Nog even terugkomend op het verschil van mening hierboven. Moeten we niet nadrukkelijk onderscheid maken tussen enerzijds de wens om weer aan boord te klimmen of gehesen te worden en anderzijds de wens om te blijven drijven? Moeten we niet meer in scenario's gaan denken?
Ik zeil, ook in dit winterseizoen, (solo) op het IJsselmeer en Markermeer, in de betrekkelijke nabijheid van KNRM-reddingsstations. Met mijn postuur en lijf zie ik het me niet zomaar lukken om op eigen kracht weer aan boord te klauteren. Daarom richt ik mij op
- niet overboord vallen (looplijnen en veiligheidslijnen)
- niet verdrinken als ik toch overboord val (reddingsvest)
- zorgen dat ik gevonden word (een PLB3, handmarifoon met DSC, smartphone met KNRM-app, een fluitje en een flitslicht op mijn reddingsvest)
Om deze redenen heb ik bewust een reddingsvest met 305N drijfvermogen aangeschaft. Daarbij heb ik dus het idee dat ik daarmee beter blijf drijven dan met een vest van 170N en dat dat gegeven de drie genoemde punten voor mij in deze omstandigheden de beste optie is.
Hoe kijken jullie hier tegenaan?