Welkom  

   

Mijn Menu  

   

What's Up  

za feb 23 @12:00AM - 12:00PM
Wintermeeting 2019
   

Wedstrijd  

zo mrt 10 @11:00AM -
Grevelingencup inhaalwedstrijd
za mrt 23 @11:00AM -
Grevelingencup finale
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

Het is tenslotte vrij zeldzaam dat een boot van deze leeftijd (bouwjaar 1989) voorzien is van PBO verstaging. Voor de niet-ingewijden onder ons: PBO staat voor Polybenzobisoxazole en is een zeer sterk en licht materiaal dat vrijwel niet rekt. De kunststofvezels worden onder hoge spanning gewikkeldin de lengterichting, waarna ze gecomprimeerd en vacuüm getrokken worden. Tenslotte gaat er een kous overheen om het geheel te beschermen tegen UV-licht. Lichtgewicht, minder rek dan de traditionele staaldraadverstaging, hogere breeksterktes dan bij rod rigging, ideaal materiaal voor verstaging dus. Toegepast op de dwarsscheepse verstaging van de boot betekent PBO in ieder geval dat de mast naar buiten toe voortreffelijk ondersteund wordt.

 

PBO verstaging
PBO verstaging

Hellen en Michel zijn zeer open over hun keuze voor deze tuigage. Het doel is geweest om een tuig te maken dat onder licht weer prima presteert zonder dat er zorgen hoeven te ontstaan bij een toename van de wind. 'Oversized' is hierbij het sleutelwoord; liever alles een maatje te groot zodat het ook in zwaarder weer heel blijft, dan net te krap waardoor de boel breekt als het serieus gaat waaien. Er is een forse investering nodig geweest om de boot op deze manier te tuigen, maar het resultaat is een boot die nog vele jaren goed mee kan varen. Hoe goed dat is zullen we merken zodra we onder zeil zijn.

Rondje boot
We gaan echter eerst het schip maar eens verkennen. Bij het bestijgen van de boot via de gangboorden valt allereerst op dat er een zee van ruimte is voor je voeten: ik kan met gemak haaks op de boot gaan staan en houd nog ruimte over om mijn schoenen te bewegen. Dat belooft wat voor het veiligheidsrondje, maar eerst wil ik naar binnen.

We dalen het kajuittrapje af naar de salon. Aan bakboord vinden we de kombuis in L-vorm, voorzien van oven, koelkast en dubbele spoelbak. Er liggen geen vloerdelen over de binnenschaal die hier van antislip-profiel is voorzien; dat werkt wel zo prettig als het schip onder helling vaart. Achter de kombuis is ook de toegang naar de achterkajuit, waarin mooie kastruimte verwerkt is en een lekker groot tweepersoons bed met een lengte van 2 meter.

 

Kombuis
Kombuis
Achterkajuit
Achterkajuit

 

Aan stuurboord van de trap vinden we de kaartentafel in langsscheepse opstelling (handig wegklapbaar stoeltje voor de navigator) en daarboven het instrumentarium van dit schip.

 

Salon
Salon

Het geheel oogt verzorgd, er is genoeg werkruimte en het in hoogte verstelbare stoeltje zit verbazend goed. Achter de kaartentafel is de deur naar de natte cel die, in vergelijking met bijvoorbeeld een First 31.7, toch wel erg ruim is. De wastafel is voor het toilet geplaatst en heeft een (antislip) sta-vlak van 70x70 cm, pas daarachter is het toilet. Achter het toilet is nog een kastenwand te vinden. Nog meer opberggemak vinden we in de deur, die voorzien is van een soort vakjessysteem van polyester. De ontwerper van deze natte cel heeft duidelijk gekozen voor een tekening waarin 'het gemak' ook daadwerkelijk een gemak is.

