Ik denk dat het juridisch een stuk genuanceerder ligt.
Als je bij het aanmelden van je boot tot viermaal toe zegt dat je boot 10 x 3,5 meter is dan mag je erop vertrouwen dat je een box krijgt toegewezen waar je boot in past. In dit geval heeft het havenpersoneel echter een ongeschikte box aangewezen. Dat mag de haven worden aangerekend; er mag vanuit gegaan worden dat het havenpersoneel de haven en de afmetingen van de daarin aanwezige boxen kent. Als de haven een box aanwijst die te smal is, is dat een fout bij de uitvoering van de ligplaatsovereenkomst. De haven is in beginsel ook verantwoordelijk voor fouten van medewerkers die namens haar een ligplaats toewijzen.
Artikel 12 van de eigen voorwaarden van de Compagnieshaven bepaalt bovendien dat de ondernemer aansprakelijk is voor schade die het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming van de ondernemer of van personen die voor hem werken. Dat omvat zowel werknemers als personen die door de haven zijn aangesteld. Zie
www.compagnieshaven.nl/bestand...v-nederland.pdf?cd=i
Er is ook nog een havenreglement, waarin in artikel 5 is bepaalt dat de havenmeester/werfbaas niet aansprakelijk is voor schade van welke aard of door welke oorzaak ook, aan personen of goederen toegebracht, of voor verlies of diefstal van enig goed, tenzij een en ander het gevolg is van schuld van de havenmeester/werfbaas. Een medewerker die, na herhaalde opgave van de juiste afmetingen, een te smalle box aanwijst, kan naar mijn oordeel onder die uitzondering vallen. Zie hiervoor
www.compagnieshaven.nl/bestand...gelement-nl.pdf?cd=i
Maar dan TS als schipper.
De schipper bestuurt de boot en blijft verantwoordelijk voor de feitelijke manoeuvre. Daar zijn we het allemaal over eens. Maar daaruit volgt niet dat fouten van een havenmedewerker juridisch irrelevant zijn.
Er kunnen tegelijkertijd twee aspecten aan de orde zijn:
- de haven heeft een ongeschikte box aangewezen;
- de schipper is de box zelf ingevaren en heeft mogelijk onvoldoende gecontroleerd of de doorgang breed genoeg was.
Artikel 6:101 BW bepaalt dat de schadevergoeding kan worden verminderd wanneer de schade mede het gevolg is van een aan de benadeelde toe te rekenen omstandigheid.
De haven zal daarom waarschijnlijk aanvoeren dat de schipper:
- zelf zicht had op de palen en de steiger;
- vóór het klemvaren had kunnen stoppen;
- niet uitsluitend op de aanwijzing van een assistent mocht vertrouwen.
Daartegenover staan sterke argumenten voor de schipper:
- hij heeft de afmetingen volgens zijn verklaring viermaal genoemd;
- de haven kent of behoort de maten van haar eigen boxen te kennen;
- de boxmaten stonden niet op de steiger;
- een passant mag in redelijke mate vertrouwen op een expliciete plaatsaanwijzing;
- hij stelt rustig te zijn ingevaren en de ongeschiktheid pas te hebben opgemerkt toen de boot al klem liep.
Daarom lijkt mij een volledige afwijzing met alleen het argument „u voer er zelf in” juridisch niet overtuigend. Gedeelde aansprakelijkheid is een denkbare mogelijkheid. Of en hoeveel eigen schuld wordt aangenomen, hangt vooral af van hoe zichtbaar de te geringe breedte vooraf was en of de schipper nog redelijkerwijs had kunnen stoppen.
Persoonlijk ben ik geneigd om de fout die het personeelslid van de haven heeft gemaakt zwaar te laten wegen. De betrokken persoon kent de haven en heeft juist tot taak een geschikte en dus passende ligplaats aan te wijzen. Ze hebben daar in de Compagnieshaven zelfs een soort mini-kantoortje aan de steiger voor neergezet. De eerste kennismaking in die haven is professioneel en ordentelijk. Daar vertrouw je als gast op. En laten we eerlijk zijn: zo hoort het toch ook?
Samenvattend denk ik dat TS in het slechtste geval uit moet gaan van gedeelde aansprakelijkheid. In ieder geval gaat de haven hier niet vrijuit.
Maar in eerste instantie is nu de verzekeraar van TS aan zet.