Welkom  

   

Mijn Menu  

   

What's Up  

Geen evenementen
   

Wedstrijd  

Geen evenementen
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

Diversen

Sinds januari 2015 wordt het kleine Duitse dorpje Elsfleth opgeschudt door een internationale groep vrijwilligers. Zij werken samen om de 95 jaar oude schoener ‘Avontuur’ weer zeewaardig te maken. Zeewaardig voor een reis over de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan, naar de andere kant van de wereld, Australië.

 

3 fotos

 

Elsfleth ligt in het noorden van Duitsland, ongeveer tussen Bremen en Oldenburg. Het is een klein dorpje met en bevolking van 9000 inwoners, twee kroegen, een maritieme academie en, uiteraard, een scheepswerf. De scheepswerf wordt vooral bezocht door marineschepen en sleepboten. Het is dan ook een vreemd gezicht om tussen al deze grote en bovendien gemotoriseerde schepen een traditioneel zeilschip te zien liggen.

De 'Avontuur' heeft dagtochten op het IJselmeer en de wadden gevaren. Ze heeft in de Baltische Zee gevaren en meerdere malen de Atlantische Oceaan overgestoken als vrachtzeilschip met aan het roer kapitein Paul Wahlen (zie documentaire "De Wind Tegen"). Nu krijgt het schip haar oorspronkelijke betrekking als vrachtzeilschip en met de 70 ton ladingscapaciteit is ze zeker geen lichtgewicht.

mast

Zie je, het uiteindelijke doel van dit hele project is om vracht te varen langs de oostkust van Australië, tussen Cairns en Sydney. Op deze manier wil de Duitse kapitein Cornelius Bockermann vrachtzeilen doen herleven en het Great Barrier Reef ondersteunen. Er zijn op de wereld meer dan 90.000 containerschepen Daarmee zorgt deze industrie voor twee keer zoveel opwarming van de aarde als de luchtvaartindustrie. Met slechts vijf vrachtzeilende schepen op internationaal niveau lijkt de ‘Avontuur’ een drup in de oceaan. Aan de andere kant, de vraag naar duurzame getransporteerde producten neemt toe. De Avontuur is de ontbrekende schakel tussen de duurzame producent en de bewuste consument.

 

vrachtruim

 

Het is misschien het kleinste schip op de werf, met haar 34 meter is ze de David onder de Goliaths, maar ze brengt vrijwilligers van over de hele wereld naar Elsfleth. Op het schip worden gaten dichtgelast door Jake (Verenigde Staten). Lilly (Engeland) en Thor (Israel) bekommeren zich om de roestplekken die zich verspreid over het schip bevinden. De laatste betonnen ballastblokken worden door Ivan (Argentinië) met behulp van een kraan het schip in gelaten.

avontuur

Naast het schip wordt er gewerkt in een oude loods waarin de verschillende onderdelen van het schip worden gerepareerd en zelfs worden gemaakt. Daniel (Nieuw Zeeland) heeft de ankerlier uit elkaar gehaald, schoongemaakt en weer in elkaar gezet. Scott (Canada) is bezig aan zijn zoveelste korvijnagel en Ben (Frankrijk) en Theo (Nieuw Zeeland) maken een gloednieuwe giek.

aan het werk

Onder de vrijwilligers zijn een aantal professionals die ervoor zorgen dat er vakwerk geleverd word en hun kennis overdragen aan diegene die willen leren. Zo hebben Sean en Dany uit Canada, die overigens op de Enkhuizer Zeevaartschool hebben gezeten, een groot deel van de tuigage geprepareerd. Tegelijkertijd hebben ze een tweetal vrijwilligers bekwaam gemaakt in kunst van het ‘takelen’, of, ‘riggen’. En zo draagt iedereen iets bij. De vrijwilligers komen en gaan. Ondertussen hebben zo’n 100 vrijwilligers van meer dan 20 verschillende nationaliteiten meegewerkt aan het project.

vlaggen

Zodra het schip zeilt zal ze van Bremerhaven langs de kust naar Madeira zeilen. Vanaf daar zal ze met gebruik van de handelswinden de Atlantische Oceaan oversteken om de Cariben te bereiken. Na de Cariben een keer zijn rondgekruist zal het schip haar reis vervolgen met rum en koffie in het ruim. Door het Panamakanaal en over de Stille Oceaan, langs de verscheidene kleine eilanden met de welbekende witte stranden, tot ze de oostkust van Australië bereikt. Daar zal er een permanente lijndienst tussen Sydney en Cairns gepionierd worden.

route

Mocht je nou willen meewerken, of meevaren, kan je altijd mailen naar Ben (uit Canada) Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Je kan het project ook volgen op facebook, twitter en instagram.

Fair winds!

"Dutch Ben" (op het forum 'benbeuken')

 

 

Login om te antwoorden

Oosterschelde, zomer 1988 of 1989

 

Het was fout gegaan met m'n vriendin, tijdens een woordenwisseling over het wel of niet krijgen van een kind was ik woedend geworden, had mijn autosleutels van tafel gegrist en was vertrokken naar de boot, en daarmee was een zeven jaar oude verhouding stuk. Heb Sabine nooit meer teruggezien. Twee harde koppen. Ik woonde dus van de ene op de andere dag aan boord van de Scorp. De afgelopen winter was de Scorp uitgebreid gerenoveerd. Vooral in het teakdek was een hoop werk komen te zitten.

