Welkom  

   

Mijn Menu  

   

What's Up  

za feb 23 @12:00AM - 12:00PM
Wintermeeting 2019
   

Wedstrijd  

zo mrt 10 @11:00AM -
Grevelingencup inhaalwedstrijd
za mrt 23 @11:00AM -
Grevelingencup finale
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   


De uiteindelijke gevaren route.

We starten onze reis begin juli 2011. Het is bijzonder warm weer, windstil en het gonst van bedrijvigheid in de haven: het lijkt wel alsof iedereen nu pas goed doorheeft dat het seizoen begonnen is. Matrassen worden aangesleurd of gelucht, rompen krijgen een duchtige afspuitbeurt, een zeil wordt opgetrokken om…, ja waarom? Gewoon omdat het leuk is, denk ik.

Weken ervoor zijn wij ons al aan het klaarstomen. Een lange lijst wordt beetje bij beetje korter en… nadien weer langer en langer! Er komt wat bij kijken! Verzekeringen, bankzaken, post, school van de dochter, achterlaten huis, verwittigen politie, aankopen kaarten en pilots, om nog maar te zwijgen van al die andere nuttige en minder nuttige dingen.

Kuiptent en buiskap zijn net op tijd klaar; de motor, vaanstandschroef en saildrive krijgen een grondige beurt. De mast wordt er afgehaald en volledig ontmanteld tot alleen het profiel overblijft: een ideale gelegenheid om letterlijk alles na te kijken en te vervangen indien nodig. Het profiel van de rolgenua krijgt een knik bij het ontmasten. Vlug bestel ik een nieuwe en haal een vervangset van het voorstag in huis (Furlex 200s).

Door de drukte op het werk is de lijst nog lang als we de boot beginnen inladen. Overmoedig als ik ben maak ik mezelf wijs die lijst onderweg verder af te werken. Nu we terug zijn lacht een groot deel van diezelfde lijst mij nog steeds vriendelijk toe. Ik lach eens terug….

Gereedschap (alles in het dubbel, er moest maar eens een steeksleutel, hamer of ijzerzaag overboord kukelen…) wordt zo goed mogelijk verdeeld. Wat een gewicht! Zeilen voor alle weer stouwen we in de achter- en voorhut, bergen kaarten en pilots vinden een plaatsje achter de langsscheepse banken waar wij tijdelijk op slapen, evenals leesboeken en schoolboeken. Van nogal wat mensen krijgen we cadeautjes mee voor onderweg: te openen bij de eerste storm, de eerste gevangen vis, einde van de maand, de tweede dolfijn enzovoort. Erg leuk, maar wat een berg! Het wordt steeds kleiner binnen en de waterlijn zakt en zakt en zakt. Maar alles gaat er in! Nee, bijna alles, de vouwfietsen moeten op het dek. Toch op de kanalen, nadien verdwijnen ze onderdeks om… er nooit meer uit te komen. 

Het is al laat in de namiddag. De kraanman roept van ver: “Zijn jullie er nou mee weg? Goede reis, hoor! En tot volgend jaar!”.

We zijn weg! We doen het echt! Eindelijk! 

De eerste dag gaan we niet verder dan de meerboeien aan Oesterdam. Een rust overvalt ons, het onthaasten is begonnen, de verplichtingen vallen weg. We zwemmen wat, mijn haar wordt kort geknipt en we nemen onze eerste aperitief. Gedurende anderhalve maand zullen we rustig via kanalen en rivieren naar de Middellandse Zee zakken.

Verrast merken we dat ook België prachtige en rustige kanalen heeft!


Bij de eerste grote sluis die we nemen gaat het bijna mis. We zijn de sluis samen met een binnenschip ingevaren en net toen ik dacht dat het schip vastlag, geeft de schipper volle gas! Nadien blijkt dat de binnenschepen enkel vooraan vastleggen en dan door gas te geven het schip tegen de kant houden. Als een kurkenstop in een draaikolk worden we dwars gezet in de sluis. Onze mast steekt vooraan één meter uit en achteraan twee meter… De schipper kijkt, maar mindert geen gas. Als een wonder gaat er niks stuk en krijgen we controle over de boot, maar het scheelde niet veel! Ik vervloek de schipper hartsgrondig!

