. Maar het lijkt dat meneer te bed blijft tot op Sao Miguel, om daar verdere medische hulp te zoeken. Wel sneu, nu het zeilen erg lekker gaat kan hij daar totaal niet van genieten.
 
Het zeilen en vooral de lange nachtwachten komen door het uitvallen van Dolf neer op Guus en mij. Ik ben dat wel gewend, maar voor Guus is dat toch wel zwaar. Zowieso was het eerste deel van de tocht met veel harde wind en de boot die alle kanten op gaat hem zwaar gevallen en de zwaardere belasting van de nachtwachten lijkt hem op te breken. Nadat ik gekookt heb (onder helling met flinke golven geen simpele onderneming) vraag ik hem om af te wassen terwijl ik ga slapen. Als ik midden in de nacht weer de wacht overneem blijkt de afwas nog te staan. De volgende ochtend blijkt dat hij zo moe was dat hij het niet zag zitten. Ook zijn humeur wordt er niet beter op. Ik besluit dat hij maar iets rustiger aan moet doen. Daarom ga ik de volgende nacht 's ochtends door, om hem de broodnodige rust te geven. Ik heb in deze situatie het aanzienlijke voordeel van mijn solo ervaring en ga traploos over op mijn 15 minuten schema: slapen in de hondekooi, alarm op 15 minuten, even kijken op de AIS en kop buiten het luik, en binnen een minuut lig ik weer en slaap verder. Op die manier kom ik uitstekend de nacht door en wordt Guus vanzelf rond 8 uur wakker. Met een veel beter humeur al, dus dat helpt.
Ondertussen wordt het weer toch echt wat rustiger, de grote genua wordt uitgerold en we zeilen aan de wind heerlijk door. De kajuit heeft onder de afgelopen zware week wel te lijden gehad. We hebben alles wel netjes gehouden, maar nu begrijp ik wat oceaanzeilers zeggen over dat er altijd wel ergens iets lekt. Dat blijkt bij Dutch Rose ook zo te zijn, nergens grote stromen water, maar wel op een aantal plaatsen drupjes zichtbaar. En ook onzichtbaar nog wel meer, want er staat ook water in de bilge, zoveel dat het onder helling boven de vloer komt. Vervelend, wat de vloer is dan glad en ook frustrerend want ik heb de afgelopen jaren al zoveel kleine lekkages opgespoord en verholpen. Maar goed, het hoort erbij, zeker met een boot van deze leeftijd. Intussen is de wind zover afgenomen dat de boot ook niet meer zo schuin ligt en ga ik de hele boot van voor naar achter door. Op verschillende plekken neem ik sierlatjes weg en vind daarachter inderdaad een heel aantal kleine lekkages. Die worden allemaal gemarkeerd en daarmee is mijn klussenlijst voor op Sao Miguel meteen gestart. Die kan ik uit het hoofd al met een aantal zaken aanvullen, zo is het deelbare deurtje van de WC uit zijn scharnieren geschoten, moet daar opnieuw en steviger worden gemonteerd. Ook het schuifluik naar de kajuit zit wat los en moet beter vastgezet. Binnen een kwartier heb ik een lijst van meer dan 15 punten, is dit nu vakantie?
 
Maar dat is het wel hoor! Want ondertussen is de wind zover afgenomen dat ik de genua inrol en we op halve wind de gennaker zetten en we bijna de hele maandag zo geweldig zeilen. En dat terwijl we volgens de weerkaarten al alle wind kwijt hadden moeten zijn. Jammer genoeg is de pret in de loop van de avond weg, we strijken de zeilen en de motor gaat aan. Nog 240 mijl knorren en dan zijn we er
 
De hele maandag varen we op de motor over een  bijna vlakke zee. Opeens worden we opgeroepen op de marifoon. Een Franse zeiler blijkt ons tegemoet te komen. Hij vaart al twee dagen op de motor en vraag of wij toevallig weerkaarten hebben en kunnen vertellen of hij binnenkort wind kan verwachten. We halen snel wat weerkaarten binnen via de langeafstand ontvanger en moeten hem helaas teleurstellen. Het Azoren hogedruk gebied drijft eigenlijk met hem mee naar het noordoosten en waarschijnlijk is hij nog wel 2 of 2,5 dagen aan het motoren voordat het zeil op kan. De communicatie met deze zeiler is overigens wel complex want de man probeert wel maar kan echt geen engels spreken. Dolf redt zich er aardig mee in het frans!
 