Sabine was een fuifnummer, minstens drie keer per week gingen we uit in Brugge of Gent, altijd tot in de vroege uurtjes. Tijdens zo'n gezellige nacht maakte ik kennis met een neef van "Bientje " . We kwamen toen dikwijls in een Brugs bruin kroegje dat bekend stond als trendsetterscafè. De hele mannequin clique zat er altijd, mannen, vrouwen en dat er tussen. Sabine was zelf ook mannequin geweest en had nu als fotografe veel klandizie uit de scene. Het gerucht dat de meeste mannelijke mannequins homoseksueel zijn klopt. Ik kon niet thuis komen na een dag enerverende arbeid en enkele uren klussen aan de boot of er zat wel een kliekje giechelende mooie mannen en vrouwen aan onze keukentafel. Een zo'n prachtig stel was Bienes neef en zijn vriendin. We hadden gepraat over alles en nog wat, ook over de boot en het feit dat ik de volgende zomer alleen ging zeilen, de zomermaanden waren te druk voor mijn vriendin om vrij te nemen.
Frank, zo zal ik hem maar noemen, beloofde gelijk mee te zeilen. Hij had nog nooit een boot gezien, maar hij was toevallig vrij en het leek hem wel wat, zo wild over het water zeilen.
Jaja dacht ik, dat zal wel , en vergat het. Frank leek me niet het type voor een overlevingstocht want dat was hoe mijn zeiltochten meestal eindigden. Hij was groot en slank, erg knap, had het met de vrouwtjes over kleding en manicure en kon dansen als een god. Werd veel gevraagd voor modefotografie, ja, hij was eigenlijk het stereotype van een mooie blonde vrouw. Knap, lacherig en dom. Neee,... niet dom, maar verschrikkelijk onhandig. Hij was het levende bewijs dat niet alle mannequins homofiel zijn, hij was een vrouwenmagneet en kon doen met ze wat hij wou.

Scorpion0212_-_Kopie-1

Enfin, ik was vrijgezel, woonde aan boord wat me erg goed beviel, en leefde een wel erg wild leventje. De dag voor mijn verlof werd er vanaf de wal geroepen, het was Frank met zijn even zo knappe vriendin. Het werd weer een zware nacht daar in de "jachtclub" langs de Leie, en besloten werd dat we met z'n tweeën naar de Zeeuwse eilanden zouden zeilen. Terwijl ik zo zit te schrijven komt de ene herinnering na de andere terug, Het was wel een erg speciale tocht. Zelf had ik nauwelijks ervaring en Frank, tja, die moest ik zelfs uitleggen waar de voorkant van de boot was.

We waren zonder kleerscheuren aangekomen in Wemeldinge. Frank genoot. Hij vond het zeilen fantastisch, was altijd vrolijk en opgeruimd. Vrijdagavond, wij honger en dorst, dus het dorp in om een paar biertjes te kantelen. Wij Vlamingen, Bourgondiërs, gewend de helft van de week tot het krieken van de dag in kroegen te hangen, wandelden het dorpje in.

Onvoorstelbaar netjes en opgeruimd die Zeeuwse dorpjes. Schoon en pittoresk. En leeg. Niet één restaurant of kroeg vonden we. Balen! Zelfs het winkeltje was dicht, ongelooflijk. Wisten wij veel dat ze allemaal in de kerk zaten. Uiteindelijk dan maar aan boord gekookt, het werd best gezellig, Frank kon heerlijk koken, ik kon toentertijd nog niet eens water warm krijgen. Omdat er Bourgondisch veel wijn ontkurkt werd moest er ook wel eens iets overboord gedaan worden. Enthousiast kwam Frank weer naar binnen geklauterd, hij had ergens muziek en mensen gehoord, we moesten nog even het dorp in. De muziek en het feestgedruis volgend kwamen we uiteindelijk bij een dorpsfeestzaal. Daarbinnen was het feest. Wij reeds flink aangeschoten naar binnen en gelijk aan de bar bier besteld. We bleken een huwelijksfeest te zijn binnengelopen, allen waren aardig, vonden Belgische Frank met zijn Brugse taaltje om je dood te lachen. Eten en drinken gratis, wat moet je meer. De bruidegom was een beer van een vent, beroepsvisser, net als de familie en alle andere aanwezigen. Steenrijk waren die Wemeldingse vissers, man hadden wij het daar goed.
Ik bleef aan de bar hangen, Frank verdween algauw op de dansvloer. Een soort John Travolta maar dan nog knapper en minstens zo goed dansend. Hij haalde alle discotrucjes uit z'n mouw, was het middelpunt van de belangstelling, een gratis attractie voor de feestenden. Plots groot tumult, Frank had een keer te veel, te intiem met de bruid gedanst en een schuimbekkende dronken visserbruidegom had hem met één klap onder het biljard geslagen. Letterlijk onder het grote meubel lag onze entertainer.
Slechts met grote moeite en alcoholmoed slaag ik er in de razende visserman af te houden. De totaal verbouwereerde Frank komt langzaam onder het biljart vandaan gekropen. Ook andere feestgangers houden de jaloerse man af, de vrouwen huilen, de mannen schreeuwen, het lijkt me het beste dat we onze biezen pakken. Frank is nog steeds een beetje verbaasd, maar kan er toch reeds mee lachen, temeer omdat ik de slappe lach heb. De volgende morgen doet bij mij m'n hals pijn door de urenlange lachkrampen, Frank heeft een totaal opgezwollen, blauwe bovenlip. De rest van onze vakantie is hij niet meer de mooiste. Wel de leukste. Zijn heerlijke Brugse accent word nog leuker door de vele pffff die zijn dikke stijve opgezwollen lip veroorzaakt.

