Zeehonden kijken met de Brandaris
Zeehonden kijken kun je soms vanaf je eigen boot, maar niet overal en altijd. Hoe bijzonder is het om met de gerestaureerde reddingsboot Brandaris het zeegat naast Terschelling in te trekken? We gaan naar de zeehonden kijken op de rand van de banken. Even verderop staan volop brekers, veroorzaakt door windkracht 5 tot 6 Beaufort uit het noordwesten.
Ooit was het Boomkensdiep het vaarwater waardoor de Brandaris, en later ook de sleepboot Holland, bij slecht weer naar zee gingen als er een schip in nood was. Nu kijken we tegen een stevige branding aan die op de andere kant van de plaat staat. Ook verderop in het zeegat staat het vol schuim. De boodschap is duidelijk: hier kun je niet verder. We zijn er rond hoogwater en springtij. Samen met de extra verhoging door de doorstaande wind verdwijnt de plaat vrijwel helemaal onder water, maar er is nog net een randje over voor de zeehonden.
Achter de platen valt de zeegang mee, en de Brandaris kan veel meer hebben. Je krijgt wel nog meer respect voor de bemanning van destijds als je bedenkt dat de grotendeels open stuurstand nauwelijks beschutting bood. Met de maximale snelheid van 8 mijl op vlak water duurde een reddingstocht een stuk langer dan tegenwoordig. En wie erin slaagde vanaf het zinkende schip aan boord te komen van de Brandaris, vond een krap vooronder waar de geredden veilig onderdeks werden opgeborgen, als haringen in een ton. Dat was wel een soms sterk rollende ton, want door de rompvorm kan het schip behoorlijke slingers maken met het zeetje dwars.
Als je weer eens op Terschelling bent, loop dan vooral even langs. Of boek een tochtje als je in het juiste seizoen op het eiland bent.