Gijper schreef :
Ik denk dat dit plaatje aardig klopt. Echt inzicht geeft deze benadering echter niet, aangezien veel van de getekende krachten een statische reactiekracht hebben om het zeil in de gewenste stand en vorm te houden.
Wat gebeurt (er in het geval van het grootzeil) indien:
1) je het lummelbeslag losmaakt: spanning op onderlijk tussen halshoek en schoothoek wordt volledig door interne compressie in giek opgevangen
2) je deze giek vervolgens muurvast aan de (niet roterende) mast zou lassen (de grootschootkrachten vormen dan een buigend én draaiend moment op de mast)
--> de voorwaarde component
moet en kan dan slechts via die vastgelastte lummel naar de mast worden geleverd en via de mast op de romp.
Val zou dan idd voornamelijk voor helling zorgen.
Veel interessanter wordt het als je je verdiept in de lokale (niet globale) krachten die op het zeil werken. Hoe je zo'n zeil precies vastmaakt aan de romp maakt helemaal niet uit namelijk. Een ongestaagde mast met vastgelastte giek zonder grootschoot zal precies hetzelfde resultaat geven als dezelfde zeilstand en -vorm bereikt door neerhouder, schoot en tig trimlijntjes.
Uiteindelijk komt het neer op het aerodynamisch verhaal van drag (meerdere vormen!) en lift.
Maar je topic ging over globale, resulterende krachten en volgens mij klopt dat wel (goed genoeg om niet verder te hoeven uit te werken wat mij betreft)