Nog éven mijn overpeinzingen delen over wat ik eerder noemde "on fire" zeilen, het gevoel hebben dat jke aan het wínnen bent.
Zoals welbekend heb ik geen performancemeter. Mijn navigatieapparatuur kan dat af fabriek standaard uitspugen, maar ergens kan ik me er niet toe zetten. Ik mis 'm niet.
Als bootontwerpers en meetbriefmakers uitrekenen hoe snel een schip kan, dan hebben ze twee formules: één die de weerstand van de boot uitrekend, en één die de voortstuwende kracht van een zeil bepaald (even in Jip en Janneke). Voor iedere windsnelheid en iedere windhoek kennen deze grafieken een eigen snijpunt en dat is wat wij kennen als een polairdiagram.
Door de jaren heen zijn er mooie benaderingsformules gevonden voor de hoeveelheid voortstuwend vermogen die een zeil kan leveren, en iemand die jaarlijks kijkt wat er in de ORC regels is aangepast ziet dat er nog nagenoeg jaarlijks aan de exacte parameters gesleuteld word om ook de voortgang in technologie bij te benen.
Die regel ken dus zoiets al een "symmetrische spinnaker". In werkelijkheid veelal gevormd door meerdere spinnakers met verschillende grootte en/of snit. De voortstuwende performance wordt door formules berekend en als je kijkt in je polair zit daar nergens een "stapje" waar de spi er af gaat of moet. Nee er is ergens een grijs gebied daar waar de spinnaker afneemt in vermogen en de genua toeneemt.
In werkelijkheid klopt dit (in mijn ervaring) niet. Nu zijn wij als crew nooit spinnakerschuw geweest en gaat het ding er op de meest onogelijk en onmogelijke rakken op, soms gewoon om te kijken of het lukt. Met andere woorden; wij weten bijzonder goed waar de grens ligt en kunnen nog best een hoop als we over die grens heen gegaan zijn.
Er zijn twéé "eindpunten" voor een spi; één punt waarop de spi de laminaire stroming verliest en enkel nog (zijwaardse) druk geeft en één daar waar de spinnaker niet meer vol te houden is.
Dat punt van laminaire stroming verliezen is in veel gevallen niet een erg geleidelijk overgang op je log. Een geoefende stuurman op de spinnakerreach weet dat dit nét als hoog aan de wind sturen is en dat er binnen een groove van een paar graden een halve knoop te verdienen is. (dit allemaal afhankelijk van de spinnakersnit).
Kijk je nou naar je polar, dan zie je dat totaal niet terug. Je ziet een flauw aflopende lijn. Deze lijn is een gemiddelde benadering van een erg grijs en moeilijk vast te leggen gebied.
Ik durf te beweren dat ik een bovengemiddeld getalenteerde spitrimmer heb. Nou ja talent; hij en ik delen inmiddels een soort paranormale lijn als het gaat om de interactie sturen-trimmen. Dit samen met een crew die glimlachend voor de zoveelste keer de spi in de zak stouwt maakt dat ik vind dat we een klompje kunnen breken op de spinnakerreach.
Ter verheldering onderstaand plaatje:
Links is hoger, rechts is lager sturen. Blauw is de snelheid die je op genua haalt, groen op spi. Grijs is wat de benaderingsformules er van brouwen.
In het groen zie je de knik in de performance; eerst verlies je de laminaire stroom, daarna de hele spi. Nadat je de laminaire stroom bent kwijt geraakt is de genua al vrij snel efficiënter.
De oranje lijn geeft aan wat je kan bereiken door te vechten voor je laminaire stroom voor nog een paar graden hoger; er is al snle twéé keer meer winst t.o.v. polar te winnen! En in de 24 uurs is het belangrijk dat je de terugweg een minder hoog rak hoeft te kiezen!
Verhalen van "3 keer in een rak hijsen en strijken" zijn dus geen stoere verhalen, dat lóónt! Een paar graden windshift kan betekenen dat de spi ineens wél kan staan en hoe twijfelachtiger het is of hij kan staan, hoe meer winst je er uit kan persen! Dat is de sweet spot. Kan de spi niet, dan vaar je wel polar, lukt ie nét wel, dan vaar je er boven.
Dat was de modus waar wij vorig jaar in voeren, vlak vóór onze aanvaring; overtuigd de meeste wind te hebben, op een plek waar de rakjes met mini-koersverschuivingen te over te kiezen waren, en dan tig keer die spi omhoog. Dat bedoel ik met "on fire". Dan ben je aan het winnen.
Dit jaar was dat minder. Gewoon net gevaren met een goed plan. Met een mooi resultaat.