 

Natte cel
Natte cel
Image

 

Terug in de salon kijken we naar voren uit over 2 langsbanken, gescheiden door een opklapbare tafel. De rugleuning is afneembaar, geklemd tussen de schotten steekt deze dan een klein stukje uit boven de kussens van de banken zodat je 2 extra zeekooien tot je beschikking hebt (lengte: 190 cm). We hoeven ook hier niet te zoeken naar kasten: die zitten echt overal en zijn werkelijk enorm door de brede gangboorden. We blijken ook spullen kwijt te kunnen onder de vloer, toegankelijk middels een paar smalle luikjes in de vloerplaten. Vluchtluik en een viertal ramen zorgen voor voldoende daglicht.
De punt van de boot is gescheiden door een deurtje, heeft een goed breed bed van ruim voldoende lengte (200 cm) en een eigen vluchtluik dat een beetje wazig is door het craquelé.

De 'heavy stuff' is netjes verdeeld over het schip. Zo vinden we de dieseltank terug op de bodem van de bakskist, veel lager konden ze deze niet kwijt. De watertank van 90 liter bevindt zich in de bakboord kajuitbank naast de kajuit en in de bank aan de overkant is een accu geplaatst tegn het schot. Een tweede accu is verstopt midscheeps onder het bed in de achterkajuit. Alle grote gewichten zijn daarmee zo laag mogelijk geplaatst en dat vaart wel zo prettig.

De binnenruimte van dit schip is voldoende voor een langer verblijf van zeker 4 personen. Ook eventuele logés zullen hun spullen prima kwijt kunnen, al moet je daar wel een stukje salon voor verbouwen. Dit is echter een zeer simpele ingreep waarvoor je niet eens de tafel hoeft in te klappen.

Buitenom
We gaan naar buiten om de rest van het schip te verkennen.

 

Image
Brede gangboorden

De gangboorden lopen goed door langs de kuip en de instap naar de kuip is niet al te diep. Mooi detail is de buiskap, deze is voorzien van een extra buis aan de achterzijde, onbekleed, bedoeld om je aan vast te houden. De kuip zelf is voorzien van teak banken die licht achteroverhellen. We treffen een stuurwiel aan met vlak daarvoor de grootschootoverloop dwars over de gehele breedte van de kuip. Zes forse Andersen self-tailing lieren blinken ons tegemoet: twee op het kajuitdak, 2 schootlieren en 2 bij de positie van de stuurman. Die laatste zijn bedoeld voor de bakstagen en zijn zo geplaatst dat de stuurman ze eenvoudig kan bedienen. Zitplaats is er voor 6 volwassenen, waarbij 2 man achter het vrij grote stuurwiel plaats moeten nemen. Een klein raampje aan bakboord onder de kuipbank verraadt de aanwezigheid van een achterkajuit. Aan stuurboord vinden we de bakskist onder de bank. Door een opening van 45x90cm is een behoorlijke ruimte verstopt die ruim een meter diep en breed, anderhalve meter lang is. Een paar rekjes delen de ruimte in bruikbare compartimenten in.

Image

Als we een rondje van stuurboord kuip naar bakboord kuip over het voordek gaan maken, treffen we de al eerder genoemde PBO-verstaging op ons pad aan. Deze dwingt ons te kiezen: binnendoor of buitenom. Gelukkig blijkt het weinig uit te maken, aan beide zijden is voldoende ruimte. Na de verstaging valt echter op dat er geen handgrepen zijn. Het profiel van het dek is behoorlijk ruw en geeft goed grip, maar als het voordek nat wordt en we varen onder helling, dan moet ik hier toch even zoeken naar houvast.
Het voordek zelf is, mede door de korte, smalle opbouw, lekker ruim. De ankerbak aldaar is dusdanig van omvang dat we daar tijdens het varen de helft van de fenders in kwijt kunnen. We zien ook een Seldén boegspriet liggen met eigen tackline, doorgevoerd naar de kuip. De zoveelste hint dat deze boot graag wil zeilen... via het gangboord met grote genuasledes (even opletten dat je er niet op gaat staan) lopen we terug naar de kuip om onze nieuwsgierigheid naar het zeilgedrag van deze boot te bevredigen.

