De laatste weken ben ik bezig met het maken van soft shackles. Ruwweg ken ik die in twee varianten. Die met een gesplitste lijn (nummer 1 op de foto) en die met een dubbele lus (nummer 2 op de foto). Jullie zien dat ik de uiteinden van de lijnen ruim laat zitten boven de (diamant)knoop. Dat heeft een gunstig effect op de totale breekkracht. Ik werk dat af met een takeling. Op het eind van die lijnen druppel ik een dotje sekondenlijm. Dan rafelt het niet uit.
De variant met de gesplitste lijn (nummer 1) heeft mijn voorkeur. Voor mijn gevoel zit die wat robuuster in elkaar. Die is ook leuker om te maken en voelt wat "ambachtelijker" aan. Er kunnen echter situaties zijn dat de dubbele lus (nummer 2) de voorkeur heeft, bijvoorbeeld als je weinig ruimte hebt om de shackle goed te sluiten. Misschien zijn er nog wel meer redenen te bedenken.
Ik ontdek echter dat de twee lussen bij de dubbelgeluste variant niet altijd even groot zijn. Op de bijgevoegde foto zie je dat ook een beetje. Het vergt dan enig rekwerk om die lussen gelijk te krijgen.
Mijn vraag is of ik dat terecht als een potentieel risico zie. Mijn gedachte daarbij is namelijk dat als de lussen ongelijk zijn er immers geen kracht op de grotere lus wordt uitgeoefend. De totale breekkracht van de soft shackle wordt daardoor aanmerkelijk lager, omdat alles dan immers op één lus aan komt in plaats van op twee.
Zie ik dat goed? Hoe kijken jullie daartegen aan?