Wij varen nu een jaar of 20 dezelfde Dehler 34 uit 1989. Schepen hebben wat mij betreft kenmerken. Het worden pas nadelen als de kenmerken je doelstelling in de weg zitten. Kenmerken van de D34 zijn afhankelijk van je bouwnummer. Je hebt de Optima serie (101 en 106 ?) en de D34 serie. Allemaal dezelfde mal. De optima's hebben een IOR kiel en een non elliptisch roerblad. Met de bouw van de Dehler 34 serie hebben ze eerst nog de oude kielen en roeren op gebruikt dus je komt rare combinaties tegen. Een 'echte' Dehler 34 voor mij heeft een Up side down kiel en een elliptisch roerblad. Niet beter maar met andere kenmerken dan de IOR kiel en bijpassend roer. Laatstgenoemde is fractioneel langzamer maar minder trim gevoelig, ligt echter zeer genuanceerd. Kijk maar naar de Optima in DLD de Froschkonig, die won alles wat los en vast zat. De Dehler 34's hebben vanaf een specifiek bouwnummer ook een langere mast en andere giek(iets) dus iets meer oppervlak. Ballast is steeds hetzelfde gebleven al doen de advertenties je soms anders vermoeden. Er zijn kielen gebruikt met een flens waarbij de het gewicht van de flens opgeteld is bij die van de kiel. Zo kom je op meer gewicht aan balast dan de latere kielen waarbij de flens mee ingelamineerd werd in de romp, in het frame als het ware. Bij de Dehlerclub overigens een schat aan informatie te vinden, ook de bouwnummers met de bijbehorende data bladen.
Specifieke kenmerken van de Dehler 34 zijn ook afhankelijk van je lengte en verblijf aan boord etc maar vooruit:
- Geen stahoogte anders dan bij de ingang. Het schip is dan ook gebouwd vanaf de mal van de DB1, een racer.
- De kasten in de kajuit zijn ruim (boven de banken) maar beperken bij langere lengtes van je lichaam je hoofd naar achteren doen. De een vindt dat lastig, wij blijkbaar niet. Wij zitten altijd met onze rug tegen het hoofdschot. Pas bij bezoek ga je 'netjes' zitten
- Afhankelijk van de uitrusting waren er standaard wat zaken aan boord zoals een keerfok, opberg vakken in de deurtjes, wallader etc. Deze zaken zullen pers chip echter in de loop van de jaren aangepast zijn, een kale is echter best kaal.
- De wasbak is laag. Door de beperkte stahoogte wilden ze opties de zaak ruim houden. Je moet dus wat bukken om af te wassen. Dat vraagt wat van je rugspieren in de haven. Tijdens het varen sta je wijdbeens en is het geen probleem meer. Dat is voor in de haven ook de oplossing voor ons geworden.
-Zeil technisch is de Dehler sportief, voor mij wil dat zeggen dat als je alles eruit wilt halen de boot trim gevoelig is. Vaar je hem met alleen een genua of met een extra rif vaar je solo met gemak zonder stuurautomaat als de golven het toestaan. Jaren gedaan en voor de sport doe ik het nog.
- Korte golven geven paaltjes pikken. Je klapt na een hoge golf aan de wind op de volgende en je verliest een knoop snelheid. besef dat de boot gemaakt is op snelheid, niet op hoogte. Val 5 graden af ten opzichte van de moderne jongens met diepe kielen en je gaat als de brandweer (in verhouding dan). Dat lost ook vaak het paaltjes pikken op. Je maximale VMG ligt dus binnen een ruimere kruishoek, dat beperkt je bij wedstrijden rond de tonnen, vooral bij de start en in een duel.
- Beperkte brandstof en water capaciteit, 50 versus 90 liter. Voor ons altijd genoeg geweest, ook in een reis van 5 maanden naar de Oostzee.
- Haal je de originele bekleding weg aan de binnenzijde van de romp heb je op sommige plekken het idee dat je het daglicht ziet, dat is ook zo. Je ziet lichtere plekken. Zeker bij de gangboorden. Het is daar allemaal niet zo dik. Voor mij geen nadeel maar je moet het wel weten.
- Het is een breed schip met heerlijke brede gangboorden welke eigenlijk gemaakt is voor een paar gorilla's in het gangboord bij meer wind. Heb je die niet en zit je reisgenoot ook nog eens graag aan de lage kant te slapen zoals bij mij dan werkt dat uiteraard niet in je voordeel. Wederom een genuanceerd kenmerk want elk schip vaart beter rechtop. Door de breedte echter van bijna 3,5 meter helpen brede papa's in de railing goed mee tijdens wedstrijden.
- Dat geklots is waar bij wind van achteren in de haven. Een fles rode wijn doet wonderen, bij geoefende zeilers heb je er echter 3 nodig.
Ergo:
Een relatief sportief schip uit een mal van een vroegere IOR racer waar voor het eerst echt serieus fractioneel getuigd werd. Alle waar naar zijn geld dus de uitrusting van de vroegere eigenaren verschilt enorm. Zeiltechnisch varen ze makkelijk solo en glijden ze met voldoende zeiloppervlak lekker de golven af. Dan maak je het verlies van het paaltjes pikken weer goed.
De voordelen schrijf ik niet op, dat zijn er teveel.
Gr Michel
Edit
De lengte wil ook nog wel eens verschillen. De een zegt 10.20, de ander 10.60. Ik heb de originele tekening in een koker en daar staat echt 10.20 als LOA. De lengte waterlijn verschilt ook her en der die is echter ook bij iedereen in potentie gelijk namelijk uit mijn hoofd 8,10. Daar was in de SW klasse bij de 24 uurs wel wat om te doen want in de verkoop brochure staat uit mijn hoofd 8,60. Willy Dehler telde in de tijd dat de lengte waterlijn een verkoop argument werd opeens de lengte van het roerblad mee welke onder de romp boven het wateroppervlak uitstak. Dit om zo de boot 'aantrekkelijker' te maken. De echte lengte waterlijn is toch op het ontwerp net meer dan 8 meter.