ilCigno schreef :
Google zegt dat het een MWM TRH 348 motor is.
Google is dom. Dat zeg ik zo vaak.
Het is een Deutz 8 SAM 428
Dat is een 8 cilinder motor met een slag van 428 mm
Bijna 400 pk bij 600 toeren.
Dit type motor is geschikt voor direct-omkeerbaar zijn, zodat er geen keerkoppeling nodig is (je kunt 'm naar keuze links- of rechtsom starten door de nokkenas te verschuiven en dan startlucht te geven), maar achter mijn motor lag wel een keerkoppeling: een Reintjes met een 2:1 reductie.
Dus max. 300 toeren op de schroef, vierblads, diameter 1750 mm in straalbuis.
De motor is nieuw ingebouwd in 1959 (daarvoor stond er een 200 ipk stoommachine in) en heeft gefunctioneerd tot de sloop in 2013. Dat betekent dattie 54 dienstjaren heeft voltooid. Conservatief geschat zal hij ongeveer 100.000 draaiuren hebben gemaakt, maar het kunnen er net zo goed veel meer zijn.
Ik heb van de 8 koppen 5 gereviseerd en 3 vervangen; de oliepomp is gereviseerd en 1 big-endlager vernieuwd. De zuigers, cilinders en krukas/drijfstanglagers waren allemaal nog origineel.
De smering was nogal hybride. Een gewone tandrad-oliepomp gaf smeeroliedruk voor de krukaslagers en de drijfstanglagers. Voor de cilindersmering was er een smeerautomaat, dat is een apparaat dat op diverse smeerpunten regelmatig een aantal druppels olie laat vallen. Die olie komt uiteindelijk in het carter terecht, ongeveer een halve liter per draaiuur, waardoor het carter af en toe moet worden afgepompt.
En de kleppen, stoters, tuimelaars en allerlei scharniertjes kregen om de twee uren een lekker kneepje uit de hand-oliespuiten.
Olie verversen betekende: 80 liter voor de motor en 40 liter voor de keerkoppeling. Dat hoefde gelukkig niet zo vaak.
De koeling ging met twee grote plunjerpompen die buitenwater door de warmtewisselaars joegen, terwijl een centrifugaalpomp de koelvloeistof door de motor liet circuleren.
Omdat de plunjerpompen versleten waren en verschrikkelijk lekten (er liep op het laatst een kuub water per draaiuur de boot in) heb ik het hele buitensysteem verwijderd en een U-bundelkoeler gemonteerd in een beun. Dat werkte fantastisch goed, eindelijk een droge bilge.
Voor het starten werd de motor eerst voorgesmeerd met een handpomp, getornd (minstens 2 omwentelingen) om de olie te verspreiden en om er zeker van te zijn dat er geen water op een zuiger staat), en dan een dot startlucht van 15 tot 30 bar. De motor hoefde niet op stand te worden gezet omdat hij lucht gaf op 4 cilinders waarvan er altijd wel eentje in de werkstand stond.
Voor het vullen van de startluchtketels gebruikte ik een tweetraps hogedrukcompressor op 380 volt, aangedreven door de 27kVA generatorset met een 3 cil. luchtgekoelde Deutz. Herriebak!
Volgens de vuistregel van 10 kgf stuwkracht per pk zou de boot een paaltrek hebben van 4 ton, maar hij trok beduidend meer, ongeveer 8 ton. Dat kwam door de diepliggende grote, langzaam draaiende schroef en de straalbuis. Mijn eerste sleeptrossen van 40 mm waren kansloos, ik trok ze aan flarden.
Maar deze constellatie zorgde er ook voor dat het geen snelle boot was: kruissnelheid 13 km/u en top 16 km/u. Wat ook meespeelde was de volle bouw, om veel draagvermogen te hebben voor de enorme kolenbunkers.
Die kolenbunkers zijn later vervangen door gasoliebunkers van 2x 5500 liter.
Het grote zorgenkind was de keerkoppeling. Die heb ik 14 keer gedemonteerd en gerepareerd, een routineklus die 8 uren vergde. De koppeling bestond uit twee gietijzeren badkuipen die op elkaar gemonteerd waren met daarin een traditioneel gebouwde koppelingsplaat/remband/planeettandwiel-constructie, hydraulisch bekrachtigd. Ondanks het gewicht van een dikke ton bleef die koppeling een kwetsbaar ding.
Achteraf gezien begrijp ik ook niet waarom deze keerkoppeling was ingebouwd. De motor was in principe direct-omkeerbaar. Ik heb gevaren met direct-omkeerbare motoren, en het omkeren van voor- naar achteruit vv kost gemiddeld 6 seconden, wel met de nodige handelingen.
Het omschakelen van mijn keerkoppeling kostte ongever 10 seconden voordattie pakte. En kan je verzekeren dat die 10 seconden soms verdomd lang duurden...
Tot zover het gezwatel over die ouwe plof.