Een paar dagen later zeilen we van de Roompot naar Zierikzee. We hebben stroom en wind mee, 2008_12250003_-_Kopie-1de boot loopt heerlijk. Er staat flink veel wind, en ik laat Frank sturen. Heb hem uitvoerig uitgelegd dat vóór de wind varen gevaarlijk is wegens een klapgijp en hem minstens een kwartier heel nauwlettend in de gaten gehouden. Hij stuurt goed. De Scorp had toen nog een twee meter lange helmstok, Frank staat er gewoon schrijlings over en stuurt heel precies. Hij draagt wegens een kort buitje miezelregen en de straffe wind een KW tje, dat is een ragfijn plastic regenjasje. Heeft zijn onvermijdelijke walkman op de kop en houd nauwlettend het windvaantje in de top van de mast in de gaten. Hij heeft alweer een uitstekend humeur, neuriet de discomuziek mee. Uiteraard met flink veel ppfffff..mmpffff. Zelfs een paar dansbewegingen maakt hij, stuurt met de binnenkant van zijn dijen. Omdat de wind steeds sterker word zet ik een bulletalie, dat is voor niet zeilers een touw dat belet dat de giek van de ene kant naar de andere kant slaat bij windveranderingen.
Het loopt prima, ik moet wel de koers in de gaten houden, Frank kijkt alleen gefixeerd naar het windvaantje en stuurt de boot perfect vóór de wind. De elektrische installatie op de Scorp was toen nog heel spartaans, we verlichten de boot reeds een paar avonden met kaarsen.
Ik had een paar mooie koperen kandelaars, die zaten nu onder een dikke worst gesmolten kaarsvet. Ikke aan de slag met een mes om het kaarsvet weg te krabben. Dat lukte niet zo goed, dus dacht ik, wetewa, ik verwarm het zootje met een campinggas brandertje, dan smelt het vet er mooi af. Zette het vuilnisbakje in de kuip om het gesmolten vet op te vangen, hield tegelijkertijd de boeien en banken in de gaten. Frank discodanste er alweer op los, neiii, neiiii, pffff, neiiii neuriënd, maar stuurde perfect. Een absurd zicht, een enkel in zwembroek en kort regenjasje geklede man die spastisch staat te dansen op slechts voor hem hoorbare disco en daarbij flink meemmmffft.
Ik had even niet opgelet en de vuilnisbak brandde. Het gesmolten kaarsvet, papier, het fikte flink. Ik zette de brander weg, en gooide de brandende vuilnisbak in zee. Stom genoeg samen met de emmer, ik zat het snel naar achter drijvende brandende zootje te bekijken toen ik achter me een plons hoorde. Ik draai me om en geen Frank meer te bekennen. Franky foetsie. Het was me gelijk duidelijk dat hij overboord gegaan was. Ik greep de helmstok en tuurde langs het kielzog in de flinke golven achter de boot. Ja, daar was hij. Zwom met krachtige slagen achter de boot aan. De man was heel erg sportief, liep marathon, dus die verdronk nog niet zo snel. Maar, de Oosterschelde is groot en ruig en een 5 knopen varende boot is zo weg. In paniek gooide ik de motor aan en draaide de boot met veel motorgeweld tegen de wind in. Het grootzeil stond bak door de bulletalie, de genua klapperde als gek. Ik was Frank allang uit het zicht verloren maar hij zwom als een dolfijn op de boot af. De sportieve kerel trok zichzelf met één ruk weer aan boord, iets wat niet veel mensen zou lukken.


Ek brfffranden ikke in aine keir, ek brpfffranden ikke in aine keir brabbelde hij op z'n Brugs. Wat was er gebeurd? Ik had het brandertje op de kuipbank achter me gezet om als de weerlicht de walmende vuilnisbak overboord te gooien. Frank had niks gemerkt en danste er op los tot de steekvlam z´n zij schroeide en het regenjasje in de fik zette. Toen hij de hitte merkte dook hij zonder nadenken overboord. Wonder boven wonder had hij geen brandwonden, het Kwtje was deels weg, zijn walkman helemaal . Een paar uur later in Zierikzee, in café De Banjaard heeft hij het verhaal wel tien keer verteld, we moesten alweer geen bier kopen. Het werd een heerlijke vakantie, maar de meeste verhalen kan ik hier beter niet vertellen.
Maanden later heeft hij me nog eens gebeld, vertelde dat hij nu regelmatig als bemanning op een groot wedstrijdjacht meezeilde. Hij had de smaak te pakken.

Een paar opmerkingen voor de ongelovige Thomassen.

Onze tocht was in 1989, Wemeldinge is sedertdien erg veel veranderd. Heb ik gezien op Google Earth. Nu een vakantiedorp met havens, toen een vissersdorpje. Waarschijnlijk allen van de zwarte kousen kerk.
In 1989 kon alles nog. Net na Woodstock, flower power, Je kon nog doen en laten wat je wilde..

Ons bootje had toen geen bezaansmast meer, werd met een heel lange helmstok gestuurd. Dan kon je droog onder de vaste kap zitten tijdens het garnalenvissen. De boot had en heeft ook geen zeereling. Zo´n zeereling is niet 100 % blijvend waterdicht op een houten jacht aan te brengen, dus heb ik toen de boot een nieuw teakdek kreeg besloten om zonder zeereling te zeilen.
Sedert we in de Med zeilen heb ik op het voordek wel een zeereling.
Vrijboord bij de kuip is 60 cm, ( waterlijn tot dek ) vandaar dat men zichzelf aan boord kan hijsen.
Nadeel is dat we reeds ongewenste bezoekers gekregen hebben op die manier.

Ons bootje heb ik toentertijd puur voor één man ingericht. Je kunt wel met z´n tweeën aan tafel eten en in de kuip kan ik een grote vier persoons tafel opbouwen. Die tafel is gemaakt uit een verpakkingskist van een Volvo motor en fineer gerecupereerd van een hoteldeur op Corfu. Opklappen, wegbergen. Zuunig weet je wel.

In de punt heb ik een normaal bed met een verschrikkelijk dure op maat gemaakte matras. Heel erg belangrijk op een liveaboard jacht. Alhoewel ons bed slechts 1,1 meter breed is passen het vrouwtje en ik er net in. Reeds heel veel jaren.
Eventuele gasten moeten in de kuip slapen. Mogen ook een hotelkamer nemen.

