Komt'ie. Rakadam, "hot" heb ik laten staan. OJV (op jouw verantwoording)
6 Marokko
De oude afgeleefde Caravelle, die allang op de sloop had moeten liggen, die al gebarsten ramen had, landde in Tanger, waar mijn aankomst werd verwacht.
Een man, wat zurig kijkend, die later de administrateur
bleek, stond me al ongeduldig op te wachten.
Bij aankomst bleek de locatie van de club schitterend, het strand was breed en ietwat stenig, maar verder zeer aangenaam.
Het dorp M’Diq lag ongeveer een kilometer of drie van de club, maar bood weinig of geen vermaak. Er was een kleine vissershaven waar sardinevissers
hun houten vaartuigen opknapten en verder werd er veelal op de traditionele manier gevist met kleine bootjes vanaf het strand.
Een auto had ik niet en had daar ook niet de minste behoefte aan. Ik maakte kennis met de gouverneur van Tetouan en zijn secretaris die regelmatige
gasten waren. Via hun bemiddeling kocht ik een jonge, kwaadaardige Berberhengst, afkomstig uit de remonte van een afdeling Spahi’s die vanwege zijn gemene karakter was afgekeurd voor gebruik in militaire dienst. Dat kon me echter niets schelen. Ik zei altijd: “Er lopen drie rode draden door mijn leven: moeilijke paarden, moeilijke vrouwen
en moeilijke auto’s.” Daar moest men dan wel om lachen, maar het was niettemin een feit.
Waar ik ook kwam, het zwarte paard baarde de nodige opzien. De hengst had nog geen naam, ik zocht naar een passende gelegenheid om het dier een mooie naam te geven, een die bij hem paste.
Castel Branco, de stadsarchitect van Tetouan, bracht zijn zwangere dochter, Liliane mee die een paar weken in Marokko zou doorbrengen. Een klein frêle meisje, een breekbaar figuurtje dat allerminst werd ont-sierd door haar zwangere buik. Ik schatte haar op een jaar of achttien, negentien, ze was knap, erg knap zelfs en het schoonheidje was meestal wel in de buurt te vinden als ik stranddienst had.
‘s Middags na de maaltijd verdwenen we naar mijn kamer en strekte ze zich uit op het bed terwijl ik haar langzaam van haar minuscule kle-ding ontdeed, een strandjurkje en de allerkleinste onder de bikini’s.
Haar licht gezwollen
buik wreef ik in met een mengsel van amandel en cocosolie. Een bekend fotomodel had een hele fles daarvan voor me achtergelaten.
Ik verkende elk plekje van haar slanke lichaam terwijl zij spinde als een jonge kat. Zonder veel woorden vermaakte we elkaar urenlang. Niet door platte en ruwe seks maar experimenteren met erotische stimulanti. Liliane’s aanwezigheid
dichtte het gat dat Roberta had achtergelaten. Ondanks haar promiscuïteit,
miste ik haar toch, die deel had uitgemaakt van mijn rijpere jeugd en die ik zelfs nu met moeite uit mijn gedachten kon bannen.
Liliane’s ouders vonden het allemaal wel goed, vaak kwamen ze me halen voor een avondmaaltijd bij hen thuis, in de stad. Oorspronkelijk kwamen ze uit de stad Luik, spraken Frans en namen mij min of meer onder hun hoede. Castel Branco was door de stad Luik uitgeleend aan Tetouan in het kader van een ontwikkelingsplan. Kennelijk zagen ze hoe ik me om hun dochter bekommerde
en hoe prettig het meisje mijn attenties
vond, die nooit opdringerig waren.
Ik had een aantal weken voordat de Club zou openen beetje bij beetje de omgeving verkend en een paar routes uitgestippeld die ook voor onervaren
ruiters goed te doen zouden zijn. Zelf strekte ik mijn omzwervingen uit tot diep in de Rif, over veelal steile rotsen afgewisseld door steile afdalingen.
Ik reed urenlang totdat ik elk pad, elke zandweg in de naaste omgeving kende.
