Je kunt het uitrekenen.
De kracht op een schoot is 0.02104 x V2 x A
Waarin A het oppervlak van je zeil in vierkantemeters is en V de schijnbare windsnelheid in knopen.
Je moet compenseren voor de aspect ratio van een zeil, een 150% genua heeft per oppervlak minder schootkracht nodig dan een 105% HA-fok. De berekende waarde voor de spanning op de schoot is voor een 150% genua. Voor een echte HA fok moet je die verdubbelen om het achterlijk goed dicht te kunnen trekken.
Het getal op de lier is de krachtoverbrengingsverhouding van de lier. Maw, als je 1 kg kracht zet op een standaard lierhandel, dan geef een lier met maatje 40 40kg trek kracht. Voor de meeste fitte mensen is 20kg kracht wel zo ongeveer het maximale zonder jezelf het apelasures te moeten werken.
Als je een korte handel moet gebruiken dan heb je een lineair grotere lier nodig, als je in een ongemakkelijke houding moet zitten om te draaien, reken dan niet op meer dan 15kg kracht op je lierhandel
Reken voorbeeldje:
30m2 fok in 25 knopen schijnbare wind geeft een schootspanning van 395kg. Verdubbel dat omdat je het over een HA fok hebt en voeg daar nog 10% verliezen aan toe voor leiogen, lierlagers en keerblokken en je hebt het afgerond over 850 kg schootspanning. Deel dat door 20 om de gewenste krachtoverbrengingsverhouding te vinden en je komt op Lier maatje 43.4.
Getallen even aanpassen voor jouw situatie en je weet redelijk precies wat je nodig hebt.
Mijn voorkeur is Andersen lieren, daar heb ik de minste problemen mee gezien, ze zijn het makkelijkst om te onderhouden en de self-tailing kop is superieur aan alle andere lieren waar ik ooit mee gewerkt heb.