Login om te antwoorden

Oktober 1998. Eind seizoen, ik kon een paar dagen vrij nemen. Het was traditie eens per jaar Antwerpen te bezoeken, voor mij als banneling op het Zeeuwse eilandje Noord Beveland een wereldstad. Een leuke zeiltocht ook nog, eens iets anders. Deze keer was Ingrid aan boord en ik nam een Belgisch vriendenpaar mee, zij zeilden in hun zeven meter zeiljacht, waren beginnelingen op het water, oude rotten in het leven. Luc, de schipper was het grootste deel van zijn leven legionair geweest, nu had hij een zeer royaal pensioen en leerde varen. Voor alle duidelijkheid moet ik nog vertellen dat Luc tijdens de Franse bezetting in Vietnam door een bombardement gehoorschade had opgelopen en zo goed als doof was. Dat leidde er toe dat mijn leerling me nogal eens verkeerd begreep wat onvoorstelbaar chaotische toestanden tot gevolg had. Bovendien was hij niet vies van een glaasje en had zelfs in levensgevaarlijke situaties nog plezier. Met die vent heb ik zoveel Monty Pyton toestanden meegemaakt dat ik er een boek zou kunnen over schrijven. Om een voorbeeld te geven, ik heb Luc nooit anders gekend als met zijn éénglazige bril. Die man was zo onhandig, had hij net ( Alweer ) een nieuwe bril, gegarandeerd dezelfde dag kreeg hij het voor mekaar om weer een glas te verliezen of de bril middendoor te breken of beiden.
Een leuke tocht. Stroming, boeien, zeeschepen, dan door het sluisje de jachthaven op de linkeroever binnen. We bleven een paar dagen, hebben vanzelfsprekend zwaar gefeest, je wandelt door de voetgangerstunnel binnen een paar minuten in de oude binnenstad. Bovendien heb je op het plein bij de voetgangerstunnel het beste frietkot van de wereld. Naar het schijnt is dat nu een bedevaartsoord. Het werd tijd terug te varen, eind van onze wereldstad vakantie.
Op de Westerschelde staat flink veel tij en bijhorende stroom. Met jachtjes als het onze is tegen het tij varen zinloos, je komt niet vooruit. Daarom vaar je richting Vlissingen met eb. Bovendien kun je de Antwerpse linkeroever jachthaven slechts door de sluis verlaten en die opent een beetje voor hoogwater. Het tij beslist, t´zou een gedeeltelijke nachtvaart worden, voor Luc iets nieuws, avontuur. Voor ons ook, dat kon ik echter toen nog niet vermoeden.
Veel details ben ik vergeten, het is tenslotte 15 jaar geleden gebeurd. Het kan zijn dat ik een en ander door mekaar haal, de grote lijnen zijn er. Een uurtje vóór hoogwater opende het sluisje van de jachthaven, wij weg. Het was erg rustig, geen wind, wel miezelregen. Oktober, reeds korte dagen, we wisten dat we een stuk tijdens de nacht zouden moeten afleggen, iets wat op de aanvaarroute naar de Antwerpse haven eerder spannend is. Daarom flink wat gas en karren maar.

goedkaartje

Op de heenweg waren we zoals gebruikelijk door een geultje over de schaar van de noord gevaren. Zo kort je de te varen afstand heel wat in. Ik weet niet of dat geultje nu nog te bevaren is, toen kon je er bij hoogwater doorheen, we hadden meestal minder dan een meter water onder de kiel.

Nu de feiten; ik had net een GPS gekocht, een draagbaar miniwondertje. Het was springtij, we vlogen langs de boeien. Ik had een waypoint op de West kardinale boei in de GPS, dus van zodra we bij boei 81 waren wist ik dat we over de plaat naar de overkant konden. Het regende ondertussen zachtjes, daar kwam de boei. Duidelijk in mijn kijker, het cijfer 81. De GPS gaf de koers naar de West boei, ik stelde de stuurautomaat bij en daar gingen we. Na even varen begon ik te vermoeden dat er iets niet klopte. Eigenlijk moest ik de grote radartoren aan bakboord passeren, gek genoeg stond hij nu aan stuurboord. Vergeet niet, op de kaart zie je een hoop, daar is slechts water. Er was iets fout, dus ikke in allerijl de GPS coördinaten in de kaart gezet, en toen, terwijl ik zat te navigeren bonkte het. We zaten aan de grond.
De oorzaak van mijn blunder. Er is een boei 81 maar ook een 81a. Ik heb 81 gelezen met m´n kijker in die regen maar zo´n boei is rond, en de kleine a zat om de bocht, kon ik niet zien. Ik ben dus een boei te vroeg ( Eén kilometer ) afgedraaid.
We waren volle vaart de zandbank op gevaren. Ikke gelijk proberen achteruit weer weg komen, tevergeefs. Muurvast en het water valt daar bij springtij zo snel, ik schat meer als een centimeter per minuut. De Scorp helde reeds, we hebben alles geprobeerd, onder meer hing ik aan de giek helemaal overboord, Ingrid gaf gas, toen brak de giekophouder, ik donderde de plomp in, enz... Toen maakte ik de volgende fout, heb met alle 55 paardekrachten de boot enigszins gedraaid en hem vervolgens naar de verkeerde kant laten droogvallen. Je weet dat de zee en Vlissingen in het westen zijn, dus heb ik de boot met de lage kant naar het oosten gelegd. Ik dacht dat het opkomende water en de golven uit West zouden komen. Mooi fout.

2

Foto: Ingrid in het gangboord, een zeeschip passeert in de bocht van Bath.

De Scorpion heeft anderhalve meter diepgang, dus ligt flink schuin, let speciaal op de hoogte van het dek tot het water- zand. Hier nog ruim een halve meter. Ingrid heeft de daaropvolgende twaalf uur op het gangboord doorgebracht, daar zat je nog enigszins comfortabel. Wel ijskoud en van tijd tot tijd miezelregen. Binnen kon je niet zitten, je schoof zo van de banken af en Ingrid werd zeeziek in de boot op land doordat alles zo ongelooflijk schuin is.
Luc die bij ons in de buurt voer liep tweehonderd meter verder vast, bij hem niet zo erg, zijn boot heeft twee kielen dus bleef mooi rechtop staan. Nog terwijl het water viel zagen we hem tot de borst in het water naar ons toe waden. Levensgevaarlijk met de stroming daar en kilometers ver alleen water. Bovendien zie je de geulen niet. Hij haalde het. Kwam helpen, had een armdikke meterslange wrikspaan mee die misschien als hefboom kon worden gebruikt.
Legionairs traditie, je laat je maten niet in de steek.

