Ik heb jarenlang een zalmschouw gehad. Bouwplaats en –jaar waren onbekend, de deskundigen van de zalmschouwenclub kwamen niet verder dan “waarschijnlijk Hardinxveld, maar dan wel ver vóór 1900”.
Het was een trouwe zware bak. Qua zeilen vrij hopeloos.
Ik heb een keer aan een zeilwedstrijdje voor vissersschepen meegedaan, op het IJsselmeer voor Hindeloopen. Het leuke idee van de organisatie was, dat de langzaamste boten als eerste zouden starten, de snelste als laatste, zodat alle schepen na drie rondjes gelijktijdig over de finish zouden stuiven.
Leuk idee inderdaad. Ik startte als eerste. Af en toe hoorde ik een “zoeffff” als er weer een lemsteraak voorbijflitste.
Na twee uren zeilen kwam ik gelijk met de andere deelnemers over de finish. Alleen hadden zij drie rondjes gezeild en ik maar één. Overigens was dat de wedstrijdleiding ontgaan, zodat ik toch een mooie prijs ontving.
In de tijd dat wij de zalmschouw hadden was onze dochter in de kleuterleeftijd. Een ideale combinatie. Bij mooi weer snelden wij met de 6 pk bb-motor naar het dichtstbijzijnde eilandje in de Fluessen, voeren met een gang het strandje op, zetten de dochter met emmertje en schepje buitenboord en gingen vervolgens onder de huik onder zeil.
Een keer ging mijn vrouw met haar zus op stap met de zalmschouw. Dochter, toen een jaar of 6, werd meegesleept op haar opblaasbeest. De twee dames hadden een geanimeerd gesprek en keken niet op of om.
Na geruime tijd werden ze met moeite ingehaald door een speedbootje waarvan de schipper vroeg: “Zijn jullie iets kwijt?” Het opblaasbeest bevatte geen opvarende meer. De dochter was twee kilometer terug dapper aan het zwemmen.
We hebben de schouw ook wel meegenomen op vakantie. Gewoon op een tandemasser. Beetje voorzichtig over de verkeersdrempels, want de boot woog een ton. Hier en daar even in het water laten hijsen, zo kom je nog es ergens.
Samengevat: als drijvend gemotoriseerd eiland+tent was het een superfijne boot, maar als zeiler wastie hopeloos.