Welkom  

   

Mijn Menu  

   

What's Up  

Geen evenementen
   

Wedstrijd  

Geen evenementen
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

Ons Robinson-gevoel wankelt als we landen op het strand en struikelend de bergen aangespoeld afval aanschouwen. Het afvalbeleid dat Griekenland jarenlang gevoerd heeft, wreekt zich: de zee werpt terug wat ze ooit gekregen heeft…

 

 

Massieve dikke wolken naderen aan de horizon en het duurt niet lang of bakken regen vallen luid kletterend op het dek. Er is een storm voorspeld die zich door de nauwe doorgang van de Adriatische naar de Ionische Zee zal persen. Wij halen het anker op en zetten koers naar Gouvia Marina, een haven op Corfu zo’n 40 mijl verderop. Volgens ‘de Heikell’ kunnen we daar inklaren en een DEKPA kopen, een soort cruising permit. Vroeger, zo lezen we in de pilot, moest je inklaren in Corfu Harbour, de oude haven van de hoofdstad. Sinds er moderniseringswerken aan de gang zijn en een nieuwe haven wordt bijgebouwd met 80 ligplaatsen, worden jachten ten zeerste aangeraden langs de Port Police in Gouvia Marina te gaan. De customs and immigration officials hebben geen tijd meer voor jachtjes: ze hebben hun handen vol aan ferries, cruiseschepen en de commerciële vaart.

 

 

We houden netjes de Griekse kust dicht aan stuurboord om niet in onbekende Albanese wateren te komen, slechts een mijl verderop, en passeren daarbij een klein eilandje met een schattige vuurtoren. Iets verderop ligt een gevaarlijk rif: hier geen hoekjes afsnijden! Een rijke stinker heeft dit met zijn megajacht in het verleden geprobeerd en er zijn volledig bodem uitgevaren. Tijdens hun maiden trip! (Als je even googled op “helmut horten carinthia” dan kan je lezen dat hij het nadien niet aan zijn hart liet komen en prompt een nog groter jacht bestelde…)

Houdt het op met regenen in Albanië? Het lijkt dor en kaal in vergelijking met het groene Corfu. Spijtig dat wij niet meer informatie hebben over zeilen in Albanië, het is misschien de moeite waard. Ik herinner echter een verhaal van een stel dat ‘per ongeluk’ in een Albanese baai was geankerd en de gevolgen daarvan wil ik niet meemaken.

 

 

Gouvia Marina is een zeer moderne haven die vooral door Engelsen gebruikt wordt als overwinteringsplek. Tijdens het aanvaren roepen we netjes de haven op en in no-time komt een RIB op ons afgestoven om een plek te wijzen. Met grote behendigheid duwt hij onze boot tijdens het manoeuvreren waar we moeten zijn en voor we het goed en wel beseffen liggen we keurig vast, vlakbij het havenkantoor. Dat is even anders dan de drukdoende maar weinig efficiënte ormeggiatori in Italië!

 

 

Laten we maar ineens de formaliteiten vervullen, dan zijn we daar al vanaf. “Kan u mij een DEKPA bezorgen?”. Naïef natuurlijk. Blijkt dat de Port Police alleen tijdens het seizoen in de haven zit, nu, 5 december, moet je toch naar de oude haven Corfu Harbour… Ja Heikell, dat had je even kunnen melden; niet iedereen vaart hier in de zomermaanden! Toegegeven, wij zijn wel écht de enigen nu…

We halen onze vouwfietsen boven en verkennen het eiland wat. Het is opvallend groen en volgebouwd met hotels en nette vakantiehuizen. Erg Engels. De weinige mensen die we tegenkomen zijn vriendelijk. Hier en daar zien we grote gestrande projecten: hotels die in ruwbouwfase zijn blijven steken, half afgewerkte huizen. Er staat veel te koop. Crisis. Terug in de haven verruil ik onze gasbidons voor zelfgeschilderde en zelfgevulde donkerblauwe ‘nieuwe’. Het geeft niet echt een geruststellend gevoel te zien dat de bodem behoorlijk verroest is…. Ik sus mijn vrees op een knallende afsluiter van deze reis met de gedachte dat ze wel niet te best gevuld zullen zijn.