Ik was heel kalm onder de gegeven omstandigheden, gek, want ik wist dat we de boot zouden verliezen. Een woordje uitleg. Van de vorige eigenaar had ik gehoord dat de Scorp twee keer op een plaat in de Westerschelde was gevaren en twee keer volgelopen was. Het vrijboord van de boot is zo laag dat bij opkomend water de boot via de kuip volloopt voor hij de kans krijgt zich op te richten. Naar overlevering is de eerste keer groot materiaal gebruikt om de boot later te lichten, zelfs een dubbeldek vliegtuigje met filmcrew was ingehuurd. Een drijvend dok met kraan heeft de boot die vol zand zat gelicht. Bij de tweede stranding, nota bene op dezelfde plaat, heeft men met een enorme groep waterpolospelers de boot uitgegraven en rechtop gesteld tijdens een laagwater. Minne en Jaco, beiden eigenaar van de Scorp waren waterpolospelers. Puur mankracht.
Dus ik wist dat de boot bij opkomend tij zou vollopen en daarom als verloren kon beschouwd worden. De Scorpion was en is mijn huis. Alles wat me nog bleef van m´n voorgaande leven zat in dat bootje verstouwd. Echt grote waarde heeft de boot en zijn inboedel niet maar voor mij betekend het veel. We waren van plan een jaar later ons leven om te buigen, banen op te zeggen, te gaan reizen, en die Scorp was ons ticket om dat te doen. Ik zou alles verliezen behalve m´n bankrekeningen. Ok, ik kon een andere, grotere, moderne boot kopen maar zou toch voor die waarde teruggezet zijn. Jaren sparen voor leven onderweg, jaren van opoffering straks onder het plaatzand. Wilde er niet aan denken, weer jaren werk om een serieproduct om te bouwen tot het mij beviel. In de boot stak toen reeds twaalf jaar werk, restauratie en verbetering.


In noodsituatie´s ben ik op m´n best. Ben rustig, kan scherp denken, heb onuitputtelijke energie. Het was niet de eerste keer dat de wereld om me stuk ging, aanpakken verdomme. Waardevolle spullen ingepakt en bij Luc aan boord gebracht. Aan gevaar voor onszelf dachten we niet, je staat tenslotte op hard plaatzand. Dat er bij vloed kilometers ver alleen water is vergeet je en bovendien was Luc er met zijn boot. Twaalf uur had ik tijd iets te ondernemen. Het was ondertussen donker. Ik ga het kort maken, heb twaalf uur ononderbroken gewerkt, ben vergeten wat ik zo allemaal gedaan heb maar enkele belangrijke weet ik nog.
Als eerste alle afsluiters van de dieseltanks dichtgezet. Bij de op z´n kant liggende Scorpion zat de bakboordtank tweeënhalve meter hoger als de stuurboordtank, en via de ontluchtingen weglekkende dieselolie zou de hele boot voor jaren verpesten.
Ongeveer een ton materiaal van stuurboord naar bakboord gebracht. Onder andere 45 flessen Bernard Massard brut. Had ik net gekregen wegens m´n aanstaande verjaardag.
Samen met Luc en Ingrid een greppel gegraven, 8 meter lang, halve diep en breed, dan verzocht de boot met de kiel in die greppel te schuiven. Tevergeefs. Acht ton schuif je niet over het zand.
Hoofdanker met 50 meter ketting uitgebracht in de richting waarvan ik dacht dat er het meeste water zou staan. Ongelooflijk zwaar werk, je moet iedere meter ketting optillen en leggen. Drie keer het anker opnieuw begraven, zelfs een paar centimeter hoogteverschil is cruciaal.
Het supergrote Fortress anker uitgebracht, dwars op de boot aan de hoge kant. Begraven. 60 meter lijn aan de fokkeval gezet. Zodoende kon ik met de vallier de mast proberen verticaal winchen.
Een kuipkast deur gedemonteerd. Die op de harde zandbodem naast de boot als stut voor de spiboom die met een zesvoudige takel opgesteld werd naast de boot. Halend part naar de stuurboord winch. De spiboom werkte nu als een kraanarm, bevestigingspunt het schootoog voor de kluiver. Supersterk en op de grootste breedte van de boot.
Alle openingen aan de lage kant van de boot gestopt. Het ging maar door, twaalf uur in die koude, met naakte voeten die algauw bloedden van het zand. Alles moest geborgd worden, hier nog een lijn, daar nog een spring. We hadden geen licht behalve een piepklein zaklampje, een reclameprulletje. De stroom in de accu´s wilde ik sparen voor de motor. Binnen brandde de petroleumlamp. 

3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto: Nog vier meter zakt het water, dan is alles rond ons hard plaatzand. Hier steekt de kiel nog ongeveer 30 cm in het water. Het getijdenverschil is met springtij bij Bath 5,5 tot 6 meter. Het verdronken land van Saeftinghe sluit aan op "Onze " plaat. Levensgevaarlijk zonder gids.

Terwijl ik zo aan het werk was merkte ik dat de boot steeds dieper en schuiner kwam te liggen. Gek, want we lagen reeds uren op hard zand. Blijkbaar werd de romp in het zand gezogen door het wegsijpelende water. Dat plaatzand is bikkelhard. Je maakt nauwelijks voetafdrukken. Ik vertelde Ingrid niks, kon het zelf nauwelijks geloven. Had ergens een vage herinnering daarover eens iets gelezen te hebben. Iedere keer als ik aan stuurboord voorbij liep merkte ik de hoogte van dek tot zand op mijn arm. Vuist op het zand, dek tot m´n elleboog. Een uur later zes centimeter minder. Kon niks doen, behalve nadenken over wat ik volgende keer zou doen. Een deken of rollen touw of... maakt niet uit, " iets " tussen romp en zand proberen krijgen om het vacuüm te lossen. En een spade, zo´n opvouwbare uit een legerdump moest ik hebben, en......
We hadden wel wat voordelen in vergelijk met de vorige strandingen. Vroeger was romp en dek boven de waterlijn niet echt waterdicht. Uitgedroogd hout. Nu was de romp en het dek absoluut waterdicht. Een polyester huid over de romp en een nieuw teakdek. Dus daar waar vroeger langs dek en romp water kwam hadden wij dat niet. Wij hadden een supersterke motor en een werkschroef. Vroeger had de Scorpion een tien pk hulpmotortje. Wij hadden een ankerlier, zij niet. Ik had moderne bilgepompen geïnstalleerd, zij hadden een emmer. Dat deed me eraan denken, de zuigslang van onze grote handbilgepomp te verplaatsen naar het laagste deel van de boot. Dat vond ik makkelijk want de bakboord watertank was via de gootsteenpomp leeggelopen. De tank hing nu bijna een meter boven het keukenblok.