Het is wel leuk dat als je op deze uitgestrekte zee een collega jacht tegenkomt, je snel even een praatje maakt. Als dat maar 1x in de paar dagen gebeurt is het tenslotte een hele belevenis! Vrachtschepen komen iets vaker langs, maar ook hooguit 1 a 2 per dag, het is echt leeg hier.
 
De prognose is nu dat we op de motor aankomen bij Sao Miguel. Het begint wel te kriebelen zo langzamerhand, zeker omdat we continu op de motor varen, wat wij zeilers eigenlijk maar niets vinden. Het weer maakt wel een hoop goed, gister en zeker vandaag is de temperatuur voor het eerst aangenaam en vandaag met veel blauwe lucht is het heerlijk en moeten we zelfs flink smeren om niet te verbranden.
 
Dinsdag is de zee weer helemaal vlak. Het is daarom tijd om lekker wat klusjes te doen, dan hebben we straks op de Azoren weer wat meer tijd voor vakantie.  Maar het moet niet te gek worden, dus zit ik in de loop van de middag van een drankje te genieten in de zon, als ik op de einder wat zie bewegen. Het lijkt wel een vin. Even laten zie ik het weer en ik besluit de koers er even heen te verleggen. Een paar minuten later zwemmen er twee dolfijnen als welkomstcommitee voor de boeg. Ik besluit wat met ze te communiceren door met een lierhandle tegen de mast te tikken. En pardoes komen er nog vier meezwemmen. Doordat de zee zo glad is kan je de dieren perfect door het water zien schieten.
 
 
  
 
Maar dan zien we achter ons nog iets zwemmen, dat wat rustiger beweegt. We keren de boot om erheen te varen. Het zijn duidelijk zeezoogdieren, een meter of vijf lang lijkt het, donkergrijs met een hoge kop. Het is een groep van 5 dieren. We hebben geen gids van zeezoogdieren, maar uit wat opmerkingen in de Azoren gids maak ik op dat het wel eens pilot whales zouden kunnen zijn. Morgen op internet maar eens opzoeken, we hebben foto's genomen.
 
Ondertussen nadert het einde van de dag met een schitterende zonsondergang. 
 
IMG 1251
 
 
Het is wel jammer dat de Azoren eilanden volgens de Navtex in mist gehuld zijn. Op 35 mijl afstand zien we daarom alleen maar wolken, terwijl het zo mooi is als je na een lange zeetocht 'land in zicht' kunt roepen. Ik kijk steeds met de kijker of ik toch niet wat zie. En ja hoor, net voordat het te donker is, zien we de grote vulkanische top van Sao Miguel boven de einder uitsteken.
 
IMG 1255
 
Verrassend is daarna dat we al op 20 mijl (35km) uit de kust GSM contact hebben. De telefoons worden snel ter hand genomen om het thuisfront een beetje laat (23.30 nederlandse tijd) van onze op handen zijnde aankomst op de hoogte te brengen. Ze zijn blij, wisten natuurlijk door de satelliet tracker al dat het eraan zat te komen. Rond middernacht zijn we bij het puntje van Sao Miguel en varen we langs de kust nog een paar uur totdat we bij Ponta Delgado aankomen.
 
