roozeboos schreef :
domme vraag, maar heb dat ooit begrepen. kwart ton is toch 250 kilo?
Meet formules zijn altijd een beetje vaag geweest in dat opzicht.
Het begon met een handicap correctie naar lengtemaat. Bijvoorbeeld een boot kreeg dan een handicap uitgedrukt in voeten. Een boot van 41 voet moest dan sneller zijn dan een boot van 40.9 voet, al zou de een bijvoorbeeld wel twee keer zo lang kunnen zijn als de ander.
Daarvoor was het bijvoorbeeld een lengte maat in meters. Zo heb je bijvoorbeeld de bekende 12 meter, 5.5 meter, 6 meter klasses. 12 meter is het bekenste vanuit de America's cup. Voor deregelijke klasses moest de uitkomst van de meetformule 12 of kleiner bedragen. voor de 5.5m klasse moest het getal kleiner zijn dan 5.5 terwijl de 5.5m boten vaak wel een meter of 9 lang waren. Zo moet je bijvoorbeeld bij een langere boot compenseren door met minder zeiloppervlak te tuigen om binnen de meting te blijven. Het is dan aan de ontwerper en de zeiler om vast te stellen wat de ideale combinatie is, vaar je voornamelijk in en gebied met veel wind, dan zorg je voor een kleiner tuig icm met een langere romp. Een meetformule in dit geval wil zeggen dat zaken als zeiloppervlak, gewicht, lengte, breedte, diepgang etc. allemaal met elkaar vermenigvuldigd werden in combinatie met wortels van het een en ander en de uitkomst van de soms wel 2 pagina tellende formule is je handicap. De verschillende klasses hadden dan als maximum een bepaalde handicap en konden dan zonder te rekenen tegen elkaar varen.
Omdat ze met de IOR wat "nieuws" nodig hadden, hebben ze het getal toen een gewichtsklasse genoemd. Feitelijk is een dergelijk getal eenheidsloos, maar het praat makkelijker om er een naam aan te hangen. De IOR is dus voor een gewicht gegaan. De kunst was dus om een boot te ontwerpen die met alle input informatie op 0.25, 0.5, 0.75, 1 of twee uit kon komen. Als je daar op uit kwam of net onder kon blijven, dan konden de boten zonder handicap tegen elkaar zeilen, al deze "ton klasses" konden onder hun handicap ook tegen elkaar varen want de formule regel was dezelfde, alleen omdat het getal hoger mocht zijn bij de zwaardere klasse kreeg je dus ook grotere boten met meer tuig. Zo zijn dus de klasses van de kwart, half, driekwart, one en two ton ontstaan. Feitelijk niet anders dan de 12m, 6m en 5.5m klasse, maar met een totaal verschillende handicap berekeningsformule.
In moderne meetsystemen word dit princiepe niet meer echt toegepast, al worden er nog wel nieuwe 5.5 en 6 meters gebouwd. Nieuwe IOR tonners zijn er voor zover ik weet niet meer gebouwd.
Wat ze nu doen is maximale of minimale maten neerzetten voor een bepaalde boxrule klasse. Zo is er bijvoorbeeld de mini 650, open 60, class 40, volvo 70 etc. en daar staan zaken als maximale lengte, breedte, diepgang, masthoogte, minimale stabiliteit soms maximale stabiliteit etc in de klasse regels vast gesteld en kun je als ontwerper alles doen wat je wilt binnen die set aan regels.