Welkom  

   

Mijn Menu  

   

What's Up  

za feb 23 @12:00AM - 12:00PM
Wintermeeting 2019
   

Wedstrijd  

zo mrt 10 @11:00AM -
Grevelingencup inhaalwedstrijd
za mrt 23 @11:00AM -
Grevelingencup finale
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

Als alternatief nemen we de Fast Flying Ferry over het Noordzeekanaal en brengen een bezoek aan de Hermitage. Stond nog op het wensenlijstje van Henk en ik heb altijd al willen weten of Alexander de Grote nou een held of een tiran was. Voor een onsterfelijk persoon is hij in elk geval vroeg doodgegaan. Amsterdam is in kerstsfeer en we vermaken ons prima.

De eerste kans om los te gooien is nu pas maandag. Dan toch nog maar even wat geklus. Er moeten nog een paar raampjes voorzien worden van bubbeltjes plastic. Over een definitieve vorm van dubbelglas zijn we nog aan het nadenken. Isolatie van de kastjes is deels gedaan. We hopen dat het afdoende is om deze tocht niet of nauwelijks last te hebben van condensvocht. Later zal blijken dat de isolatie nog onvoldoende is en we de oude truc van luiers tegen de wand weer toepassen om kleding droog te houden. Het is een flink stuk minder dan vorig jaar, maar nog onvoldoende om straks prettig aan boord te wonen. We merken dat de kastjes waar we ook een isolatie aan de onderkant hebben aangebracht, duidelijk droger blijven. Die blijven zelfs droog. Kleding erin wordt wel koud, maar niet klam of nat. De klussenlijst wordt langer gedurende de tocht.

In drie etappes naar Willemstad

Op maandag zijn de weergoden ons goed gezind. We kunnen los! Nog even een tankstop en dan kachelen we de haven uit. De zee is rustiger dan we hadden verwacht en de wind is volkomen tegengesteld aan de voorspelling. In elk geval qua richting. In plaats van het lekker genua-zeilen, is het hoog aan de wind en al gauw te hoog aan de wind. De Markiezin heeft daar geen zin in. Wij hebben geen zin in kruisen en zo wordt het een motortochtje naar Scheveningen. Uur of 3 liggen we daar in box A1, die we ’s morgens telefonisch kregen toegewezen. Op hun verzoek gebeld van tevoren. We hebben allerlei jachthavens die we mogelijk aan gingen doen, gemaild om te kijken of ze überhaupt open waren. De meeste hebben geantwoord en de meeste zijn open. In Scheveningen merken we al dat er hier geen wintertarieven gehanteerd worden. Iets wat we wel kennen van de IJsselmeerhavens en de Waddenhavens Terschelling/Vlieland. Verschil van inzicht waarschijnlijk.

Maasvlakte

Scheveningen is vooral erg nat. Gelukkig mogen we van de weergoden de volgende dag door naar Stellendam. Deze keer klopt de windrichting, maar is de windkracht in de voorspelling een stuk beter dan de werkelijkheid. Met de golfslag die er staat en vrijwel plat voor het laken, komen we niet vooruit. Het is wederom motoren. Na de Maasmond is de wind voldoende aangetrokken. Een paar heerlijke zeiluurtjes breken aan. Het is wel fris. Mina (de stuurautomaat) stuurt en wij schuilen onder de buiskap. Met een laag of 6 aan (goede) kleding (incl. een gevoerd overlevingspak) voel je nog steeds de kou. Niet dat we zitten te koukleumen, maar warm is anders.

Het Slijkgat begroet ons met stroom tegen (en ook wind tegen trouwens). Dan ga je ineens best langzaam vooruit en duurt het behoorlijk lang voor we de Goereese sluis bereiken. Na, wat Albert noemt, een VIPschutting meren we af in Marina Stellendam. Op voorhand dachten we hier toch wel een dag te blijven liggen, maar na een grondige analyse van de weerberichten besluiten we de volgende dag meteen door te gaan. Wel even een uitgebreid bad nemen, want die luxe komen we vast niet meer tegen onderweg. Snap alleen nog steeds niets van die doorzichtige glazen deuren bij het sanitair.