Via de prachtige Maas en het Canal de l’Est varen we door de Vogezen. Bijzonder mooi en verlaten: dagenlang komen we niemand tegen. De natuur is er best ruig en erg afwisselend zodat sturen eigenlijk geen seconde verveelt. We passeren hefbruggen, draaibruggen, tunnels en aquaducten. Kronkelend zoeken we ons een weg door het soms erg smal wordende kanaal.


We wanen ons ontdekkingsreizigers die de bron van de Amazone zoeken. Sluis na sluis malen we de mijlen weg en varen we de bergen op. Het zijn kleine sluisjes met slecht geplaatste of onbereikbare bolders, veel turbulentie en in ronduit slechte staat.




Het verval is vaak meer dan vier meter zodat we aan de trap moeten vastmaken. We zijn echter alleen, moeten de sluis zelf in werking zetten door tegen een stang te duwen en hebben dus alle tijd. Na enkele sluisjes gaat het vanzelf en wordt het een ontspannen afwisseling.
’s Avonds als de sluizen niet meer in werking zijn, liggen we gewoon tegen de kant.


Steigers of aanlegplaatsen zijn er niet of nauwelijks. Vaak zitten we vast in de modder, meters van de kant af.




De stilte is heerlijk en overweldigend als de motor uit gaat. En ook al wil het weer niet echt meewerken het is Genieten met een grote G!

Bij een bemande sluis krijgen we te horen dat de muur van de sluis die we drie dagen geleden genomen hebben is ingezakt en dat alle verkeer onmogelijk is! Het verbaast ons niet.




Verschillende boten moeten terugvaren naar Toul en dan via een grote omweg van vijf dagen opnieuw afzakken naar het zuiden. Daar zijn we mooi aan ontsnapt! Ondertussen is het waterpeil met 40 cm gezakt om onderhouds- en herstellingswerken te vergemakkelijken. Van de 1,8 – 2 m blijft niet veel meer over… Normaal steken we 1,3 m; nu we geladen zijn is dat aanzienlijk meer. Herhaaldelijk botsen we tegen onderwater liggende bomen of stenen of wat dan ook. Soms zo hard dat de hele boot even omhoog komt! Daar we veel gewicht in de achterhut hebben steken (verstaging, zalingen, grootzeil, genua, fok, windmolen, zonnepaneel, …) ligt het roer dieper dan de kiel en het krijgt dan ook zware klappen te verduren.




We proberen het gewicht meer naar voor te brengen en verschuiven binnen het een en het ander en plaatsen ook gevulde jerrycans op de ankerbak, maar het helpt niet echt veel. Ik hou mijn hart vast voor het roer.

Als we de Saône opvaren is er terug meer dan voldoende water onder de kiel, al kunnen we niet altijd bij de kant om te slapen. We varen ons dan gecontroleerd vast in de modder en brengen enkele lange lijnen uit naar de kant.




De zon is meer en meer van de partij en het vakantiegevoel wordt elke dag groter. Het water is nu warm genoeg om te zwemmen en de avonden zijn zacht zodat we de gekende lange gesprekken houden bij een knetterend kampvuur. We genieten van de kanalen, meer dan we durfden dromen: het is helemaal niet eentonig varen, de sluizen vervelen niet, er zijn talloze prachtige dorpen en de natuur rondom is ronduit adembenemend. We maken al plannen voor als we met pensioen zijn en niet meer zo vlot kunnen zeilen!

Af en toe liggen we aan een stadskade om inkopen te doen, wasmachines vol te proppen of om op zoek te gaan naar diesel. Meestal zijn de kades gratis, een enkele keer betalen we 3 euro ofzo. We komen meer en meer steigers tegen, gewoon ergens langs de oevers in de buurt van een dorp of stad. Als er water en elektriciteit is, dan is dat gewoon gratis, net als hier liggen!

