Dieppe is een alleraardigst Normandisch stadje, waar we 2 dagen zijn gebleven wegens harde westenwind. Het kasteel aan de westkant van de haven is prachtig, maar ook de rest van de stad is gezellig. Grappig is het grote verval, wat in de haven natuurlijk opvalt aan de hoogte van de kademuren.
Dinsdag was het prima weer om naar Fecamp te zeilen. Een flink kruisrak, dat wel. We begonnen met rif, wegens vlagen tot 21 knoop volgens het weermodel. Dat viel wel mee, dus het rif ging er direct weer uit. Lange slag naar buiten met de stroom mee, en iets kortere slag weer naar binnen. Helaas viel toen de wind weg, en begon na een tijdje het tij tegen te staan. Toch maar de motor aangezet om nog met daglicht Fecamp te bereiken. Prachtig, het avondlicht op de enorme krijtrotsen die ik nog ken van mijn kindertijd. Destijds sleepte ik, tot ergernis van mijn pa, kilo's vol geodes aan boord die ik aan het strand van Fecamp had opgesnorkeld. Ze liggen nog steeds in mijn werkkamer. Nu, 40 jaar later is er weinig veranderd in dit kustplaatsje. Na een bezoek van het mooie Benedictijnenklooster (aanrader!) en 2 oude kerken, beklommen we ook nog even de hoge klif aan oostkant van de haven. Prachtig uitzicht heb je daar.
Na een ochtendje Fecamp, was het eigenlijk ideaal weer en gunstig tij om door te gaan naar Le Havre. Om 14:00 breekt de zon door, en steekt er een noordoostenwindje op, hoe mooi wil je het hebben als zeiler?
East of the Sun glijdt met de genaker op langs de spectaculaire rotspartijen van Etretat. Wat een feest. Daarna gijpen we nog een keer, voor het laatste stukje naar de ingang van de Seine. De wind neemt toe tot 18 knoop, de vaargeul wordt smaller, en er is veel grote scheepvaart. Eraf dus, die genaker! We motoren Le Havre binnen (niet al te diep met LW!), en vinden een prima plekje aan de O-steiger voor de komende tijd. Met een pannetje mosselen sloten we de dag af.