Terugkijkend met de bemanning zijn er wel een paar dingen die ter sprake komen. Het eerste is wel dat als je dit soort tochten gaat doen, je aan de ene kant moet plannen maar aan de andere kant dat het toch anders loopt en dat je dat moet accepteren en er mee om moet gaan.
 
Het tweede is dat een tocht van deze omvang toch heel wat zwaarder is dan verwacht. Alle drie hebben we op momenten gedacht: hoe lang gaat dit door? Zeker toen het 3 dagen achter elkaar zwaar weer was. En je continu door elkaar gegooid werd. 
 
Het derde is dat de mooie dingen er bovenuit steken. En die maken alle ontberingen meer dan goed. Het mooie zeilen, het gevoel van voldoening als je na een zware strijd op het voordek alles goed hebt staan en de boot perfect loopt. De zeedieren, vogels en zoogdieren. De schitterende luchten, de sterren in een verder helemaal donkere hemel.
 
Het leven is goed, dat is duidelijk!
 
 
 
 
 
Login om te antwoorden

Maandag 9 febr 2015 is een drukke dag we gaan weer een nieuwe fase in ons leven in. We gaan morgen, dinsdag  10 februari 2015 een geregistreerd partnerschap aan. We geven vrijdag een familie feestje om dit te vieren. Dus halen we alle boodschappen voor de hele week in huis. Ook voor de boot want we gaan woensdag weer 2 dagen naar de boot met Alexander de Jong, (andere broer van Martijn) en uiteraard Johan Kriekaard, ons manissie van alles. Johan heeft een eigen bedrijf in koeltechniek en airconditioning en kan werkelijk alles. We zeggen weleens het is een jonge gozer maar met de ervaring en kennis van een oude, zeer ervaren man. Wat niemand meer kan maken, maakt Johan wel. Juist deze Johan gaat aan onze motor sleutelen. Hij bestudeerd al weken thuis het handboek van de motor. Alle benodigdheden zijn besteld. Liters verse olie, koelwater, schone diesel, nieuwe accu’s, contact spray, gedistilleerd water en bakken vol gereedschap. Ook schoonmaakmiddelen, schoonmaakdoeken, schrobborstels, kilo’s waspoeder om het dek te schobben, verf en kwasten die besteld zijn en klaar om mee te nemen.

De volgende dag woensdag 11 febr. 2015 zal ik als Mevr. de Jong naar de boot gaan.

acte

Tekenen van de akte.

Omdat er zoveel verhalen zijn omtrent de motor, pakt Johan het zeer grondig aan. Hij heeft de motor bekeken en twijfelt ook aan alle verhalen die er rond gaan, dat de motor afgeschreven zou zijn. 

Alles wat van de motor af kan, gaat eraf. Alles word grondig schoon gemaakt. Martijn heeft inmiddels het rotte stuk uit de uitlaat geslepen en er een noodstuk tijdelijk tussen gezet. De nieuwe uitlaat is al besteld in het watersport winkeltje op de werf. Er komt inderdaad wat water uit de brandstoffilters maar niet schrikbarend. De verstuivers worden onderdruk afgeperst. De V-snaren worden vervangen. De brandstofpomp word schoongemaakt en gesmeerd. De dagtank word afgetapt met oude diesel en gevuld met schone diesel. De waterpomp gaat  eraf en word nagekeken. De keerkoppeling en de motor worden voorzien van verse olie. Alles word er daarna weer 1 voor 1 terug op terug gezet. Na een dag constant sleutelen en schoonmaken is het spannende moment aangebroken om het te gaan proberen. Om half negen s’ avonds gaat het gebeuren, we gaan proberen het hart van de boot te laten kloppen door te starten. Dit is een spannend moment.!!!! Eerst gebeurt er niet zo veel. Ja, de motor gaat wel rond, maar starten doet hij niet. Dan gaat hij een beetje pruttelen en ineens…Om 10 voor negen word er op het dek gedanst, gejuicht en gelachen. De motor loopt, dit is na alle verhalen….ongelofelijk. De mensen die aan boord wonen in de haven, komen uit hun warme boten gelopen om verbaasd te komen kijken. De motor loopt zo mooi en het koelwater spuit er werkelijk met een straal uit de uitlaat achter de boot. We zijn zo vreselijk blij en worden van alle kanten gefeliciteerd, met het behaalde resultaat. Thanks to Johan!!!.