Vonden we de Saône al een brede rivier na het smalle Vogezenkanaaltje, de Rhône wordt al wat imponerender. Er staat duidelijk meer stroming en als het een keertje 5 - 6 bft waait krijgen we zelfs golven. De aanlegplaatsen worden schaars. Ook nu kunnen we vaak niet tot bij de kant en een enkele keer passen we het trucje toe van vastvaren in de modder. ’s Morgens worden we echter gewekt door een stevige bonk van onze kiel. Wanneer we onze kop buiten steken blijkt een groot binnenschip (4 duwbakken vol containers) ons te passeren. Het boegwater duwt ons niet al te zacht tegen de bodem! Niet meer doen dus. Gelukkig is de Rhône op veel plaatsen breed genoeg om te ankeren.

Aanlegplaatsen die in de vaarwijzer staan blijken niet meer te bestaan (weggespoeld tijdens hevige regenval, horen we later) en stadskades zijn ofwel afwezig, ofwel enkel voor beroepsvaart ofwel hebben ze zo’n hoge betonnen kades dat het risico op schade groot wordt. We zijn blij met onze fenders, vooral de bollen, en stoppen even met ademen als de boot voor de zoveelste keer wild door elkaar en tegen de kade gegooid wordt als een groot zeeschip passeert! Of een dwaze motorbootvaarder! Die scheppen blijkbaar een onverklaarbaar genoegen in het zo dicht mogelijk passeren met zoveel mogelijk golven... Ik vervloek die motorbootvaarders hartsgrondig!
We duiken voor het eerst een haventje in: een grote in onbruik geraakte sluis. Spijtig, want de natuur is ook nu schitterend en we willen eigenlijk rustig tegen de kant liggen. Waarom voorzien ze hier niet meer ligplaatsen langs de oevers?




Eens Lyon door (knap om door te varen trouwens) gaat het snel en na het nemen van enkele reusachtige sluizen met tot 23 meter verval zijn we in enkele dagen op onze voorlopige eindbestemming: Port Saint Louis de Rhône, gekend wellicht door de nabij gelegen haven Port Napoleon waar velen hun mast laten rechtzetten. Hier zal ik een maand de boot in orde brengen, terwijl mijn vrouw naar huis gaat om te werken (minder leuke regeling van haar baas) en de dochter een maandje naar school gaat. Onderweg waren we een Belgisch koppel tegengekomen die ons absoluut afraadden om naar Port Saint Louis te gaan. Het zou een marginaal dorp zijn, met veel straatgeweld. Hun zoon zou daar overvallen geweest zijn en in elkaar geklopt. Sète, daar moesten we zijn. We twijfelen. Goede raad leg ik niet zomaar naast mij neer. We varen een dag de Petit Rhône op richting Sète. Gelukkig zijn we ook een bijzonder vriendelijk Frans koppel tegengekomen die juist wel goede ervaringen hadden met Port Saint Louis… We draaien terug en kiezen voor het laatste.

Het blijkt een voltreffer: het stadje is aan een volledige heropbouw bezig, de haven is volledig vernieuwd, de kade is heraangelegd, oude krotten zijn afgebroken en vervangen door nieuwe appartementjes,…. We vergelijken de prijs van Port Saint Louis met Port Napoleon en vallen bijna achterover van de laatste: 130 euro om de mast te plaatsen, 670 euro liggeld per maand, zonder de huurprijs van de bokken, zonder de kosten van water en elektriciteit, douches apart te betalen, je mag niet aan boord blijven en je zit 4 km van een winkel af. Wat zoeken mensen hier? In Port Saint Louis liggen we voor 350 euro alles in! Midden in het stadje op amper 100 m van een supermarkt. De mast laten we zetten voor 100 euro.

Daar ik het onderwaterschip in de antifouling wil zetten en de anodes wil vervangen, maken we een afspraak met Navi Service (vlakbij) om de boot er uit te halen. Daar blijkt algauw dat de klappen op het roer niet goed zijn aangekomen…




De onderkant is geperforeerd en bovenaan bemerk ik een vochtige streep. Als ik de oude antifouling wegschuur blijkt er een diepe barst te zitten van ongeveer 25 cm lang: het roer is aan het opensplijten!