Slijkgat

’s Morgens, na een controle van de weersvoorspellingen, blijven we bij ons besluit om door te varen naar Willemstad. Obstakel: de Haringvlietbrug! Ik bel het telefoonnummer uit de almanak en krijg een man aan de lijn die gelukkig kan tellen. Ik vraag om 9:45 uur de opening van 14:00 uur aan en ja hoor, daar zitten zowaar 4 uren tussen! Laat dat nou een eis zijn. Hardop telt de man na en schrijft ons dan in de agenda voor een brugopening. Dank u meneer.

Haringvlietbrug

Met nog aardig wat wind gooien we los. Windje gunstig mee en alleen de genua is voldoende om vooruit te scheuren. Nog even een fikse hagelbui en de zon gaat schijnen. In de bui veel wind en we zijn nog net op tijd met een stuk wegrollen van het lap doek. Na de bui zwakt de wind af en kan de genua weer helemaal uitgerold. Dat gaat te hard. Zo komen we veel te vroeg bij de brug. Steeds verder draaien we de genua weg, tot er een klein zakdoekje overblijft. We timen de ATA precies. Op het laatst glijdt de Markiezin nog met nauwelijks een knoop (sog) door het water. Zo zijn we een kwartier voor opening bij de Haringvlietbrug. De lichten gaan al van dubbelrood af. Stipt 14:00 uur gaan de bomen naar beneden en de brug open. Wat heerlijk om al die auto’s daar te zien staan. Die hebben waarschijnlijk de pest in.

We kiezen voor jachthaven de Batterij om nu een paar dagen te liggen. De komende 2 dagen is er regen en sneeuw voorspeld. Dat klopt. Een hele dag regen die we besteden met de onvermijdelijke was draaien. In de nacht wordt het sneeuw. We worden wakker in een witte wereld. Hoe mooi als het nog zo maagdelijk wit is. En extra mooi omdat de lucht opentrekt en het zonnetje zich laat zien. Uiteraard ligt deze vrijdag heel Nederland plat door de winterse overlast.

De Batterij in de sneeuw

Wij wandelen door de knisperende sneeuw. We dubben over de haalbaarheid van Antwerpen. ‘Probleem’ is dat we een nieuwe kaart van de Westerschelde nodig hebben en onze ervaring is, dat wanneer we een kaart kopen we daar niet komen. Toch is hier de laatste mogelijkheid om de kaart aan te schaffen, verwachten we. Uiteindelijk kiezen we voor Antwerpen en of we dat doel bereiken of niet, die kaart komt er. Henk gaat naar de watersportwinkel en wanneer hij terug is, blijk ik enig spektakel te hebben gemist. Er is een binnenvaartschip ter hoogte van de haveningang Willemstad gezonken. De schipper, de enige opvarende, is uit het water gered door een Duitse collega. Er zijn veel RWS- en KLPD-bootjes. Ook brandweer en ambulance. Oorzaak blijkt een schuivende lading.

Hulpdiensten Reddingsvest in actie

’s Avonds gaan wij uiteten en hebben het gevoel aan ons kerstdiner te zitten. Restaurant in kerstsfeer en buiten een mooie laag sneeuw en overal flonkerende lampjes. Meer wit kan een kerst niet zijn.

Richting de uitvalsbasis voor Antwerpen

Zaterdagmorgen is het lastig om te beslissen of we wel of niet door kunnen naar Wemeldinge. Er komt nog een sneeuwfront over met weinig zicht. We kiezen voor blijven liggen. In eerste instantie is het grijs, somber, nevelig weer en valt er nog wat lichte sneeuw. Later op de dag breekt de lucht weer open en is het eigenlijk een prachtige vaardag. Maar wij wandelen inmiddels langs de buitenkant van de vesting en genieten van het prachtige winterwonderlandschap. Morgen is er weer een kans.