motor

Het hart van het schip aan het werk

We gaan na het genieten van het geluid van een pruttelende motor, dan opruimen en nemen er een welverdiende borrel op. Dan zoeken we moe maar zeer voldaan onze kooien (bedden) op.

De volgende ochtend als ik naar het toilet gebouw ben geweest op de kant, kan ik het niet laten om het watersport winkeltje binnen te lopen, onder het mom van… (even kijken of onze bestelde uitlaat al binnen is) kan ik het niet laten met trots te vertellen dat de motor binnen 1 dag  als een zonnetje loopt. Dat gezicht vergeet ik niet snel meer, tja sorry, daar kan ik stiekem zo van genieten. Tevens kan ik gelijk het nieuwe stuk uitlaat meenemen wat was besteld. Zo kan de nood oplossing vervangen worden. Met een stalende glimlach en met de uitlaat onder mijn arm loop ik terug naar de boot, heerlijk als mensen het soms zo mis hebben, ook al geloven ze heilig in zichzelf.

Als ik terug kom is Johan met Martijn verder gegaan met het afstellen van de motor, alles nog even nakijken, schoonmaken, nieuwe uitlaat monteren en kleine lekkages dichten. Met Alexander ga ik het dek schrobben. Dit knapt al aardig op, de boot wordt steeds meer een pronkstuk in onze ogen. Begin van de middag proberen we de motor opnieuw uit. Toch weer spannend, was het eenmalig of toch niet? We leggen extra springen en lijnen naar de kant zodat we de motor met de schroef erop kunnen uit proberen. De motor word gestart en loopt even warm, dan proberen we de schroef er bij te zetten. Nou ik kan u vertellen….dat werkte, en hoe. Wat een power zit daar achter. We dachten eraan om een boegschroef te installeren, maar zoals we het nu voelen wat voor kracht achter de motor zit, denken we er voorlopig geen een nodig te hebben.

We spreken de eigenaar van de boot die aan de zijkant aan ons vast ligt. Hij hoort de motor, en hoe gek alle verhalen ook waren, deze buurman verteld een heel ander verhaal. Hij is heel positief over de boot. Tja beetje roest, maar dat is zo opgelost. Roest zet erg uit en hij verteld dat we ons daar totaal geen zorgen over hoeven te maken. Die motor, tja, hij vond het al zo raar dat die het niet deed. Zo ingewikkelde materie kon het toch niet zijn. Hij is erg te spreken over de boot. Van hem horen we dat onze boot zelfs in Spitsbergen is geweest. Tja.. zo horen we weer een heel ander verhaal.

Om 16:00 gaan we alles opruimen. Overal ligt gereedschap, vuile lappen en bakken vol vuile diesel. De mannen hebben in de oude jerrycans de vuile diesel uit de kiel gehaald. Leeg is die nog niet maar er zat ook wel heel erg veel in. De kleur van de originele vloer is niet meer te herkennen, overal smeer vuil en olie. Tja wat wil je, met zo’n grote klus door de gehele boot.

Vanavond gaan we weer naar huis. Voordat we gaan rijden eten we nog aan boord. Maken schoon en doen de afwas, dweilen en gaan na de file terug naar huis.

Morgen een feestje!!! De hele familie komt gezellig bij ons thuis langs om ons geregistreerd partnerschap te vieren. Het wordt een gezellige avond, waar we uiteraard veelvuldig verslag doen over de boot en de toch nog aan de praat gekregen motor.

Login om te antwoorden

Subcategorieën

   
   
   
   
© Zeilersforum.nl