Op de foto zie je dat ik gaten heb geboord van 7 mm om enerzijds de spanning eraf te halen en anderzijds om te zien of er water uitkomt. Het blijkt daar voor meer dan 5 cm vol polyester te zijn, geen water. Als ik ook in het midden van het roer een gaatje boor op zoek naar water kijk ik een beetje verbaasd naar een sierlijk spuitende straal…

Zucht! Daar zit ik dan, in het zuiden van Frankrijk, ver van alles verwijderd, bootje op het droge zonder het geschikte materiaal om zo’n herstelling te doen. Als ik aan Navi Service (die ook polyesterherstellingen doen) vraag of ik een haakse slijper of schuurmachine kan huren is het antwoord nee. Wat nu? Rondhorend kom ik te weten dat de dichtstbijzijnde winkel die materiaal verkoopt voor polyesterherstellingen meer dan 40 km verder is.
Ik geraak aan de praat met een jong Frans koppel die op hun boot wonen en er reeds meer dan drie jaar aan gewerkt hebben. Ze blijken de binnenkant van de romp van een Sun Legend 43 volledig gestript en bijna een centimeter afgefreesd te hebben om die dan nadien op te bouwen met epoxy. Ook het interieur hadden ze grondig aangepakt en een pak lichter gemaakt. De boot zou 1,3 ton minder wegen. Ze waren zo goed als klaar, hadden nog materiaal over en onder het drinken van een whisky kreeg ik de belofte dat ik werktuigen mocht gebruiken. Als zij ze op dat moment niet nodig hadden… en dat bleek zelden!

Ik zag het niet helemaal zitten om het roer er in mijn eentje onderuit te halen, open te slijpen, pur eruit te halen en dicht te lamineren. Ik vreesde het profiel van het roer grondig te verknallen… Bovendien merkte ik al dat er van gebruik van gereedschappen niet te vaak sprake zou zijn. Het moest dus anders. Ik besloot gaten te boren om het water eruit te krijgen.



Eerst verwachtte ik nog dat de hevige zon het drogen snel zou laten gebeuren, maar dat bleek niet zo te zijn: na vier dagen hing er nog steeds een druppel als een snottebel onderaan het roer te bengelen. De pur moest eruit! Het roer was al eens herstelt door Vd Rest in Kats. Wie gebruikt er nu pur?! Ik vervloek ook Vd Rest hartsgrondig! Het begint een gewoonte te worden...

Gewapend met een ijzerdraadje waar ik een haakje aan plooi en een stofzuiger, jawel, begin ik beetje bij beetje de pur los te prutsen en eruit te zuigen… Uren! 3 dagen! Leger en leger wordt het roer; het wordt een soort mediterende bezigheid. 80 % ging er redelijk vlot uit. De bovenkant van het roer bevatte precies een ander soort schuim of het schuim was daar doordrenkt met polyester, want het was krokanter en steviger, zonder vocht. Uiteindelijk kreeg ik er ongeveer 90 % uit. Onder een leuke middagtemperatuur van 42°C droogde zelfs de meest hardnekkige druppel op.

Mijn nieuw Franse vrienden hadden toevallig nog iets nodig van de poly-winkel en brachten voor mij epoxyschuim mee (geen pur meer, dat was duidelijk), epoxyhars en plamuur. Met grote spuiten werd het roer geïnjecteerd met schuim tot het er langs alle kanten uitkwam. Dat zal wel vol zitten!



Na het volledig kaalschuren hebben we tezamen de barst aangepakt: twee steeds breder wordende lagen zwaar multiaxiaal glasweefsel (600g) over de volledige lengte van het roer en als kers op de taart één grote extra laag van hetzelfde weefsel om het volledige roer.



Hard als beton! Gelukkig, zo zal later blijken, maar daarover een andere keer.
Na plamuren en schuren nog twee lagen witgekleurde epoxyhars erover en drie lagen antifouling en… klaar!



Het plaatsen van het zonnepaneel, de windmolen, de zeilen en een nieuw voorstag in dezelfde brandende zon zorgt ervoor dat ik een wel erg bruin kleurtje heb als na een lange maand eindelijk vrouw en kind terug in mijn armen liggen. We kunnen opnieuw vertrekken!

Login om te antwoorden
   
   
   
   
© Zeilersforum.nl