’s Morgens is er in de winter altijd het ritueel van even wakker worden, de verwarming aan zetten en onder de warme dekens wachten tot het daarbuiten ook wat aangenamer van temperatuur is. In die tijd bekijken we weerberichten en beslissen. Geen weerproblemen die vandaag in de buurt liggen. We moeten vooral gaan! Hebben eigenlijk al te lang op een plek gelegen. Eerst sneeuw ruimen. Dan bellen met diverse sluizen om zeker te zijn dat we overal door kunnen. Let’s go!

Volkeraksluis wordt een VIPbehandeling. We moeten even wachten, op een toegewezen plek aan het remmingswerk. Zodra de sluis klaar is, de oproep om in te varen met de melding dat hij zijn collega waarschuwt voor de brug. We varen in en achter ons sluit meteen de deur. We zijn verbaasd. Het is best druk met beroeps en om dan als jacht alleen in zo’n grote sluis te liggen verwacht je niet. Maar ons hoor je niet klagen. We voelen ons VIP.

Volkerak voor VIPs

Zicht is vandaag voldoende. Het is bewolkt, grijs en er staat een beetje wind. Genoeg om Henk alle moeite te laten doen van het hijsen van de zeilen. Ik heb gemerkt dat het erg zwaar bewegen is met zo’n overlevingspak aan en heb de neiging om de Markiezin ook prima te vinden als motorboot. Gelukkig ben ik niet alleen aan boord, want eenmaal de pruttel uit is het een verademing om lekker te zeilen. En helemaal als je alleen maar hoeft te sturen en geen zwaar werk hoeft te doen.

We komen één andere zeilboot tegen. Tegenliggend, op de motor, huik nog over het grootzeil.

Bij de Krammer geen VIPbehandeling en als altijd duurt een schutting daar lang. Na de sluis beslissen we een tussenstop te maken op de Grevelingen. Om nog een uur of 2 á 3 tegen de stroom in te worstelen in deze grijze en koude omgeving, trekt ons niet. Stuurboord uit en Grevelingensluis oproepen. Die draaien uiteraard wel voor ons alleen. Maar dat beschouwen we niet als VIP. Het is gewoon winter en dan zijn er reuze weinig bootjes op het water. De wind trekt erg aan, is snijdend koud, dus we duiken bij AquaDelta naar binnen. We worden begeleid door de bruinvis. Ben alleen veel te druk en te geconcentreerd om erg op hem/haar te letten. We zoeken een makkelijke zij-steiger uit en meren af. Er ligt een aardige laag sneeuw hier. Bolders zijn nog net bruikbaar om een landvast overheen te gooien en niet te hoeven afstappen. Met de doorstaande wind wel erg prettig.

Vraag me niet waarom, maar de sfeer hier bevalt ons niet zo heel goed. Enige voordeel is dat er geen havenmeesters meer zijn en die komen pas begin januari weer terug. We liggen dus een nachtje gratis.

We overleggen over de vervolgroute. Blijven we toch op de Grevelingen of gaan we nog steeds uit van kerst in Antwerpen? We wikken en wegen, bestuderen het weer voor de aankomende dagen en de balans valt naar Antwerpen. Hier op de Grevelingen zien we bij nader inzien toch minder mogelijkheden. Volgende dag varen we onder begeleiding van de bruinvis naar de sluis. We hebben nu wel ruim aandacht voor hem/haar, want hij/zij is er al als we nog aan de steiger liggen. Maar fatsoenlijk poseren voor een foto is er niet bij. Sluis door en een prachtige tocht over de Keeten, Oosterschelde naar Wemeldinge. Wel op de motor helaas. Er hangen van die lage mistbanken, waar je overheen kan kijken. Met de zon vanachter de wolken, geeft dat mooie beelden.