 

 

In Gouvia hebben we voor de rest niets te zoeken. Na het hijsen van de gastenvlag en wat schoolwerk met de dochter, pakken we in en varen vijf mijl verder naar the Old Port of Corfu, waar we tegen de ruwe betonnen kade aanmeren. Er staat een lichte deining die extra aandacht voor fenders en landvasten vraagt. Voor ons ligt een aftandse zeilboot, veel achterstallig onderhoud en een vieze puinhoop binnen. Op het aanrecht vuile borden met restjes eten. Niemand thuis, maar duidelijk bewoond. Van de geplande nieuwe aanlegsteigers is in al die jaren blijkbaar niets in huis gekomen. Misschien dat kleine betonnen stukje daar, ja, dat kan nieuw zijn, maar de rest… 80 ligplaatsen zei u?

Het is schitterend weer en het stadje ligt er mooi bij. We vinden geen spoor van de Port Police. Een havenkantoor is er niet, water is er niet en elektriciteit is er ook niet. Heerlijk!

Na wat rondvragen worden we naar de Customs van de ferries en cruiseschepen doorverwezen. Een beetje onzeker wandelen we bijna een kilometer binnen de hoog omheidende kade. Mogen wij hier eigenlijk wel lopen? We gaan een deftig gebouw binnen met onze vlaggenbrief in de aanslag, maar het blijkt een duty free shop te zijn, passeren containers en tankwagens om uiteindelijk bij een duidelijk ernstig te nemen kantoor uit te komen: de Port Police. Buiten lopen stoer enkele gewapende mannen rond, strak in uniform. We stappen binnen en Whoosh! Wat was dat? We zijn teruggeflitst naar de jaren ’80! Wie ooit de televisiereeks De Collega’s gezien heeft, kan zich beter inleven in wat wij nu zien, ruiken en meemaken, al is die reeks slechts een flauw afkooksel van the real thing hier: donkere bureaus met hooggeplaatste vuile smalle bandramen, uitpuilende metalen kasten vol classeurs en papieren mapjes, stoffige boeken op hoge stapels, een blauwe walm sigarettenrook en goed gevulde asbakken komen ons tegemoet. De gang doet dienst als wachtruimte en is afgeladen vol mannen, schippers, matrozen en vrachtwagenchauffeurs, allen met een mapje documenten onder de arm, gelaten wachtend op hun beurt. Niemand kijkt op. Menige onfrisse geuren dringen onze neuzen binnen, neuzen die maandenlang zeelucht hebben geroken en nu geteisterd worden door weeë zure dampen en prikkende rook.

Er wordt ons in het Grieks duidelijk gemaakt dat we moeten wachten. Dat was wel duidelijk, ja, en aan de verveelde gezichten rondom te zien kan het lang duren ook. Hier sta je dan met een zesjarig kind, in korte broek, op sandalen, als een bon vivant tussen de wrochtende laag van de bevolking om louter voor je plezier een DEKPA te halen. “Mama, ik moet pipi doen!” Ze weet haar momenten feilloos te kiezen. De zoektocht leverde achter de hoek een toilet op zonder deur en zonder licht. Ik beeld mij in hoe je hier een boekje lezend je grote behoefte doet…

Na ongeveer een uur is het aan ons en kunnen we een kleine ruimte binnen waar wel drie bureaus naast elkaar gepropt staan. Vier mannen en een vrouw gaan half verscholen achter de muffe dossiers. Eén computer met monochroom scherm siert een hoekje. De mannen zitten onderuit gezakt met hun benen op de tafels te roken en te praten, terwijl de vrouw de voeten van onder haar lijf loopt en haar uiterste best doet een schipper te helpen. Ik durf geen foto te nemen… Een man vraagt ons iets in het Grieks, geen idee wat dus antwoord ik maar in het Engels dat wij een DEKPA nodig hebben. Hij gaat door met de discussie waarin hij verzeild was en laat ons verder ongemoeid. Na enkele minuten komt er zowaar beweging in en krijgen wij van de vrouw, die net klaar is met de andere klant, een groot document: half Hellenic, half Engels. Braaf vullen we in wat verstaanbaar is. Ze controleert enkele gegevens met onze vlaggenbrief, vult wat aan en geeft het document dan aan een van de mannen die er streng naar kijkt en er met een grom een stempel op klopt.

