Nachtvlinder schreef :
Volgens mij doelt Wadloper op algemene lichtweer (< 5 kn wind) eigenschappen van kleine bootjes met veel zeiloppervlak tov hun waterverplaatsing (hoge SA/D) (hij schrijft “aanspringen”, “zuchtje wind”)… Dan denk ík eerder aan een plakhouten Kolibrietje of een licht gebouwde trailersailor. HotSnail heeft het over “wat minder wind”.
Ik zal, met je welnemen, even voor mijzelf spreken.
De uitspraak waaraan je refereert is gebaseerd op mijn ervaringen met mijn vorige boot, een Victoire 22.
Een bootje dat in zijn soort niet extreem licht is, maar ook niet overtuigd. waterverplaatsing 1100 kg, zeiloppervlak met grootzeil en genua ruim 20 m2. Een SA/D van 15,55; een nog lagere getal dan dat van de Speakhugger. Zit dus wel wat verwijderd van een "plakhouten Kolibrietje of een lichtgebouwde trailersailer".
De Spækhugger heeft een SA/D van nog geen 18: dat is zeker geen hoge powerratio. Wél staat er veel zeil op tov haar léngte; dat is mogelijk door haar zware kiel (60% van waterverplaatsing). Het, door de rompvorm, relatief kleine nat oppervlak en grote kiel zorgen er voor dat deze kiel bij lage snelheden al lift genereert en ook in golven overtrekt deze kiel minder snel dan gemiddelde boten van die lengte. Ik vermoed dat daardoor deze boot zo fijn zeilt en lang meekomt met grotere boten. Tot de rompsnelheid limiteert natuurlijk. Een 40 ft J-boat zal in élke wind wel sneller zijn vermoed ik, dus dit alles is relatief uiteraard..
Wat nu vooral opvalt is de wisselwerking tussen ballastpercentage en natwateroppervlak. Het ballastpercentage van de Victoire 22 is iets minder dan 40 %. Een vergelijking op natwateroppervlak tussen Victoire 22 en Speakhugger is lastig omdat de Speakhugger duidelijk een wat grotere boot is, maar wat de Speakhugger wint qua natwateroppervlak, verliest de boot door de zwaardere kiel en de grotere massa die in beweging moet worden gebracht. Het kleine natwateroppervlak is niet zozeer een gevolg van de rompvorm, maar van het hoge ballastpercentage. Deze boot zal minder vlot 'aanspringen' dan een Victoire 22, ondanks het gegeven dat de Victoire 22 mogelijk verhoudingsgewijs een groter natwateroppervlak heeft dan de Speakhugger.
Hier vind je wat; daar laat je wat.
Waar het door Hotsnail geconstateerde vermogen van de Speakhugger om bij licht weer veel grotere schepen bij te houden precies vandaan komt, blijft dus wat onduidelijk, maar een Victoire 22 (met een kortere LWL dan de Speakhugger) kan het bij licht weer ook.
Wat je schrijft over het overtrekken van de kiel van de Speakhugger komt mij enigszins voor als luchtfietserij. Ik ben van mening dat overtrekken van een (vin-) kiel in de praktijk bij geen enkel jacht voorkomt. De hoek die de kiel aan de wind zeilend met het langstromende water maakt, wordt daarvoor nooit groot genoeg. Geen enkele boot kan hoog genoeg aan de wind varen om dat voor elkaar te krijgen.
Bij roeren speelt overtrekgedrag vanzelfsprekend wel een grote rol. Een boot loopt uit het roer als het roer overtrokken raakt. Kijk voor de aardigheid eens naar de hoek die de helmstok maakt met de hartlijn van de boot, op het moment dat die uit het roer loopt.