Tholen

Het is geen lange tocht vandaag en onder een strak blauwe hemel met een heerlijke zon, komen we aan bij Wemeldinge. We gaan in eerste instantie naar de binnenhaven, maar daar ontdekken we ijs. Het risico van invriezen willen we niet lopen en we maken rechtsomkeert naar de oosthaven. Daar geen ijs te zien. Wel sneeuw. En in een vrijwel lege haven is die sneeuw ongeschonden. Kleine heuveltjes verraden waar, wat ik dan denk, de ringen zitten. Ik heb een hekel aan ringen om aan vast te leggen. Daar kan je niet overheen gooien. - Jaja, je kunt er prima overheen gooien, maar je lijn blijft niet vastzitten - Er staat nauwelijks wind en Henk legt de Markiezin kalm tegen de steiger en ik stap net zo kalm af. Beducht op uitglijden. In plaats van uitglijden, zak ik weg in een centimeter of 30 sneeuw. Daar was ik niet op bedacht. Gaat verder prima en ik graaf naar de ring wat toch een bolder blijkt te zijn. Andere bolders uitgraven, boot vastleggen en op zoek naar de elektrabak. De derde is de goede. Walstroom is best belangrijk in de winter. We gebruiken, naast de hete luchtkachel, ook een klein, laag wattage, elektrisch kacheltje. In de punt (waar de wc zit die we gebruiken) wordt het niet echt warm met alleen de hete lucht. Ooit moeten we nog wat buizen extra isoleren en een andere verwarming erbij kiezen. Zo’n hete luchtkachel is niet geschikt bij permanente bewoning.

Daar liggen we dan in het zonovergoten Wemeldinge. Ons nog niet bewust van het feit dat we daar een behoorlijke tijd zullen doorbrengen. We melden ons bij de havenmeester (komt elke dag tweemaal een uurtje ofzo) en krijgen tot onze grote vreugde te maken met een zeer schappelijk wintertarief. Kijk, het kan dus wel.

Naar Antwerpen. Of toch niet?

We willen de volgende dag door naar Antwerpen en bereiden deze tocht voor. Bellen ook nog even met jachthaven Willemdok om zeker te zijn dat er plek is en geen ijs ligt. De havenmeester van dienst is nog steeds dezelfde grapjas als 5 jaar geleden. Ook zijn collega trouwens. “IJs in de haven? Neuh hoor meneer, mijn maat en ik drinken heel veel thee en daarvan moet je veel plassen. Zo houden we de haven ijsvrij.” Plek is er altijd, alleen moeten we geen bezwaar hebben tegen langszij liggen. Maakt ons niet veel uit, als er maar wel genoeg stroomaansluitingen zijn. Er zijn een 40-tal schepen onderweg meldt de havenmeester. Tien hiervan zijn groter dan 20 meter. Maar er is altijd plek. Daar vertrouwen we dan maar op. Meer passanten is wel gezellig.

Dinsdagochtend 21 december worden we wakker in een grijze wereld. Weerberichten met zinnen als ‘Zierikzee, zicht matig tot slecht’. Jakkes, dat is niet de bedoeling. Toch staan we op en maken alles klaar. Via de marifoon horen we bij post Wemeldinge dat er 2500 meter zicht is. Bij Hansweert 1500 meter en als we bellen met post Wemeldinge is het nog slechts 1000 meter. Hmmm, is dat nog te doen of niet? We wagen het erop en gooien los. Buiten de haven zien we eigenlijk geen hand voor ogen. De ingang naar het Kanaal door Zuid-Beveland is onzichtbaar. De lichtboeien alleen heel dichtbij. Hier hebben we geen zin in! 1000 meter zicht op het water is niks. Omkeren en gauw weer vastleggen. Morgen poging twee. Het schappelijke wintertarief wordt steeds schappelijker. De havenmeester heeft vast medelijden met ons dat we ver-mist liggen. We komen de dag door met wat wandelen door ‘wereldstad’ Wemeldinge. Het valt ons op dat we het plaatsje in de winter nu leuker vinden dan toen we hier paar jaar geleden in de zomer waren. Heeft zo’n extra dag toch nog iets goeds.

Woensdag gaat poging 2 niet verder dan een blik naar buiten. Nog geen meter extra zicht. Om niet in een vreselijke dip te zakken, pakken we de bus en maken Goes een dagje onveilig. Valt ook als stadje erg mee nu we op een doordeweekse dag zijn. We gaan hier nog naartoe emigreren als het zo doorgaat.

