De crux zit in de interpretstie van de regel « in de heersende omstandigheden en toestanden passend zijn ten einde een volledige beoordeling van de situatie en van het gevaar voor aanvaring te kunnen maken.’».
Niemand kan 100% van de tijd 360 graden om zich heenkijken, ook een volledig brugteam met dedicated lookout, radarofficier, navigator en oow niet. Hoe je de beschikbare energie verdeelt is <b>in de praktijk</b> dus een (risicogestuurde) afweging die moet passen bij de situatie.
Tuchtraden op de commerciele vaart zijn vrij streng in hun toepassing van het principe ‘ten alle tijde’, maar die komen pas tot uitspraak als er iets mis is gegaan: na een aanvaring bij lege brug is het makkelijk vaststellen dat een wc-bezoek op dat moment een slecht idee was.
Dat het in de praktijk ook hartstikke vaak wèl goed gaat, ook bij solozeilers (idd vaak de beter voorbereide zeelui!) bewijst dat een flinke groep zeevarenden die afweging op de juiste wijze weet te maken. Een ander deel heeft een near-miss of domme mazzel. Ik gun beide groepen hun bakkie koffie op wacht, en de extra scherpte die ze voelen tijdens het zetten, wetende dat ze op dat moment niet aan t uitkijken zijn. Als ze daarna hun kop naar buiten steken zien ze waarschijnlijk meer dan de zeiler die als een zombie urenlang naar een vast plekje op de horizon tuurt onder het mom van ‘ten alle tijden uitkijk houden’.
De MCA heeft richtlijnen voor solo watchkeeping (let wel, niet solo varen, maar solo een wacht draaien). Dit mag alleen als het schip er op ingericht is, er een crewmember ‘readily available’ is, en de situatie het toelaat. Nuttig om eens te bekijken voor eenieder die urenlang podcasts luistert of films kijkt op een saaie wacht

.