Overdag brandde de zon met een hevigheid die elke lichamelijke inspanning
wegschroeide. Zodra mijn dienst was afgelopen, rende ik naar mijn kamer, trok dan haastig mijn rijkleding aan, spoedde me naar mijn zwarte hengst, zadelde die op en niet lang daarna galoppeerden we over het strand in de richting van de bergen waar het aanmerkelijk koeler en aangenamer was.
Berberpaarden zijn vurig en snel en hebben een sterke hand nodig als ze snel gereden worden.
Met de regelmaat van de klok arriveerde de “Levante”. Een storm-achtige oostenwind die de rustige zee rondom Cabo Negro kon opzwepen tot een bruisende massa waardoor vrijwel iedere buitenactiviteit onmogelijk werd. Zelfs met mijn paard durfde ik dan niet weg omdat de opgejaagde stofwolken iedere ademhaling onmogelijk maakte en je
bijna deed stikken van het stof.
De gasten moesten op het strand blijven, mochten niet zwemmen of zelfs maar in zee gaan. Bijzonder onaangenaam als je er honderden hebt die je dan toch bezig moet zien te houden.
Iedere week was het een komen en gaan van gasten. Mr Russell, de directeur,
vroeg aan mij of we niet iets konden verzinnen om de nieuw aangekomenen te begroeten. Anders dan ze te laten zitten bij hun koffers
totdat de receptie ze eindelijk hun sleutels kon geven.
“Hoe pakken we dat aan?” vroeg ik aan Joachim.
Joachim was de eigenaar van de 23 paarden die de club rijk was en verdiende de kost door met de gasten ritten te maken. Omdat Sherif gratis bij hem stond, nam ik ‘s morgens vroeg de gasten mee uit rijden.
“Ha, dat is niet zo moeilijk. We tuigen jou en je paard op z’n Marokkaans
en dan doe je in je eentje een Fantasia!”
Joachim gaf me daarop een wit Marokkaans ruitergewaad, een tulband,
een jezail, het lange Marokkaanse geweer, kruit en slaghoedjes. Er begon al iets bij me te dagen, ik begon een aardig idee te krijgen hoe ik het zou doen. Joachim lag dubbel van het lachen toen hij hoorde wat ik van plan was.
“Die weten niet wat ze overkomt,” ik schetste mijn plan. “Zodra die bussen
aankomen, geven jullie me een seintje, Mohammed kan op de uitkijk staan en dan kom ik in volle galop aanrijden en schiet dat geweer af.”
Een feit dat nog vermeldt moet worden, was dat de zwarte hengst inmiddels
een naam had gekregen. Een beeldschoon Marokkaans meisje had mijn aandacht getrokken. Ze was met haar familie uit Casablanca gekomen om in de club vakantie te vieren. Ik danste ‘s avonds met haar in de disco en hield lange gesprekken met haar vader. Die het maar ma-tigjes vond dat ik zoveel belangstelling voor zijn dochter had.
“Het zwarte paard heeft nog geen naam,” vertelde ik haar, “Zou jij niet een naam weten die bij hem past?”
“Mais oui chéri,” zei ze in haar beschaafde Frans, “Wat je maar wilt.”
Het bruinrode lange haar dat los hing, liep tot ver over haar rug en ik kon de verleiding niet weerstaan haar zachtjes over haar billen te strelen. “Niet doen, als ze ons zien dan mag ik vast niet meer bij je zijn.” Maar ze duwde me niet weg. Ze protesteerde voor de vorm want ze liet mij rustig
begaan. “Denk erom, ik ben al uitgehuwelijkt.” Ze keek me aan met haar prachtige gazellenogen.
“Of zou je met me willen trouwen?”
Ik dacht hier over na. “Ik denk het wel,” zei ik tenslotte. Waarom wist ik niet.
Nadia was onder de indruk van het diepzwarte paard. “Ik weet al een naam voor hem,” riep ze uit toen ik het paard uit de box haalde en hem voor haar liet paraderen.
“Khel Sherif! Zwarte Prins!” lachte ze enthousiast.