Donderdagochtend. Er komt gelukkig licht in de tunnel. We hebben inmiddels een toegangskaartje die meerdere dagen geldig blijft, maar nu kunnen we wel los. Het is nog steeds bewolkt en grijs, maar de mist is vertrokken. Ruim voldoende zicht. Het Kanaal door Zuid-Beveland gaat veel sneller dan we verwacht hadden. De bruggen en sluis draaien vlot. Om het tij op de Westerschelde niet tegen te hebben, moeten we na de sluis zelfs nog even achter het remmingswerk afmeren voor een klein uurtje. Laag water en een rotplek! Worden bijna gecrasht door een douaneboot en even later door een vissertje. Wegwezen!

De Westerschelde, het klinkt mooi, maar het valt eigenlijk een beetje tegen. We zeilen tot het te hoog aan de wind wordt en dat is al bij de eerste bocht. Grootzeil blijft staan als steuntje en met een beetje geluk valt er later nog weer te zeilen. Dat geluk hebben we niet. Motorzeilend over een rivier die smaller is dan ik dacht. Het kan door het grijze weer komen, maar de Engelse rivieren vind ik persoonlijk mooier. Stroom mee geeft ons een prettige snelheid en in goed drie en een half uur (vanaf Hansweert) bereiken we de Royerssluis. Mijn oproep wordt keurig beantwoord en zoals verwacht vraagt de sasser naar het FDnummer. Dat prijkt op een soort sticker onder de marifoon en ik lees het, goed articulerend, op. Wilt u dat even herhalen? Nog een keer dan maar. Nog beter mijn best doen op mijn uitspraak. Is de naam van uw boot ‘morioun’? Die naam versta ik niet goed, maar wijkt wel zodanig veel af van Markiezin dat ik zeker weet dat het niet klopt. De sasser herhaalt het door mij opnieuw opgenoemde FDnummer, maar blijft met de foute naam terugkomen. Onze gezamenlijke conclusie is dat er iets niet klopt. Maar ‘dat is geen probleem hoor’, zegt de sasser, ‘u moet nog even op de rivier blijven en zodra de sluis klaar is roepen we u op.’ Oké! Na een dik half uur worden we weer opgeroepen en mogen na de beroeps op de 2de plek stuurboord in de sluis afmeren. En dan graag even met de scheepspapieren en paspoort naar het kantoor komen. Prima! Achter een tweetal beroeps kachelen we de sluis in. Ik speur naar trappen en kijk verbaasd als ik slechts een blinde muur zie. Er is een trap, maar alleen bij de plek waar nu een beroeps ligt en eentje meteen bij de sluisdeur. Bolders om aan te leggen zijn nergens te bekennen. Hulp komt in de vorm van een beambte die met een grote haak ons voor- en achterlijntje aanpakt en drie meter boven ons hoofd om een enorme bolder legt. Gewapend met onze map met kopieën van alle scheepsbescheiden en (niet up-to-date) paspoorten, gaat de vriendelijke man naar het kantoor. Na een poosje komt hij terug met de mededeling dat er één cijfer anders moest zijn. Ik had tijdens het wachten op de rivier nog even nagekeken in het mailarchief of wij het juist hadden overgenomen. Gelukkig hadden we dat. Er is ergens in de stadia van uitgave van het nummer een typo ontstaan. In elk geval hebben wij nu een officieel papier met het juiste FDnummer. Je kunt het maar beter hebben.

Antwerpen bereikt!

