Hallo,
Ik ben nieuw hier. Ik zal me eerst eens voorstellen. Erik Jan Koeze, 34 jaar, getrouwd en vader van 3 zoons. We zijn als gezin gek op water. Ik heb in mijn jeugd veel gezeild (bij waterscouting) en mijn vrouw ook. Nu de 2 oudste kinderen kunnen zwemmen kunnen we eindelijk naar onze grote droom toe gaan werken; een zeiljacht.
Via scouting heb ik CWO Kielboot 3 gehaald. Is echter alweer even geleden... Ben echter op wat roestigheid na redelijk onderlegd.
Nu willen we de kinderen ook in het zeilen gaan betrekken. Onze keuze is hiervoor eigenlijk al min of meer gevallen op een Sailhorse en wel om een aantal redenen:
- Stabiel
- Betaalbaar
- Goed trailerbaar
- Mee te rijden met alleen rijbewijs B
- Compleet (Genua, rolfok)
- Onzinkbaar (of het verhaal komt wel bij de blunders

)
- Lekker tourzeilen maar zeker niet wedstrijden
- Relatief onderhoudsarm....
Zomers komt de boot lekker op de oprit (auto ervoor en weg) en 'swinters in de overdekte opslag.
Ik lees echter veel en kom daarbij regelmatig 2 zaken tegen die me angst aanjagen bij dit type;
- Water in schuim.
- Bayer procedé met zeer dunne schalen.
Bij voldoende rompdikte is het water alleen niet een probleem; schuim eruit, spanten erin, winter stevig klussen en klaar. Ik zit alleen niet te wachten op uitgebreid polyesteren om de rompschalen te versterken. Zeker niet bij de prijzen die er op het moment toch nog gevraagd worden.
Mijn vraag is dan ook, welke boot/zeilnummers kan ik wat betreft die dunne rompschalen beter links laten liggen en welke zijn sterker /dikker?
Ik lees op sailhorse.nl
Eind 1973 kwam er een naamsverandering tot stand door de bescherming van de merknaam Seahorse, gevoerd door Johnson buitenboordmotoren. De nieuwe naam werd Sailhorse (vanaf bootnummer 1000) en het zeilteken veranderde van een zeepaardje in een gestileerde paardenkop. Tegelijk werd de bouwwijze grondig veranderd. In samenwerking met chemieconcern Bayer werd een nieuw procédé toegepast, het zogenaamd Bayer-Depot-Verfahren. Daarbij werd in zware mallen eerst een gelcoat gespoten en er werd één glasvezelmat aangebracht, waarna de mallen werden gesloten en gevuld met een sterk expanderend schuim. Het doel was een snellere bouwtijd en een sterkere romp.
Dat is dus vanaf rompnummer 1000.
Eind 1974 ging de bouwer Sailhorse Jachtenbouwmaatschappij failliet en werd overgenomen door Cather Friesland B.V. De naam Cather was een samenvoeging van Ten Cate (Ten Cate Nijverdal) en mede-eigenaar ten Herkel. De bouwwijze werd aangepast, nu met een dikkere buitenschaal en zonder het Bayer procédé (vanaf bootnummer ± 1450). Nog steeds werden er grote aantallen verkocht en de nieuwe bouwer ondersteunde het wedstrijdzeilen van harte.
En dan t/m ~1450. En hier heb ik mijn vraagtekens. Een compleet andere bouwwijze voor "maar" 450 rompen?
Dat zou in principe de boten voor rompnummer 1000 en na 1450 gewoon geschikt maken of heeft deze boot meer zwakke punten en is daarmee een Efsix of een Randmeer misschien een betere keuze.