Over rijkdom gesproken.
Afgelopen zondag, 6 september 2026, op het IJsselmeer bij Lelystad.
Zo’n dag waarvan je ergens al weet dat je hem later zult missen. Een mooie wind, een warm zonnetje en dat zachte licht dat verraadt dat de zomer op zijn laatste benen loopt. Misschien wel een van de laatste echte zomerdagen van 2026.
Het is druk op het water. Alsof iedereen hetzelfde heeft gedacht: nog één keer. Nog één keer met het gezin naar buiten. Nog één keer de zeilen hijsen, de wind voelen en het land achter je laten voordat de herfst zich onherroepelijk aandient.
Tussen al die boten vaart een vader met zijn zoon in een Valk.
Geen groot schip. Geen luxe. Geen glimmend teakdek, bemanning of helikopter aan boord. Gewoon een Valk.
Het kleine bootje snijdt dapper door de golven en zoekt parmantig zijn weg tussen de andere zeilboten. Af en toe slaat het water over de boeg en spat het omhoog. Ach, wat geeft het. De zon droogt het straks wel weer. Natte kleren horen bij zeilen, net als touw dat door je handen glijdt, de geur van het water en de wind die soms nét iets harder blaast dan je had verwacht.
De zoon heeft de fok in zijn handen. Geconcentreerd voelt hij aan de schoot, kijkt naar het zeil en naar de wind. Zijn vader zit bij hem. En kijkt.
Zo’n blik die misschien maar een seconde duurt, maar waarin eigenlijk alles zit. Trots. Vertrouwen. Misschien ook een beetje verwondering over hoe snel zo’n jongen groot wordt.
Misschien denkt hij terug aan de eerste keer dat zijn zoon meevoer. Aan kleine handen die nog niet sterk genoeg waren om een schoot aan te trekken. Aan eindeloos veel vragen. Aan broodjes uit een plastic trommel, limonade in de kuip en “mag ik ook even sturen?”
En nu zit diezelfde jongen daar. Alsof hij nooit anders heeft gedaan.
Op de achtergrond vaart ondertussen iets totaal anders. Ulysses.
Een haast pervers groot schip van 102,54 meter lang, 15,50 meter breed en met een diepgang van 3,85 meter. Een in Nederland gebouwd Feadship van de Nieuw-Zeelandse miljardair Graeme Hart, die zijn fortuin verdiende in de verpakkingsindustrie. Het schip is onderweg naar de werf in Makkum en vaart onder de vlag van de Marshalleilanden.
Dat laatste zal ongetwijfeld allemaal heel verstandig geregeld zijn. Iets met fiscalisten, vennootschappen en regels waar mensen met een Valk doorgaans weinig last van hebben.
Voor de prijs van Ulysses kun je waarschijnlijk een meerdere jachthavens vol Valken kopen.
En toch.
Als ik naar deze foto kijk, weet ik eigenlijk niet wie hier de rijkste is.
De man met dat enorme, honderd meter lange jacht? Of die vader, daar in dat kleine open zeilbootje, op een van de laatste warme dagen van het jaar, terwijl zijn zoon naast hem de fok bedient?
Want Ulysses zal over een paar minuten verdwenen zijn achter de horizon.
Maar misschien vertelt die jongen over dertig of veertig jaar nog steeds over die middag op het IJsselmeer.
Over die wind.
Over dat opspattende water.
Over die oude Valk.
En over zijn vader die naast hem zat.
Het Valkje heet "Dolce far niente", de zoetheid van nietsdoen.