De sluis is tijdens de afwezigheid van de beambte flink gevuld met water. De beroeps gaat er uit en wij volgen rap. De Siberiabrug draait precies op dat moment. Ik race naar de marifoon en vraag de brugwachter of we alstublieft nog mee kunnen met deze opening. Het mag! En als extra service gaat hij speciaal voor ons de Londenbrug nog draaien, terwijl deze al in spertijd staat. We zijn de man dankbaar. Binnenvarend bij Willemdok ontdekken we geen 10 boten van langer dan 20 meter. We ontdekken ook geen 30 andere boten als passant. De jachthaven ligt wel tamelijk vol met vooral veel en grote motorjachten (door ons oneerbiedig strijkijzers, bulkbakken en krijtrotsen genoemd), maar van passanten blijkt weinig. De havenmeester is nog net niet naar huis en wijst ons nog een plek. Langszij de Pascal. Ik laat maar even in het midden wat dat er voor een is. Ik mag nog even meerennen voor een sepkey en dan gaat hij heel gauw naar moederdevrouw.

Antwerpen

Wij zijn zeer tevreden dat we toch onze ambitie hebben waar gemaakt. Antwerpen met kerst! We tuigen de boot wat op als kerstboom en binnen zetten we ook wat kerstsfeer neer, inclusief een klein boompje. De eerstkomende 3 à 4 dagen gaan we ons vermaken in een bruisende stad, waar ik toch wel een speciale band mee heb. Zo nu en dan een trip down memorylane, constateren dat de Volle Maan niet meer is en verder onze 3 seconden fame op de Belse tv, het slot van Music for Life (glazenhuisversie van België), struinen langs de straten, de Schelde en de dokken. Kortom: we hebben het uitstekend.

Markiezin als kerstboom

Weer noordwaarts

Dinsdag 28 december gaan we ons weer druk maken over een weerwindow en bereiden de tocht terug voor. Wegens brugopeningstijden (Londenbrug), getij, weersverwachting en afspraken begin 2011 kunnen we niet blijven om hier Oudjaar te vieren. Het is wel een aanlokkelijk idee, maar we moeten verstandig blijven. De 29ste gooien we los tegen 10 uur en banen ons een vaarweg naar de Westerschelde. Niet veel verandert met de heenvaart. Weer grijs, grauw en naarmate we dichterbij Hansweert komen steeds slechter zicht. Via de marifoon vang ik op dat daar nu 500 meter zicht is. Lekker dan, hebben wij weer. Wij hebben radar en zijn een goed team, dus er zal niet veel fout gaan. Het is alleen niet leuk.

Bij Hansweert de sluis door en het nogal onzichtbare kanaal op. De bruggen draaien weer heel vlot (puur geluk denken we, want een spoorbrug draait niet vaak) en we zijn best snel aan de andere kant van het kanaal. Als we post Wemeldinge horen zeggen dat er één uitvaart is op ongeveer 1000 meter van de monding en daar is geen contact mee, neem ik gauw contact op. Zo weet iedereen wie waar uithangt en kunnen we zonder problemen bakboord uit naar de jachthaven, net tussen twee beroeps door. Hallo Wemeldinge! Daar zijn we weer!

Natuurlijk blijft de mist nog een poosje hangen. Uiteindelijk verkiezen we om de jaarwisseling daar te vieren. Vrienden van ons komen over en zo wordt het toch heel gezellig. Vuurwerk hebben we niet. Ja een paar handfakkels van de supermarkt. En twee rooksignalen van net over de datum. In het prille begin van 2011 is Wemeldinge echter de onzichtbare stad. We horen veel vuurwerk, maar zien niets. Slechts een paar pijlen van de enige andere aanwezige passanten in de haven en dat ook alleen maar omdat we op dat moment vrijwel naast de afsteker staan. De oranje rook van ons noodvuurwerk is voor ons zichtbaar. Denk niet dat anderen het hebben opgemerkt.

1 januari moeten we bijslapen en 2 januari is er zicht! We gooien los en motoren naar de Keeten met tegenwind om vervolgens zeilend naar de Krammer te gaan. Noordkolk van de Krammer is gestremd. Is natuurlijk de kolk met beweegbare brug. Telefonische navraag leert ons dat er 1x per dag wordt geschut met een brugopening en die is om 16:00 uur. Er rest ons niets anders dan te wachten op die schutting. In de kolk stuiten we op ijs. Deze sluis staat al langer stil dus. De sluisdeur naar het Volkerak blijkt de boosdoener. Deze wordt nu handmatig (denken we) gedraaid. Het piept, kraakt, maakt reuze veel herrie en gaat uiterst traag open. Zodra er ruimte genoeg is voor ons, draait de brug en varen wij uit. De beroeps achter ons moet nog een kwartiertje geduld hebben.