Onder zeil
Hadden we de PBO-verstaging al genoemd? :D Bij een korte inspectie van de tuigage van de boot komen we nog meer leuke dingetjes tegen: top runners (dubbele achterstag vanwege uitgebouwd grootzeil) en fractionele jumpers (bakstagen die ter hoogte van het aangrijpingspunt van de voorstag aan de mast zitten) beloven uitgebreide trimmogelijkheden voor de mast, na het verwijderen van huik en rocon komen we laminaatzeilen tegen en alle lijnen zijn van dyneema gemaakt en verjongd. De boegspriet suggereert een extra voorzeil, die in de vorm van een Code Zero (ook laminaat) aanwezig blijkt te zijn. Een Code Zero is een iets vlakker gesneden halfwinder die daardoor oprolbaar is om zijn eigen voorlijk. Het is duidelijk dat deze boot maar één ding wil: zeilen! Dat gaan we dan ook doen.

We verlaten de haven van Stellendam en worden begroet door een zonnetje, rustig water zonder golfslag van betekenis en een windje van gemiddeld 12 knopen. Het grootzeil zetten we net niet in de wind om geklapper tegen te gaan en het zeil netjes langs de bakstagen te geleiden tijdens het hijsen; hiervoor gaatt Michel even naar het voordek want de lier voor het grootzeil zit aan de mast. Hijsen kan vanuit de kuip maar als er handen genoeg zijn is hijsen bij de mast simpeler. Het zeil zelf blijkt na drie jaar nog in nieuwstaat te verkeren, mede door de nette behandeling (altijd huik erop na het zeilen).

Image

De fok rollen we uit zodra we afgevallen zijn naar hoog aan de wind (de boot loopt dan al ruim 4 knopen) en we kiezen een halvewindse koers om aan de boot te wennen. Het schip maakt nu zo'n 15 graden helling en de snelheid loopt bij deze koers op tot ver boven de 6 knopen, in vlagen (15-17 knopen) tikken we de 7 knopen aan. De roerdruk is niet noemenswaardig, het schip is licht loefgierig. De stabiliteit van de boot bewijst zich in windvlagen en in de golfjes die zich opgebouwd hebben: iets meer helling vertaalt zich al snel in een merkbare toename van de snelheid. Tegelijk horen we dan een vreemd brommend geluid, dat veroorzaakt wordt door één van de bladen van de vaanprop die blijkbaar weigert de vaan-positie in te nemen.

Als stuurman achter het roer heb je een goed overzicht van de boot. Op de stuurkolom zijn de meest essentiële instrumenten (kompas, wind, stuurautomaat) aanwezig en in het schot vinden we nog een tweetal displays voor diepte en log.

Image

Op een bakstagwindje gaan we de Code Zero uitrollen. Dat is relatief veel werk, volgens mij wil je dat alleen doen als je langere tijd dezelfde koers gaat varen. Een deel van het werk kan je al voorbereiden in de haven natuurlijk, maar het zal toch allemaal moeten gebeuren: zeil aan dek leggen, boegspriet prepareren, reeflijn naar achteren brengen, schoten aanbrengen en dan kan het zeil de mast in. Je hebt hiervoor 1 man nodig op het voordek en 1 man in de kuip, daarnaast natuurlijk de stuurman nog. Lijkt veel, maar een spi zetten is minimaal net zo bewerkelijk. Na een seintje van de voordekker dat alles gereed is, laten we het zeil door de wind gecontroleerd uitrollen. Prachtig gezicht!

ImageImage

We kijken echter niet alleen naar het mooie zeil, we zijn vooral benieuwd naar de winst die deze actie ons heeft opgeleverd. Plat voor de wind varend met ingerolde fok liepen we rond de 5 knopen, maar met het uitrollen van de Code Zero zijn we zo'n 20 graden afgevallen en we zien de snelheid daar toenemen tot ruim boven de 7 knopen. Het was het werk dus zeker waard! Bovendien blijkt de boot op deze koers heerlijk op het roer te liggen, je hebt geen last van invallende spi's of andere ongein. Ook een gijpje is gewoon goed mogelijk, bij veel wind rol je de Code Zero even in maar in lichter weer valt er prima 'binnendoor' te gijpen (het zeil wordt dan tussen voorlijk en fok door getrokken). Buitenom gijpen is ook nog een optie, dan trek je het zeil over zijn voorlijk heen naar de andere kant. Al met al is een dergelijk groot en bol voorzeil echt een toevoeging waaraan je veel plezier kan beleven. Je gaat hard, de boot is goed te controleren zonder dat je de zenuwachtigheid ervaart die een beetje eigen is aan het spinnakeren.

