In het door Orsina aangehaalde draadje staat een foto van het principe van het aansluiten van een reedrelais (moet nog wel een zekeringetje tussen zie ik).
Wat er niet staat is hoe je bepaalt hoeveel windingen het spoeltje moet hebben.
De makkelijkste manier is de sterkte van het magnetisch veld, dat nodig is om het relais aan te laten trekken, uit te drukken in "Ampere*Windingen".
Een relais met een "waarde" van 20 AW moet dan, i.g.v. een toplicht van 25 Watt (dat ongeveer 2 Amp trekt), 10 windingen krijgen.
Immers, 2 Ampere * 10 Windingen = 20 AW.
Ingeval je geen spullen hebt om stroom te meten doe je het als volgt.
Meet de diameter van het relais en wikkel (op een iets dikkere metaalboor, een stokje, buisje of wat dan ook) een spoeltje van 10 windingen. Bouw daarmee de schakeling op. Neem de lengte van de draad niet te kort zodat je er, als het relais niet aantrekt, met dezelfde draad windingen bij kunt leggen.
Met enig experimenteren vind je zo het aantal windingen waarbij het relais krachtig aan trekt.
Vermenigvuldig dit aantal met de stroom en je hebt de "waarde".
Door deze waarde voor elke gebruiker door de stroom te delen vind je het aantal windingen.
Voor de draad kun je het best 1 mm (niet kritisch) geƫmailleerd koperdraad nemen (als op de foto). Lekker stabiel en van spanningsval over de spoel heb je geen last.
Heb je dat niet en kun je niet aan een paar meter komen (oude trafo of spoel) geef dan even een gil.