Eens, het enige dat je weet over het geteste vest is dat ie het vlak na de positieve test waarschijnlijk goed zal doen. Maar de faalkans wordt wel steeds groter naarmate het vest verder richting in einde van de badkuip verouderd.
Testfrequentie (en het soort test) van instrumentele beveiligingen baseer je op gepland vervangingsinterval, de test coverage factor (bij een visuele inspectie is die lager dan bij een volledige functionele test) en een analyse van de gevaarlijk-faal mechanismen en kansen van elk daarvan.
Als je het preventieve vervangingsinterval gaat oprekken dien je vaker te gaan testen om gedurende de (dan langere) geplande levensduur de faalkans wilt handhaven.
TS heeft in die analogie net een “full functional test” uitgevoerd. Mss moet ie die test 2x per jaar herhalen, afwisselend met een visuele inspectie tussentijds.
Maar inderdaad, hiervoor zou je decFMEA statistieken van een vest moeten kennen, geldig voor de levensduur die de fabrikant opgeeft. Maar die weten we niet (en bestaat wss niet eens). Toch zegt de keurder hier niet voor niets “laat maar zitten…” Die heeft haar ervaringen wel opgedaan; ook een soort praktische statistiek.
Mijn vlot is na 20 jaar afgekeurd op verhardde lijmnaden. Je hoeft de keuringskosten dan niet te betalen, maar krijgt het vlot niet netjes ingepakt (en “gebruiksklaar”) terug, maar kunt kiezen om gratis af te voeren of om mee te spelen. Dat geeft in elk geval geen drempel om zo’n vlot te laten keuren.
Zou ik wél moeten betalen, ongeacht resultaat, dan zou ik wel hebben gewaardeerd als vooraf verteld werd “mijnheer, de kans dat het vlot niet meer goed is is erg hoog, we raden af dit in te sturen…”
PS: op het nieuwe vlot zit “2 jaar garantie”. Geen idee wat ik daarmee moet. Ik kan mij niet voorstellen dat er veel klachten kúnnen zijn