Welkom  

   

Mijn Menu  

   

What's Up  

Geen evenementen
   

Wedstrijd  

Geen evenementen
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

Vakantie perikelen van Marjanne en Albert, deel 7

De Humber op naar Hull

Vrijdag 08-06-,07
Het is nog knap heiig wanneer ik mijn ongewassen slaperige kop naar buiten steek.
Kijk, daar komt weer een pilot-tender aanstuiven, hij verdwijnt achter de steiger om een loods aan wal te zetten bij het loodsstation.
Het tij is een goed uur terug gekenterd en de vloedstroom zet nu flink door.
Koffie en ontbijt komen onderweg wel, nu eerst motor aan en de dekwas bij zetten want de spijker moet eruit.
Het is 07:15 uur, ik zit op mijn knietjes op het voordek, met mijn ene hand zwengel ik het spil en met de andere richt ik mijn Gardena-spuitpistooltje op de ketting.
Omdat de stroom er al flink aan trekt, geeft Marjanne af en toe een klappie vooruit zodat ik er niet al te zwaar aan moet scheuren.
Ha, hij is los, ik geef Marjanne een seintje om langzaam richting boeienroute te gaan.
Ik draai al spuitend de laatste meters ketting binnen en spuit ook het anker goed af.
Dan gaat het anker achter de ketting aan in de voorpiek, nog even de laatste blubber van het voordek spuiten, de slang oprollen, dekwas af en naar de kaart.
De volgende boei is nog niet in zicht maar ligt, volgens kaart én RADAR, iets minder dan een mijl weg.
Marjanne stuurt op het kompas en ik hou de RADAR in de smiezen, daarbij zorgend dat we net buiten de boeien varen en dus uit het vaarwater van de grote scheepvaart blijven, want " zij zijn groot en ik is klein".
Zo kachelen we de Humber op naar Hull
Binnenlands wordt het zicht een stuk beter, we kunnen nu aan beide kanten de oevers zien.
Kijk daar ligt Immingham.
Zo voorstrooms lopen we als een tiet, de boeien vliegen voorbij.
Eigenlijk zijn het meer lichtschuitjes dan boeien, met op het dek behalve een lichtopstand, ook nog een korf waar een bol boeitje in ligt met daar omheen gewonden een lange ketting die met het andere end aan het dek vastzit.
Als het lichtschuitje afzuipt, gaat dat boeitje drijven en geeft de juiste positie aan, slim bedacht.

We zien onderhand de voorhavens van Hull in de verte opdoemen.
Daar kan ik straks ook weer wat foto's maken, maar nu moet ik even opletten, want mijn kaart dekt niet alles tot Hull en hier liggen meerdere rijen boeien.

We hebben nog steeds de stroom mee en lopen behoorlijk door.
Daar verderop ligt een bootje met bekende kleuren en ook die schoorsteen is heel bekend, een chemicaliën tankertje van Broeren uit Dordrecht.


Er is weer van alles te zien moderne terminals naast inelkaargezakte steigers, die in het begin van zeventiger jaren al buiten gebruik waren.
Hier weer een, die is al zover dat het hout is weggerot en de spoorrails tot in het water hangen.
Typical Englisch, in Holland zou dat al gesloopt en opgeruimd zijn.
Nee dan die veerboot daar, de "Pride of Hull", niet mooi misschien maar wel modern en vanaf hier, laag op het water, behoorlijk imposant.


We lopen een havenkom in, en liggen voor de sluis naar de jachthaven.
Ik roep de sluis aan en krijg meteen antwoord van een vriendelijke vrouwenstem.
De sluismeesteres, een aantrekkelijke dame, laat ons binnen en komt meteen even zeggen waar de gastensteigers zijn:'Helemaal doorvaren tot achterin, bij het lichtschip BB uit en dan vaart u er zo op af.'
We zijn in een mum van tijd geschut en varen de sluis uit.
Hier is zat te zien, behalve een heel zooitje "Tupperware" aan drijvende steigers, ligt er ook een ouwe houten zeilende vrachtvaarder.


Een oude houten schotse vissersboot, omgebouwd tot jacht


En een lichtschip.