Intussen is het al donker aan het worden. Krijgen we zomaar gratis en voor niets een nachtvaart cadeau. Het is even geleden en de oefening is goed. In Willemstad kiezen we nu voor de gemeentehaven. O ja, in de Volkeraksluis geen VIP deze keer. In tegendeel. Voor ons een dubbele duwbak die zoveel schroefwaterdraaikolk veroorzaakt dat we er naar van worden. En langer wachten met invaren gaat niet, want de brug draait. Een boze melding op de marifoon resulteert in een snauw, in een schroef die wordt stil gezet en in een zeer rustig vertrek van de duwbak na schutten. Varen doe je samen, toch?!

Etappe Willemstad - Stellendam levert geen bijzonderheden op. We hoeven niet vroeg weg, maar wel bijtijds op om de opening van de Haringvlietbrug weer aan te vragen. Stellendam is rustig en levert ons weer de luxe van een bad.

Bestudering van windfinder en andere weersverwachtingen leveren op dat we het best de volgende dag door kunnen gaan en liefst meteen naar IJmuiden. Er komt weer slechter weer aan.

En zo kachelen we de volgende morgen op tijd de Goereese sluis door, met stroom mee het Slijkgat uit en kan aan het eind daarvan de genua uitgerold om plat voor het lapje naar IJmuiden te hobbelen. De zee is rommelig en wordt steeds rommeliger. Wij omschrijven het als volgt: We zitten in een wastobbe. Het Slijkgat vormt de inweek. Tot en met de Maasmond is het aangenaam geschommel en is het de voorwas. Na de Maasmond gaat de hoofdwas beginnen. Minder aangenaam en de vrijboorden van de Markiezin verdwijnen bijna onder water. De laatste paar mijl voor IJmuiden, de invaart en in de kom, vormt de centrifugeronde. Bepaald geen pretje. De motor wil maar moeizaam starten en draait ook niet lekker soepel. Waarschijnlijk veel vuil in de filters door het geschut en geschommel. De wind is intussen naar de 6 Bft gegaan en maakt het mij niet makkelijk om fenders en lijnen klaar te hangen. Zelfs niet na de binnenpieren. Pas in de jachthaven wordt het water kalmer. We denken allebei hetzelfde: de C-steiger! Geen gezeur met achteruit box invaren met wind op de kop. Gewoon crashen op de langssteiger, stroom erop en aan de borrel. Morgen maken we het af!

 

---   FINI   ---

 

 

Nog wat ervaringen:

Zo’n overlevingspak maakt niet alleen het bewegen zwaarder. Na een beetje inspanning komt er behoorlijk wat vocht aan de binnenkant van het pak. Het pak houdt goed warm en door de juiste thermo en fleece eronder, komt het vocht niet op je huid. Op zich is het denk ik niet erg. Het enige is dat bij het pak uit en weer aan doen, het onplezierig nat aanvoelt. Met een gewoon zeilpak (in ons geval een musto mpx) heb ik hier geen last van, maar daarin heb ik het wel kouder. Het hangt af van wat je zelf plezierig vindt, maar goede zeilkleding is wel een noodzaak in de winter.

Wat we deze keer ook gemerkt hebben, is dat we meer hadden aan onze (goedkope) sneeuwlaarzen dan aan onze echte (dure) zeillaarzen. Zodra er sneeuw lag, zijn we sneeuwlaarzen gaan dragen en zonder nadenken deden we dat ook aan dek tijdens het varen. Grip was veel beter en voeten bleven veel warmer. Ook nadat alle sneeuw van de boot was weggesmolten, bevielen de sneeuwlaarzen ons veel beter.

 

Reacties op dit artikel
Login om te antwoorden
   
   
   
   
© Zeilersforum.nl