4

Grootste geluk was dat het weer meezat, en we in vergelijk met de Breskens plaat waar de beide vorige strandingen plaatsvonden ver inland lagen en dus weinig golven hadden.

Het nut van de " handy Billy" ofte touwtakel ben ik nooit vergeten. Heb nu een moderne versie, grote kogelgelagerde blokken. Met het halende part op de schootlier kan ik daarmee een ton hijsen. Ook heb ik de wrikriem zo gewijzigd dat hij dezelfde bevestigingspunten heeft als de spiboom en ik dus nu twee heftakels zou kunnen zetten.
Was het najaar voorheen op de wadden waar ik het idee voor de "wadstutten" zag. Op de Marlemonsche plaat zijn wadstutten nutteloos, het water zakt zo snel dat er geen tijd is de stutten te zetten.
Toen het water de boot omspoelde heb ik geen foto´s meer gemaakt, de helling was ondertussen zeker tien graden meer, zand tot net aan de dekrand. Griezelig.
Het plaatzand had de kleur en consistentie van basterdsuiker. Vochtig, je kon er balletjes van kneden.

Foto : Je ziet hoe hard het zand is. Vergelijk de hoogte van dek naar zand met de eerste foto. Het kastdeurtje op de grond, de spiboom met takelinrichting. Zo konden we helpen de Scorp op te richten. Toen het water eindelijk kwam stak het dek nog slechts een handbreedte uit het zand.

5Het water kwam. Ongelooflijk snel. Uit de verkeerde richting, het liep eerst om de bank en kwam uit het Oosten. Gelukkig geen wind en golven, dus niet erg. Ingrid zat in de kuip bij de schootlier. De schoot door twee grote drieschijfsblokken. Ze winchte tot de spiboom 10 cm krom stond, dan kwam ze kracht te kort. Ikke op dek bij de mast. Met de vallier draaide ik het ankertouw naar het Fortress anker zo hard op spanning dat ik het zaakje hoorde kraken. De mast was pas een maand nieuw. Het water bleef stijgen, de boot zat muurvast vastgezogen in het zand. Ik hoorde in het donker Ingrid schreeuwen van inspanning en frustratie en dan, met een zuigende woeschhhh loste de Scorpion zich uit het zand. In één beweging steeg de lage kant vijftig centimeter. We hadden gelijk de helling die soms tijdens het zeilen gemaakt word. Je voelde dat de boot weer dreef al was het nog met de kiel op de grond. Ingrid vertelde later dat we nog twee centimeter hadden voor de zee de kuip en dus de boot binnenspoelde.

Ik wist dat de boot zich nu alleen zou oprichten, ging gelijk met de bijboot het alluminiumanker halen. Toen de Scorp praktisch rechtop stond de motor gestart. De tien seconden voorgloeien waren de angstigste uit m´n leven. De startmotor haalde het nog net. Ikke aan de ankerlier winchen tot het bloed in m´n handen stond, Ingrid gaf volgas en draaide het roer van boord naar boord om te wrikken. Vijfenvijftig pk volle kracht, een 40 cm propeller voor een korvisser, de hele boot schudde. We sleepten de boot beetje bij beetje over het zand.
We hadden tijdens de miezelregen nacht op het hoge gangboord zittend met het miniatuurzaklampje het getijdeboekje bestudeerd. We zouden 3 cm minder water krijgen, waren precies met springtij vastgevaren. De geul die ik met een kookpot gegraven had was reeds lang weer uitgevlakt maar we haalden het. We kwamen los.

Foto: Hier is het hoofdanker uitgebracht naar SB voor, De lijn die de lucht ingaat is het uiteinde van de 60 meter ankerlijn vastgezet op de fokkeval. Daarmee trok ik de mast naar bakboord.

6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dieper water opgezocht, moeilijk in het stikkedonker en die miezelregen, dan wachten op Luc die hoger op de bank zat als wij. Kon de goede man niet in de steek laten daar in het donker op die drukke Schelde. We hadden alleen petroleum navigatieverlichting, dat hij ons heeft gevonden is een wonder. Ik was na het loskomen plots ingestort, had geen kracht meer, was zo goed als blind van moeheid.

Ook Luc kwam vrij, wij op weg naar Hansweert. Alweer een fout. We hadden ter plaatse moeten ankeren en een slaapje doen. Maar, het is de Westerschelde met zijn vele zeeschepen en een stroming waar je "U " tegen zegt en geef toe, wie ankert er in Nederland.
Net in de bocht van Bath hadden we dan een bijna aanvaring met de sleper die reeds een halve dag had liggen wachten op onze hulproep. Omdat ik hem slechts op het allerlaatste moment zag denk ik dat hij zonder licht naderbij gekomen is. Zeker ben ik niet, later beweerde Luc dat hij de lichten wel had zien komen. Op tien meter schoof die sleper aan onze boeg voorbij. Hartstilstand. Ik weet zeker dat die kerel ons opzettelijk zo heeft laten schrikken uit frustratie een zo makkelijke buit te hebben gemist. Ik was totaal stuk, door het plotse wegvallen van de adrenaline een wrak. Luc, een erg belezen leunstoelzeiler maar met weinig praktische ervaring heeft dan de leiding genomen en ons naar Hansweert gebracht. Ik was zo moe dat de hand GPS waardeloos was, ik kon het schermpje niet meer aflezen. Praktisch blind. In Hansweert waar we achter de sluisbeschoeiing wilden overnachten was de hel geëxplodeerd. Een gigantisch konvooi werkschepen met meer licht als tien voetbalstadions samen versperde ons de weg. Het is Ingrid geweest die ons heeft afgemeerd, ik was plat. Sindsdien duim ik weer. Geloof het of niet, vijftien minuten later zaten we met z´n vieren aan de Bernard Massard en hebben gefeest zoals alleen Legionairs dat kunnen.