We gaan ons melden in een oud pakhuis, dat van binnen heel smaakvol is verbouwd tot appartementen met op de begane grond de Yachtclub.
We krijgen de codes voor de poort en voor de douches en betalen gelijk voor een nacht (dan kunnen we vertrekken wanneer het ons uitkomt).

De jachthaven zit in het aloude Princesdock, althans in de eerste twee bassins.
Het volgende bassin is door een motorway gescheiden van de jachthaven en is bijna geheel gevuld door een groot winkelcentrum dat op palen in het waterstaat.
Super modern en super lelijk.
We lopen er aan de ene kant in en zonder iets te kopen aan de andere kant weer uit, bah!
We zijn nu in het oude hart van de stad, dit is heel wat interessanter.
voor Marjanne zijn er zat leuke winkeltjes en ik amuseer me ook wel.
Dan komen we, bij toeval, op een pleintje terecht waar een farmers-fair wordt gehouden.
Marjanne is niet meer te houden!
Biologische piepers, groente, op de farm gebakken brood, potten honing, boerenboter, allerlei kruidenplantjes, zelfgemaakte wijn (brrr.) eieren en nog veel meer verdwijnt in de rugzak.
Eén kraam trekt mijn aandacht, daar moet ik het mijne van hebben.
Wauw, dat is wat ik nodig heb, speenvarken aan het spit.
Heerlijk goudbruin met een knapperig korstje en de geur van kruiden en een vleugje knoflook.
Twee mannen in witte jassen en een strohoedje met een lintje erom, precies zoals Mr. John's uit "Dad's army", hebben het berendruk.
De een staat steeds stukken al gaar vlees van het draaiende varken te snijden, terwijl de ander, netjes met plastic weggooihandschoentjes broodjes open snijdt en dik belegt.
Het water loopt me in de mond!
Eindelijk ben ik aan de beurt, ik kan hem nog net weerhouden ketchup en mayonaise er op te gooien 'sorry sir' alleen een klein likje mosterd mag er op.
Dit is smullen!!!! Ik heb nog nooit zo;n lekker broodje gehad.
Het best is een grote hap, zelfs voor mij maar daar komt Marjanne al aan om me te "helpen"
Ik zeg nog:'Hé schat, heb je dat kraampje met die heerlijke noten al gehad?
Ik zou maar snel even gaan, voor alles op is.'
Maar ze laat zich niet afleiden en graait naar het laatste stuk van mijn broodje.
In no time is het verdwenen:'Ha lekker, nu kan ik er weer even tegen.'
En weg is ze weer.
Dit kan ik niet over mijn kant laten gaan, ik haal er nog een!
Even later sta ik, met mijn servetje nog in mijn hand, opnieuw in de rij.
"Mister John's" herkent me klaarblijkelijk, want hij vraagt:'Is er iets niet in orde, sir?'
'O nee, alles is oké, ik wil er alleen nog een.'
Mr. John's roept luid naar de mensen om de kraam:' Kijk mensen! Deze buitenlandse heer, waar komt u vandaan? Holland? Deze heer uit Holland heeft net een broodje vlees op, kijk het vet zit nog in zijn baard, en nu mensen, nu komt hij er alweer een halen. Ja zeker mensen, deze heer is speciaal uit Holland komen vliegen voor onze broodjes.'
Zo gaat hij nog een tijdje door en net als ik me met een rooie kop uit de voeten wil maken, roept hij:'Laat de heer uit Holland er even door mensen, hij krijgt van mij dit overheerlijke broodje varkensvlees gratis en voor niets van het huis. Alleen een beetje mosterd was het niet? Alstublieft, who's next?'
Met rooie kop én een gratis broodje “overheerlijk” varkensvlees, maak ik me uit de voeten.