Nu is het terug aan de vrouw om onze gegevens over te nemen in een zeer dik boek vol kolommen en cijfers die tonnenmaten van vrachtschepen lijken. Onze 5 ton steekt wat magertjes af. Als ze ook dit heeft laten controleren door een van de mannen vertelt ze ons in gebroken Engels dat wij naar de bovenste verdieping moeten voor een ander formulier waarvan wij de naam maar niet kunnen begrijpen. Ze loopt even mee en levert ons af op een bureautje, heel rustig, slechts één persoon aanwezig en niemand op de gang. Er komt zelfs zonlicht binnen! Hier krijgen wij een formulier dat wij beneden bij de heren moeten laten afstempelen. Huh? Waarom hebben zij dat formulier zelf niet? Niet te veel nadenken. Wij dalen terug in de blauwe grot, betalen €19 voor de DEKPA die we nog niet meekrijgen en met de instructie een takszegel te halen bij de Tax Police elders in Corfu Town (adres op papiertje) verlaten we de duisternis en herademen op weg naar de boot. De Tax Police is deze namiddag gesloten, dus dat wordt iets voor morgen…

 

 

Dan blijkt dat zij in de voormiddag niet werken. Even vertwijfeling: wat is het nu? Voor- of namiddag? We lopen wat rond en ontmoeten Guy, een Frans-Canadees die een jaar of vijf geleden uit Montréal vertrokken is. Mijn Frans is niet slecht, maar de manier waarop deze man het uitspreekt vereist uiterste concentratie om er iets van te maken! Mijn vrouw heeft na één zin al afgehaakt. Zijn vrouw hield het onderweg voor bekeken en is er vandoor. Hij vaart al drie jaar rond op de Middellandse Zee in een Hallberg-Rassy 42 en denkt te overwinteren op Preveza aan Levkas, kwestie van wat sociale contacten te hebben en niet alleen te hoeven feesten tijdens oud naar nieuw. De gelukzak is met vervroegd pensioen kunnen gaan op 53 jaar.

Taxi naar Tax Police: €6. Wacht u even? Nee, neem maar de bus terug, dat is goedkoper. Euh…, ok dan. Zegel kopen van 30 euro en terug naar de Port Police. Bus: €4,50. Wat een besparing! Zelfde taferelen als de dag ervoor, maar gelukkig ziet de dame van gisteren ons binnenkomen en ze helpt ons redelijk snel verder. Het formulier met zegel geven wij aan haar waarna zij dit onderdanig overhandigt aan de man naast haar die het plechtig en vooral theatraal afstempelt. Onze eerste stempel met vermelding van de haven gaat in de DEKPA, we worden nogmaals geregistreerd in een dik boek (waar dient die computer voor?) en zie, na meerdere uren, meerdere formulieren en vooral na het noeste werk van 6 mensen staan wij buiten met een te groot document in handen dat niet in onze boordpapierenmap past, want die is op A4’tjes berekend.

Gezien de gewichtigheid waarmee de formaliteiten werden afgehandeld, zijn wij er heilig van overtuigd dat dit hét belangrijkste papier is dat je dient te hebben om ongeschonden Griekse wateren te kunnen bezeilen, zo niet dan beland je steevast in de bak. Een DEKPA moet je laten afstempelen bij binnenkomst en voor vertrek uit een haven. Wij houden het bureaucratisch gedoe echter voor bekeken en vertrekken in stilte naar een kleine baai om te ankeren!

Sand bar bay lijkt ons wel wat: een zeer kleine baai die op het einde uitloopt op een zandrichel van enkele meters breed en overgaat in een nieuwe baai. Ook al wordt er in de Heikell gewag gemaakt van een hotel in de buurt dat jachten wegjaagt om zelf de baai te claimen, ons gaan ze niet tegenhouden! Buiten seizoen is het er dood, leeg en eenzaam. We liggen bijzonder goed beschut en rusten lekker uit. Een goede keuze.

Dat wij al eens verkeerd gokken, blijkt de dag nadien. Na een dagje varen ankeren we in Ormos Fanari, waarin de Acheron uitmondt, de rivier van het leed. Volgens de Griekse mythologie behoorde deze de god van de onderwereld toe, heerser van de doden en het schimmenrijk… Hades. Het water is zwart en troebel, de grens tussen het aardse en de onderwereld. Het is een lijdensweg voor schimmen van overledenen die naar rust verlangen en daarom op weg zijn naar het centrum van de onderwereld, op weg naar een zompig groot moeras, krakend en steunend geroeid door de oude veerman Charon. Bij het aanvaren hadden we de keuze tussen ankeren of de rivier opdraaien. Er was nogal wat beweging van kleine vissersbootjes op de sterk verzande rivier, zodat wij ervoor kozen te ankeren, dicht bij de kust.