De begroetingsceremonie die ik had uitgedacht bleek een overweldigend
succes te zijn, ofschoon ik daarmee alle aanwezige gasten aanvankelijk
een behoorlijke schrik aangejaagd had.
Mohammed, onze strandassistent, stond op de uitkijk en waar-schuwde wanneer de bussen met de nieuwe gasten het terrein opreden. We hadden niemand iets verteld over ons plan en ook Mohammed had plechtig moeten beloven zijn mond hierover te houden.
Stel je voor, je komt na een vermoeiende vliegreis en een lange bustocht
eindelijk aan op je vakantiebestemming en dan komt er plotseling een ruiter aan galopperen op een woedend zwart paard. Je wilt net de bus uitstappen en dan schiet die ruiter plotseling zijn geweer af en het zwarte dier steigert en galoppeert weer weg om even later weer terug te komen waarna hetzelfde ritueel zich weer herhaalt.
De beeldschone blonde Miss Birmingham plaste spontaan in haar broek. Die dacht: “Hij komt me halen en nu wordt ik mee naar een harem
gesleept!”
Maar de kinderen vonden het geweldig, zeker toen bleek dat het allemaal
nep was. Ik gooide de jezail naar Joachim die krom lag van het lachen maar wel even had gehuiverd bij de aanblik van het aanstormende
paard.
“Mijn hemel, man ik dacht een moment dat het ècht was! Wat een show!”
Na het diner, terwijl ik in mijn keurige donkerblauwe kamgaren kostuum
het terras opliep, was ze mij tegemoet gekomen en had aan me gevraagd of ik even tijd voor haar had. Miss Birmingham, de opvallende blonde, die zo bang was om ontvoerd te worden.
Ze nam me apart en drukte me toen een plastic zakje in mijn handen
waar iets van een stukje textiel in zat.
“Ik heb een klein aandenken voor je meegebracht, kijk maar wat er in zit, maar niet hier!” waarschuwde ze op nonchalante maar uitdagende toon, met iets van een bedekte boosheid erin.
Toch opende ik het zakje en hield een vochtig slipje in mijn handen, dat een intieme geur verspreidde en naar haar parfum rook.
“Wat is dit?”
“Ik heb vanmiddag in mijn broek geplast toen je daar zo aan kwam rijden met dat vreselijk zwarte ondier, nou - het resultaat is voor jou!”
We dansten samen; ik had alleen nog maar oog voor haar.
Maureen, de secretaresse van Mr Rusell waarschuwde me. “Mr Russell
is doodsbenauwd omdat jij die meid zo monopoliseert. Ze heeft een gratis vakantie aangeboden gekregen als ze hier wat komt zingen. Nou jij haar helemaal
hebt ingepikt is hij bang dat er van dat zingen niet veel terecht komt.”
“Namens de directie heten wij U van harte welkom,” sneerde ik, die de pest had aan Mr Russell en vice versa.
Jane, de mooie Miss Birmingham, wilde graag leren paardrijden. We hadden afgesproken dat we samen tijdens de siësta naar de rijbak zou-den gaan. Die was wel wat vervallen - niemand maakte er ooit gebruik van - daar zou ze haar eerste les krijgen. Toen Sherif het blonde meisje waarnam, draaide hij zich resoluut om.
Ik deed haar voor hoe ze haar voet in de linkerbeugel moest zetten en opstijgen, met de teugels op de zadelknop. Omdat het de eerste keer was, gaf ik haar een beentje maar ze zat toch onwennig op de rug van het paard dat ongeduldig met zijn staart zwiepte.
“Ik ben doodsbang voor dit paard,” bekende ze.
“Stel je niet aan,” en haakte de longe aan het bit en klakte met mijn tong. Sherif nam daarop een geweldige sprong en wilde door de omhei-ning vliegen.
Onmogelijk dat Jane die sprong uitzat, zonder pardon werd ze uit het zadel
gesmeten. Tamelijk onzacht kwam in aanraking met de zandige bodem. Ze keek me met daarop een woedende blik aan.
“Dit is geen normaal paard, dit is de duivel zèlf!” riep ze uit.