zaterdag 09-06-,07

Vandaag gaan we weer varen, Hull is best een geinige stad, maar genoeg is genoeg.
Rond een uur of twaalf is het kenteren tij, dus heeft Marjanne, na de stores te hebben aangevuld, nog genoeg tijd om een kilometer of vijf hard te lopen.
Het hardlooppakje wordt aangetrokken, strak en sexy.
De schoentjes met luchtkussens, schokdempers, turbo en geforceerde koeling, gaan aan de voetjes.
En daar gaat ze!
Natuurlijk kan ik in sportiviteit niet voor haar onderdoen, dus ga ik de volle vijf kilometer met haar mee.
Marjanne loopt voorop en ik volg op de vouwfiets, ja ja, Albert is wel goed maar niet gek.
Eerst gaat het rond de oude dokken, dan over de sluisdeuren en stroomafwaarts langs de Humber.
Hier is een wandel/fietspad aangelegd dat de rivieroever volgt.
We gaan over het nieuwe bruggetje bij de invaart naar Old Harbour en verder langs een lelijk gebouw, dat een restaurant, kantoren en een aquarium huisvest.
Verderop staan allemaal eengezinswoningen, er spelen wat kinderen, die verbaasd staan te kijken naar het sportieve koppel.
Zien ze dan niet dat het hier gaat om een wereldberoemd langeafstandsloopster en haar al even beroemde trainer die serieus aan hun conditie werken?

Een klein stukje verder stopt Marjanne, met een benauwd gezicht zegt ze:'Ik moet heel nodig maar hier kan het nergens en ik redt het nooit meer tot de jachthaven.'
Tja, achter op de vouwfiets?
Nee dus, alles wat groter is dan een bos rabarber past er eenvoudig weg niet op.
Hier blijft niets anders over dan dat ik een groots gebaar maak.
Met verstikte stem zeg ik:'neem jij de fiets en rij snel terug, ik loop wel.'
In no time is ze vertrokken en ik sjok in mijn korte broek en op afgetrapte slippers langzaam terug.
Daar staan de kinderen van daarnet weer, met openhangende mondjes staren ze me aan.
In het Hollands zeg ik tegen ze:'Nou en? Hebben jullie nog nooit een fietsende hardloopster op een vouwfiets of een lopende vouwfietser op slippers gezien? Jullie zijn hier ook niet veel gewend zeg!'
De kinderen doen een stapje achteruit en de jongste weet niet of hij het op een brullen zal zetten of niet.
Ja sorry kids, als ik een end moet lopen ben ik niet bepaald de vrolijkste.
Na drie kwartier of zo, kom ik bij het "Zeebeest".
Het is nog een beetje te vroeg voor het getij maar ik wil weg, weg van het land.
Lopen, dat is voor honden en paarden, daarom hebben ze vier poten.
Ik heb er maar twee en dat is precies genoeg om op een scheepsdek te staan, meer heb ik niet nodig.
De motor loopt al, 'Voor en achter!!!'
Ik roep de sluis op, er liggen al een paar motorboten in maar de sluismeesteres wacht ook nog even op ons.
Om 11:35 uur liggen we in de sluis en tien minuten later varen we de Humber op.
De zon is warm, het zicht af en toe matig en de wind is variabel 2-3.
We hebben het tij nog wat tegen, dus we gaan niet zo hard, ca. 2.6 mijl over de grond.
Dat het niet hard gaat kan me niet verdomme, ik zit alweer lekker in mijn vel want we varen.
We komen de lichtschuitjes weer tegen.



We luisteren naar de shipping-forecast; zwakke wind N.E 2-3 later variabel, zicht matig tot slecht, komende nacht zeer slecht.
Nou, dat kan nog wat worden, want we moeten via een route die ook druk bevaren wordt door coasters groot en klein, alsmede vissersschepen en niet te vergeten, het offshore gebeuren.
Zonder onze (mini) radar zou ik bij Spurn Head de spijker er weer in pleuren.
Eerlijk gezegd, als het slechte zicht al niet meer dan een week speelde en het er ook niet naar uitziet dat hier verandering inkomt, zou ik dat alsnog doen.
We zijn we onderweg naar South Wold, een plaatsje onder Lowestoft.
Dat is op de motor ca. 24 uur varen en voert ons voorbij The Wash en The Yarmouth road, allebei druk met koerskruisers.
Nou ja, je moet moeilijke dingen één voor één bekijken, dan valt het meestal wel mee.
Hier binnen is het zicht nog redelijk, maar hoe het buiten is?
Dat zien we straks wel!

   
   
   
   
© Zeilersforum.nl