Drie jaar geleden hebben we op onze vereniging ook het glijdende SW systeem ingevoerd, (ook wel de Monnickendam methode genoemd op de site van sailsupport)
Conclusie: voor de jaaruitslag maakt het niets uit, aan het eind wonnen toch dezelfde schepen. Voor de avonduitslagen maakt het wel uit, andere boten kunnen dan ook wel eens winnen. ( leuk aan de bar, dan wordt er wel weer een rondje gegeven als iemand eindelijk een keer gewonnen heeft)
Omdat iedereen weet dat het een gemanipuleerde uitslag is gaat de glans van die winst er ook wel weer af, dus leverde het uiteindelijk niets op. We zijn er weer af gestapt.
Het SW basisgetal van een boot wordt meestal rechtstreeks uitgerekend vanuit de internationale meetbrieven databases. Als je een boottype hebt waar wedstrijden mee gezeild zijn in IMS, ORC, enz. Kan je er van uit gaan dat het basisgetal redelijk klopt. Daarna moeten de + en en - en wel goed en eerlijk verwerkt worden, daar gaat het nog wel eens mis, vaak omdat men niet helemaal begrijpt wat men invult, soms bewust om het getal te beinvloeden.
Het basisgetal is vooral een probleem bij de schepen waar geen gegevens in de databases van zijn, zoals one-offs, gemodificeerde schepen, uitgesproken toerschepen waar weinig wedstrijd mee gezeild wordt.
De STR gaat daar ook niets aan veranderen tov SW. Je ( wie?) gaat dan schepen toelaten op een gegiste rating., net als in de SW. Als het dan te gunstig uitvalt, en het schip wint krijg je weer exact dezelfde discussies. ( bij de 24 uurs net nog een leuke gehad

)
Voordeel van de STR is wel dat je voor de " instapklasse" hetzelfde systeem hanteert, en ook de triple numbers kan gebruiken, waardoor je mogelijk meer doorstroming kan krijgen van de clubwedstrijdjes naar de grotere wedstrijden.
Voorlopig zie ik het dus als " nog een systeem" met weer zojn eigen nadelen.
Als je de nadelen niet wilt..... Eenheidsklasse varen! ( en ook daar zijn weer hele discussies mogelijk met snellere en langzamere rompen, masten enz.)