Ik hielp haar overeind en zette haar opnieuw in het zadel. “Kom stel je niet aan,” zei ik tegen het zwarte monster, “Waarom mogen kinderen wèl op je rug?”
Sherif gaf natuurlijk geen antwoord maar een feit was dat hij o zo dociel was als hij kinderen op zijn rug had. Dat liet hij heel gelaten toe en stapte voorzichtig met ze rond op het strand. Ik vermeed dan om naar de angstige blikken van de vaders en moeders te kijken maar omdat de kinderen het uitschreeuwden
van plezier en er nooit iets gebeurde, lieten ze me wel begaan.
Ik vond het beter voor haar een ander paard te nemen en koos daarvoor
Kébir uit, een mooie donkerbruine hengst met een heel goedaardig karakter. Toen ze na een week redelijkerwijze in het zadel kon blijven zitten nam ik haar ‘s avonds mee op de avondrit en leidde ik haar door de kleine riviertjes. Ik maakte met haar afdalingen naar de kleine groene valleien overdekt met vijgenbomen.
Op een van onze ritten kwamen we een jochie tegen, gekleed in een smerige kaftan. Op de stoffige zandweg liep hij ons op blote voeten tegemoet.
Met grote ogen keek hij naar het hoogblonde meisje en dacht waarschijnlijk
dat hij tegenover een sprookjesprinses stond. Bij het naderen
van het jongetje, dat hooguit een jaar of tien, elf was, hadden we onze paarden ingehouden.
“Monsieur,” riep het jongetje, de aandacht trekkend, “Voulez-vous vendre votre fille?” Hij keek me doodernstig aan en stak zijn hand onder zijn kaftan. Hij haalde een beduimeld pak kaarten ergens vandaan en wilde die aan mij geven. In ruil voor de sprookjesprinses.
Ik deed alsof ik er diep over nadacht maar schudde tenslotte mijn hoofd, het jongetje zwaar teleurgesteld achterlatend.
Jane, die de discussie niet verstond maar wel onraad voelde, vroeg wat er aan de hand was.
“Hij bood me een pak kaarten voor je.” Vervolgens zette ik Sherif in draf aan.
“Hé rotzak, wat zèg je daar? Wou je mij verkopen voor een pak kaarten? Nou dat zal ik in de club vertellen! Jij bent dus een blanke slavinnenhandelaar!”
Ze speelde verrukkelijk toneel: “Hé lui,” riep ze later in de bar, “Fitz wilde me verkopen voor een pak kaarten!”
Ze maakte indruk op me en twee weken vlogen om. Nu Liliane er niet meer was, had ik een nieuwe vriendin die me onbekommerd vertelde
dat dit haar laatste vakantie als vrij meisje was. Over een paar weken zou ze in Engeland trouwen met een of andere bekende voetballer. Maar
haar vertrekdatum stond vast en hing als een zwaard van Damocles boven onze hoofden.
Tenslotte bood ze aan haar huwelijk te annuleren. Maar ik, lafaard pur sang, durfde niet. Roberta had al mijn zelfvertrouwen onderuit gehaald
en voor niets was ik meer benauwd dan een nieuwe, vaste relatie. Roberta had gehakt van mijn gevoelsleven gemaakt en me misschien voor altijd een diepgewortelde achterdocht jegens vrouwen meegegeven
op de korte reis van onze scheiding.
Jane vertrok huilend en gaf me bij het afscheid in de bus haar adres en telefoonnummer in Engeland. “Bel me alsjeblieft als je weer in Ne-derland bent.” Ze gaf me een serie foto’s van haarzelf en mij – die had ze kennelijk laten maken door de clubfotograaf en toonde beelden van ons beiden in de disco, dansend, kussend.
Toen Jane weg was viel ik in een verschrikkelijk diep gat. Iedereen in de Club had medelijden met me want ze hadden gedurende drie weken van Jane’s vakantie niet anders gezien dat wij tweeën samen waren.
“Stommerd,” schold Ronnie, “Waarom heb je haar laten gaan? Zo’n meid vindt je nooit meer!”