Dit bleek geen goede keuze te zijn: we rollen dat het een lieve lust is, hebben grote moeite om met de bijboot naar de kant te geraken om de hond uit te laten en terwijl onder het eten mijn bord en glas wijn van links naar rechts schuift, word ik zeeziek. Charon komt mij net niet halen, al wekt onze krakende boot wel de indruk dat hij langszij is geweest…

Op weg naar Levkas houden we nog een stop, Preveza. Het duurt even voordat we de boeien van het uitgebaggerde kanaal hebben ontdekt. Ze zijn niet bijster groot en met wat golfjes verdwijnen ze zo uit het zicht. Er staat tegenstroom en de wind zit ook niet lekker dus dat wordt diesel stoken. We hebben een ankerplek voor ogen, maar als we daar aankomen blijkt het niet geschikt te zijn: er liggen tal van kleine bootjes, er staan netten uit en eigenlijk staat er met de aanlandige wind wat deining die ik na de ervaringen van gisteren kan missen. We kruipen langzaam verder in een zijarm, varen een oude scheepswerf voorbij en vinden uiteindelijk een staketsel waar we aanleggen. Door een groot ijzeren hek kunnen we er niet af. Over het waarom krijgen we snel antwoord wanneer een militair komt aanlopen die over de grote afstand heen van alles begint te roepen. Ik wandel er naartoe en doe een praatje met de vriendelijke man die vertelt dat de steiger militair domein is en dat we dus niet kunnen blijven. Nee, ook niet voor één nacht, lacht hij. Bon, terug op weg, naar de haven dan maar, Cleopatra Marina.

Die is volledig verlaten, geen enkele boot in het water, wel massa’s op de kant. De meerlijnen om mediterraans te kunnen afmeren, liggen op de kant om aangroei te voorkomen. Om zeker geen lijn in de schroef te krijgen meren we af aan de tanksteiger. Als het donker begint te worden, staat er plots een man naast de boot. De opzichter. Hij kijkt uiterst verbaasd en reageert zenuwachtig en behoorlijk onbeleefd tegen mijn vrouw. Op botte wijze vraagt hij: “Waarom liggen jullie hier? Wat komen jullie hier doen?” Het luide gegrom en geblaf van onze hond maakt de sfeer er niet minder gespannen op. Zo’n reactie hebben we nog niet meegemaakt en slechts met grote zelfbeheersing vertellen we de man zo onschuldig mogelijk dat we gewoon willen tanken, wat anders? Dit had hij niet verwacht natuurlijk. Nog meer verwarring. “De pompen staan af voor de winter.” Hij draait uiteindelijk bij en wordt zelfs vriendelijk. Na wat aarzelen zet hij de pomp aan en kunnen we tanken. Gelukkig kan er redelijk wat in, anders hadden wij hier schoon gestaan met onze smoes. Wij moeten ons verleggen om te overnachten, zo eist het protocol, en wel drie meter verderop tot aan de eerste meerlijn. Ik pruttel wat tegen, maar hij houdt voet bij stuk: stel dat er nog iemand wil tanken? Jaja… Verleggen dus. Aangezien de meerlijnen op de kant liggen, zit er niets anders op dan langszij te blijven liggen, alweer iets wat hij moeilijk aanvaardbaar vindt. Aarzelend staat hij met de meerlijnen in zijn handen, probeert er tevergeefs een paar, duidelijk in tweestrijd met zijn gevoelens, en beseft dan dat het niet anders kan. Hij laat het zo. “Hoeveel moeten wij betalen?” Lange stilte. Daar heeft hij geen antwoord op en zodoende volgen verscheidene zenuwachtige telefoontjes, vermoedelijk naar de baas. €16. Water kan hij wel niet aanbieden, want de elektronische kaarten om het systeem op te laden heeft hij niet. Wanneer hij demonstratief toont wat hij bedoelt, blijkt het kraantje waar wij aanliggen nog voldoende budget te hebben. Joepie, water. En elektriciteit! Het douchen krijgen wij er zo bij. Die liggen ergens helemaal achterin de haven, maar zijn lekker warm! En dat is na alle commotie van de laatste dagen heel welkom.

Als wij later in het donker langs het kotje wandelen waar de opzichter zijn werk doet, zien we hem gerustgesteld naar het voetbal kijken…

Login om te antwoorden
   
   
   
   
© Zeilersforum.nl