Franeker, de eerste opening van de brug in de ochtend. Onze kant van de brug krijgt rood-groen. We varen met 5 boten langzaam op, ik lig het dichtst bij de brug als deze opent. Aan de andere kant van de brug zie ik een stalen kruiser.
Ik heb geen boegschroef, ook geen schroefwater op het roer. Hierdoor moet ik blijven varen om koers te houden, vooral met wat wind. Ik kien het zo uit (soms een rondje) dat ik tot vlak voor de brug vaar totdat er groen licht wordt gegeven.
Huh? De brug staat op driekwart en ik zie en hoor de kruiser opstomen! Dwars door rood. De brugwachter hangt schreeuwend uit het raam. “Schipper u heeft rood! Stoppen!”
De kruiser komt op me af. Ik voel me klem tussen de boten achter me en de nauwe doorgang.
Achteruit is de enige optie, maar dan stuurt een Vega niet. De boten achter me moeten deinzen.
In volle vaart passeert de kruiser. Met een valse lach op het gezicht van de schipper. De 2 jonge kinderen op het dek roepen “Papa mag niet door rood maar hij doet het toch!”
Ik lig verdraaid, wind en schroefwerking hielpen elkaar geholpen en moet weer roerdruk krijgen door te steken. Dit lukt in een paar keer. Ik schaaf bijna tegen de wand van de brug.
Over de marifoon spreek ik de brugwachter. Ik vraag of die mafkees misschien bij de volgende brug door een collega tegengehouden kan worden. De brugwachter zegt “Meneer, helaas kan hij tot aan Leeuwarden onder de bruggen door. Wij kunnen hier niets tegen doen”