Omdat er hier heerlijk gegenerealiseerd word, en BK weer heerlijk de pionnen instelling brengt waarbij we, bij zijn zelfbewezen gelijk, impliciet hem moeten complimenteren met zijn vreselijk mooie en dure zeilen, is het denk ik tijd voor enige nuance.
De ene cunningham is de andere niet. Het beoogde effect is afhankelijk van prebend, doeksoort en tuig. Om nou de originele vraagstelling te beantwoorden door een voorbeeld van een zeer klassiek getuigde boot...
Grote vriend google levert bij de zoekterm "cunningham hole" 3 trimkaarten op van, (laten we binnen de gebezigde termen blijven)
goedkope zeilmakers die gezamelijk pas twee eeuwen zeilen maken in Nederland en wier successen op de wedstrijdbaan vast puur geluk waren. Dat zij met geen woord reppen over enig ander effect dan voorlijkspanning schuiven we dus maar af op gebrek aan ervaring en inzicht.
Nutteloos dus....
Nouja Wiki dan? Die verschijnt in de zelfde search. Kijk, één of andere prutser in de America's cup heeft dat ding verzonnen om
sneller zijn voorlijkspanning te kunnen regelen. Maar dat was 1958!
Nee, we nemen onze toevlucht bij, zoals elders op het forum aangeduide
chinese rommel, want die maken van die mooie inzichtelijk plaatjes:
Die strepen in die zeilen volgen de krachtpaden in het zeil. Je ziet dat als dat oogje een klein stukje achter het voorlijk zit, het corresponderende kractpad al een stuk van de mast afloopt. Als je aan deze lijn trekt, trek je dus bolling naar voren. In een dacron zeil is dat effect iets minder. Het daar optredende effect beschreef ik al eerder.
Kijk dan, om het helemaal af te maken even naar een halshoek en hoe die is opgebouwd om de krachten op te vangen. De cunningham neemt een deel van die taken over bij aanspannen, dus moet er ook een beetje naar voren getrokken worden om alles een beetje in balans te houden als je geen zware kar hebt om dat te doen.