Nog een paar opmerkingen :

Ik heb later bij Delta marina de kans gehad met de schipper van die stroper, sorry, sleper te praten. Hij bracht het wrak van een uitgebrande motorboot naar onze marina en onder een kopje koffie kwam een en ander los. Hij vertelde dat hij tijdens de zomermaanden om de paar dagen een jacht van de banken sleepte, dat was pas goede winst. Toen hij hoorde dat wij het geweest waren daar op de bank keek hij eerst een beetje zuur, kwam dan echter echt los.
Dat houten bootje had hij glad aan gort getrokken vertelde hij. Voorzichtig zijn betekend dat hij de waar soms niet van de bank af krijgt, dus geen betaling. Daarom word er getrokken tot het zaakje van de bank af is, ongeacht de schade. Verzekering betaald en daar gaat het om.
Opgelopen schade : De boot lag zo schuin dat het zuur grotendeels uit de accu´s gelopen was. Heb ik niet gemerkt, kon nog net zwakjes starten. Een week later waren de accu´s total loss, niet echt erg, het waren sowieso afdankertjes van klanten. Het zuur heeft zich gelukkig vermengd met het drinkwater uit de bakboord tank, die was leeggelopen. Geen zuurschade.
De motor heeft het zwaar te verduren gehad, rookte na onze stranding. Die Perkins is veel te sterk voor normaal gebruik in ons kleine bootje, werkt dan ook altijd bijna onbelast, nu was het bij volgas wel even anders. Tijdens de volgende winter heb ik de motor zelf uit de boot gehaald en gereviseerd, onder meer de demperplaat, een soort koppeling tussen motor en keerkoppeling was totaal aan flarden. Een wonder dat het zaakje nog liep. Nieuwe kleppen en zittingen gemonteerd, de rest was zo goed als nieuw.
Het spiboombeslag had een deuk in het kastdeurtje gemaakt en het deurtje was geknakt maar nog uit één stuk. Vervaardigd uit 20 mm betonplex, het bruine bekistingsmateriaal. Bijzonder sterk spul, de kracht op dat deurtje moet enorm geweest zijn. Gerepareerd en hergebruikt.
Verder geen krasje. Ik had zelfs de tijd om daar waar de hijstakel tegen het kajuitdak aan schavielde een plastic snijplank zo te bevestigen dat ze als bescherming diende.
Ook bij Ingrid geen schade. Alhoewel ze veel gebeden heeft is ze niet echt bang geweest. Ze was een echte hulp, al was het niet fysiek. Gelukkig kon ze voor me kijken tijdens de nachtvaart. Abadan, onze boordkat heb ik gelijk opgesloten in het toilet zodat ze niet kon gaan struinen op de plaat waar ze bij opkomend water zeker verdronken was.
Ik was reeds meerdere keren over die bank gevaren, altijd zonder elektronica, met slechts kaart en kompas. Had voordien een Dingy Dekka, beetje te langzaam om op de Schelde mee te navigeren dus gebruikte de Dekka alleen bij kustvaart naar Frankrijk. De GPS als nieuw speeltje heeft me even ( slechts één of twee minuten ) afgebracht van mijn "Gevoels navigeren " en dat was voldoende voor de stranding.
Zonder een flinke portie geluk was het alsnog fout gegaan. Misschien dankzij Ingrid´s bidden hadden we rustig weer en geen voorbijkomend zeeschip op het verkeerde moment. Een paar van die reuzen stoomden ieder uur langs, grote golven op de plaat werpend. Was er een gepasseerd net toen de Scorp met dek en kuiprand reeds in het water stak, nou, dan zeilde ik nu niet op de Med.
We hebben een zeer ruime kuip, schat dat er twee tot tweeënhalve ton water in kan. Eén golf en het was voorbij geweest.
De boot lag op het laatst zo schuin dat de kastdeurtjes nu als vloer dienden. Ieder die in fantasialand wel eens in het scheve huis geweest is weet hoe raar het is op de muur te lopen. Alhoewel de Scorpion muurvast lag werd Ingrid zeeziek bij het naar binnen gaan.
Ik denk er wel eens over hoe handig een elektrische ankerlier zou zijn, hier was zo´n ding totaal nutteloos geweest. Geen stroom en niet krachtig genoeg.

Login om te antwoorden

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: volgens mij is het nog niet helemaal gelukt met de emancipatie van de vrouw. Waarop ik deze conclusie baseer? Jarenlang empirisch onderzoek, oftewel eigen ervaringen. Of het nou ging om een van mijn eerste vriendjes die een trapeze hanger nodig had voor zijn Rondje Texel of latere lieven die volledige boten wilden vullen met mannen voor hele weken offshore; de meegevraagde heren trokken hun laarzen aan, gooiden een pak in een tas,  deden er een paar schone sokken en een onderbroek bij en weg waren ze. Dag vrouw, dag kinderen, dag lief, tot volgende week en als ik niet opneem dan is mijn telefoon nat geworden, niet ongerust maken he.

damesbootHoe anders blijkt het te zijn met een damesboot! Dan heb ik het niet alleen over het formaat van de tas – de gemiddelde vrouw neemt voor een weekendje boot net wat meer mee dan alleen schone sokken – maar vooral om de moeite die gedaan moet worden om voldoende tassen met bijbehorende dames aan boord te krijgen. Nou hebben we ook best een eisenlijstje, dat moet ik ook wel toegeven…

Hoe dat eisenlijstje er uit ziet? Nou, primair varen we voor ons plezier. We kunnen best fanatiek worden, zeker als we dreigen een goede prestatie neer te zetten, maar de gezelligheid is wel primair.