De Code Zero is tot ongeveer halve wind te gebruiken, maar we moeten ook weer terug naar de haven en dat betekent opkruisen. Het voorzeil moet dus weg, in de omgekeerde volgorde van het hijsen uiteraard. Hier openbaart zich een klein aandachtspuntje: het zeil heeft sterk de neiging zichzelf weer uit te rollen, je kunt het beste even een steekje in de doorlopende reeflijn van de Code Zero leggen tot het zeil gestreken is. Ongecontroleerd uitrollen gaat met veel geklapper gepaard en da's niet goed voor zeil en boot.

Als het zeil netjes opgerold is en in de gangboorden opgevouwen ligt, gaan we hoger aan de wind sturen. De fok wordt behoorlijk strak doorgehaald, we spelen wat met de genuakarren (die naar het zich laat aanzien volgend jaar vanuit de kuip bediend zullen kunnen worden) en vinden de optimale trim voor deze koers. Hier komen de laminaatzeilen goed tot hun recht: ze staan strak als een plank, nergens is ongewenst geklapper te vinden en kreukeltjes zijn ook al niet zichtbaar. Met nog steeds dezelfde 12 knopen wind lopen we hoog aan de wind net iets meer dan 6 knopen, we kunnen nog wel hoger varen (zo'n 20 graden aan de schijnbare wind) maar dan zakt de snelheid in naar 5,5 knopen. De Dehler 34 blijft nog steeds netjes controleerbaar en rustig op zijn koers, het waait inmiddels een dikke 5 Bft over dek maar de boot laat zich daar niet door verrassen. Windvlagen worden eenvoudig opgevangen door even met de grootschootoverloop te spelen om de overtollige wind uit het achterlijk te lozen. De boot geeft hierbij geen krimp; het enige opmerkelijke is dat zelfs bij relatief weinig wind de gangboorden aan de lage kant toch wel nat gaan worden van buiswater. Ook op de andere trimmogelijkheden van de tuigage reageert de boot lekker vlot; de zeiler die werk maakt van de boottrim heeft al snel eer van zijn werk. Een kort wedstrijdje laat duidelijk zien dat we ondanks de leeftijd van de boot nog altijd bovenin het klassement mee kunnen varen.

Op de pruttel
Terug in de aanloop naar de sluizen van Stellendam starten we de motor. De gashendel wordt met een paar zeilbandjes verhinderd ongewenst terug te schieten naar neutraal; prima tijdelijke oplossing als je (zoals de meesten van ons) liever zeilt dan motort. Motorgeluid is er wel, je hoort de tweepitter zijn werk doen maar erg storend is dat niet. Ook binnen is het geluid netjes binnen de perken.

Dat het schip soepel door het water beweegt merk je ook tijdens het varen op de motor: als deze in zijn werk staat lopen we al ruim 1 knoop, waarbij de wielwerking redelijk sterk aanwezig is. Bij manoeuvreren op kleine ruimte moet er dan ook even vakkundig gespeeld worden met de gashendel. Doe je dat netjes dan is de boot prima te controleren.

Verder is de motor goed afgestemd op het schip: de normale kruissnelheid ligt op 5,5 knoop en als je echt haast hebt geef je wat meer gas om een knoopje harder te varen.

Conclusie
Dit schip is lekker uitgebalanceerd voor lichte tot matige wind en weet daarbij een optimaal voortstuwend vermogen te leveren. Vanaf grofweg 5 Bft mag er een rifje in, puur om de boot comfortabel te blijven varen. Op een paar details na is dit exemplaar uit de Dehler 34-reeks in topconditie en zal de eigenaren nog jaren plezier kunnen verschaffen. Want plezier beleef je wel als je vaart met deze boot. Het werk aan dek en zeilen geeft veel voldoening omdat de resultaten van je handelen snel zichtbaar zijn.

Het leefcomfort onderdeks is dik in orde, ook hier is alles in goede staat en voldoende ruim voor een langer verblijf aan boord.

Image

Het rapport met testgegevens vindt u in de Downloads-sectie.
Reageren op dit artikel kan op het forum.

Login om te antwoorden
   
   
   
   
© Zeilersforum.nl