 

 

We varen de woensdagavondwedstrijden voornamelijk omdat we het zo’n Knorr-momentje vinden: het breekt zo lekker de week. Waar we die week in de eerst jaren vooral onder het genot van een drankje die week braken, dat zeilen was maar bijzaak, is dat inmiddels anders. Flesjes water gaan er tegenwoordig doorheen. Pas na de laatste keerboei het eerste biertje, maar dan vinden we het weer niet gezellig als je van de blauwe knoop bent.

Verder is zeilen op de meidenboot niet te vergelijken met zeilen op een andere boot, die meestal meer heren dan vrouwen aan boord hebben. De verschillen zijn zowel positief als negatief. We schelden niet op elkaar, uit principe. Dat we daarmee af en toe ook wat broodnodige peper in de reet missen, nemen we maar voor lief. Verder hebben we tuig-technisch ook wat dingen aangepast die al menig heer de wenkbrauwen heeft doen fronsen. Ik ken verder geen enkele andere boot waar je met twee man het voorlijk moet trimmen: een aan de lijn die de giek naar beneden moet trekken en een op die giek, om met het gewicht dat trekken een beetje te helpen.

We weten wel dat het misschien handiger is om de spival en andere vallen naar de kuip te laten lopen, maar dan wordt het zo’n bende aan lijnen en we krijgen dan allemaal de neiging die op te schieten, in plaats van ze gewoon naar binnen te gooien. We houden niet van rommel.

Hoewel er ook altijd beweerd wordt dat vrouwen kampioen multitasken zijn: aan boord kunnen wij het in ieder geval niet. We geven de schuld daarvan aan de hinderlijk in de weg zittende overloop, die de kuip in twee delen deelt, waardoor je nergens bij kan. Als roerganger de genua wegrollen? Past niet, zit te ver uit elkaar. En dan zijn er nog de dingen die we Diricawl amper kwalijk kunnen nemen maar hooguit onszelf: we gaan niet vaak genoeg naar de sportschool. De genua is bijna 24 vierkante meter: als daar een beetje wind in staat en je wilt die snel binnen hebben, dan heb je eigenlijk armen als een Oostduitse  kogelstootster nodig. Dat staat niet mooi bij een haltertopje, dus wij hebben een andere manier verzonnen: een hangt aan de schoothoek en de ander draait door. En dan nog willen we dat draaien nog wel eens wisselen, anders heb je op maandag zo’n spierpijn. Ja, watjes zijn we. Het maakt voor ons de ideale weekendbemanning dus vier of vijf vrouw sterk. We willen af en toe ook wel wat eten of een drankje, dus de catering moet onderweg ook geregeld.

Vier of vijf vrouwen blijken zich echter niet zo te kunnen gedragen als een zelfde aantal heren: tas pakken en wegwezen. Nee, wij dames kunnen veel minder gemakkelijk weg in het weekend. Kinderen op  sportclubs, opa’s en oma’s die zich ook niet steeds willen vastleggen, mannen met banen op zee of ‘gewoon’  zelf drukke agenda’s: als wij de invasie bij Normandië hadden moeten regelen thuis hadden we hier nog steeds Duits gesproken. Het Lukt Gewoon Niet. Met als gevolg dat we afgelopen jaar niet een keer in een tent bier hebben staan drinken: de twee keer dat het eventueel had gekund woei het zo hard dat we van te voren al besloten hadden niet te gaan varen.

Dat moet anders volgend jaar. Sail4Charity, Mosselrace, Vlissingen-Blankenberghe, maar ook openingstocht, sluitingstocht, Delta Week, 8 uur van de Oosterschelde: ik wil, moet en zal ze varen. Of het in ieder geval proberen. Oh, had ik dat al gezegd? Diricawl heeft ook nog eens een stronteigenwijze schipperse!

Login om te antwoorden

Ode aan de toren.

speijk

Baken in ondoorzichtig weer. Met elk zijn eigen karakter. letterlijk en ook nog eens figuurlijk. Soms voorzien van een misthoorn en in  vroeger   tijden vaak uitgevoerd als een simpel vuur bovenop een duin. Soms zelfs ontstoken door snode lieden met minder goede bedoelingen. 

Heden ten dagen stralen vuurtorens naast hun licht ook vertrouwen uit. Vertrouwen op een behouden thuiskomst na misschien wel de zoveelste zware week op zee. Soms nog vertrouwender dan de eigen havenmonding blindelings binnen te varen is het eerste contact met de vuurtoren in de verte, wetende dat het thuisfront naderbij is. Zichtbaar als  minuscuul  licht aan de horizon op grote afstand en soms nog maar een paar zeemijlen weg.

Ook voor de landrot straalt de toren  vertrouwen uit. Er gaat geen avond voorbij dat de toren niet zijn specifieke lichtkarakter over het landschap en door het slaapkamerraam laat schijnen. 4 x flash en eenzelfde periode duisternis. Heel karakteristiek. En dat achter elkaar. Uren, nachten, dagen en maanden. 

Tegenwoordig bieden de torens ook andere mogelijkheden. Maar nog steeds is op al die mogelijkheden het woord vertrouwen van toepassing. Basis voor straalverbindingen en radarposten. Meteo-ondersteuning en soms -heel soms- ook nog als huisvesting voor de vuurtorenwachter. 

Herkenbaarheid geldt niet alleen ´s nachts. Ook overdag duidden zijn kleuren, vorm en  symbool een stuk kust aan. Daar stáát die toren. Ik sta voor mijn werk. En of het nu dag of nacht is, via mijn kleur, vorm en karakter leid ik je naar een veilige plaats. Ongeacht in welke hoedanigheid je jezelf op zee bevind. De toren staat er altijd. 

Onverschrokken de elementen trotserend. Vele decennia  lang. Gietijzer, beton of baksteen. Maar altijd onverschrokken. Veel eisen zij niet. De enige wens is een lik verf en regelmatig onderhoud. Maar verder staan zij daar altijd. Als baken voor de landrot welke niet meer zonder zijn vertrouwde verschijning kan. Maar zeker voor de varensgast welke op vele manieren vertrouwt op zijn aanwezigheid. Dag én nacht.

   
   
   
   
© Zeilersforum.nl