Een sterke magneet lijkt me handiger.
Er worden trouwens weinig blunders gemaakt de laatste tijd?
Laat ik het - ahum - goede voorbeeld maar eens geven dan. Kom op mensen, er zijn vast méér blunders gemaakt deze vakantie!!
Maandag 3 augustus, Huizen - Houtribhaven.
De laatste dag van twee weken vakantie, de thuisreis.
Angstvallig blijf ik op het Gooimeer tussen de vangrails, want buiten de geul kun je daar beter voetballen dan zeilen tegenwoordig. Met de jachtbetonning als doelpalen, middenin het grasveld. Op de heenweg had ik al eens plotseling het motortoerental horen teruglopen en nog nét op tijd de benen genomen uit zo'n grasveld. Waarna de planten met een klapje achteruit gelukkig ook weer uit de schroef kwamen. Veel geluk gehad. Nu, op de terugweg, konden we gelukkig zeilen.
De hele vakantie had ik de tochtjes keurig voorbereid. Kaart erbij, windverwachting, KNRM app aan voor de tracking, dat soort dingen. Het zou me, met vriendin die voor het eerst zo lang mee ging, niet gebeuren dat er iets mis zou gaan! Het ergste tot dusver was een paar blaren van de landvast, die de boot moest helpen afremmen omdat een schroef vol waterplanten (Marken-Hoorn) dat niet meer zo goed kon en ik natuurlijk weer eens geen handschoenen aan had.
Maar de thuisreis, ach... dat weten we toch wel? Bekend water. Bovendien was m'n internetbundel op, dus geen KNRM app (die toch al niet zo beviel), de mussen vielen van het dak en zo meer van die dingen. Lekker op de automatische piloot relaxed naar huis toeren dus. Eenmaal onder de Hollandse Brug door, het Markermeer op, dacht ik, ha fijn, ruimte ! Hier weet ik de weg, toch? Ja, nou, niet precies hier misschien, maar Markermeer is Markermeer. Hartstikke diep, op de heenweg regelmatig twee cijfers vóór de komma, op de dieptemeter. Ik voel me thuis. What could possibly go wrong?
Een paar honderd meter vóór ons vaart een ander jachtje, die we ook in Huizen gezien hebben. Leuk. Allebei wijken we iets stuurboord van de geul, want
in de geul is het hartstikke druk.
Goh, daar is Marina Muiderzand, daar varen we nu vlak langs, en terwijl we aandachtig tussen de havenhoofden naar binnen kijken... BONK! vast. Niet zomaar vast, maar muurvast. Hmm. Waarom heette die haven ookalweer zo?
Tot zover blunder één.
Muurvast, m'n eerste keer. Aan lagerwal, dus lappen omlaag en motor aan. Niks hoor. Bomen met de pikhaak biedt ook geen soelaas. We liggen precies waar de waterplanten beginnen, of in elk geval aan de oppervlakte komen, op een keiharde zandbank die niet meegeeft. De schroef draait nog, dus het is niet héél erg met de plantjes daar, het ligt echt aan de zandbank dat we zo vast liggen.
Om ons heen kijkend blijkt dat het andere jachtje doodleuk óók vastligt, maar die had al direct een platbodem bij zich, die hem in een aantal pogingen los wist te trekken. De platbodem ziet ons echter niet in hetzelfde schuitje zitten, of vindt één sleepje geven wel voldoende. Ik geef ze geen ongelijk. Het overige verkeer vaart zonder kijken langs. Het is druk zat, we kunnen de boeien zowat aanraken, maar wij liggen vast en even verderop vaart iedereen vrolijk langs.
Met een flinke zwaai gooi ik m'n anker dan maar zo ver mogelijk richting vaargeul, om te voorkomen dat we door wind en golven verder de zandbank op gezet worden. En nu? Hebben we in elk geval alle tijd.
Ondertussen denk ik tja... nu ziet helemaal niemand meer dat we vast liggen, hoogstens nog aan het erg haastig gestreken (niet opgeruimde) grootzeil. Denken ze dat we lekker even het anker uitgegooid hebben daar....
Op het blokkanaal vraag ik of iemand me een sleepje kan geven, waarna ik door de IJsselmeerpost onmiddellijk van het kanaal gejaagd word. Als ik hulp wil moet ik maar naar 16, zeggen ze. Tja, maar andere schepen luisteren op 1, en dual watch is zo goed als verboden in ATIS-gebied, dus natuurlijk geen hond in de buurt die 16 uitluistert, behalve kustwacht/KNRM en professionele bergers. Béétje overdreven, voor een simpel vastlopertje op een prachtige zomerdag. Achteraf besef ik pas dat 1 een duplex kanaal is, dus dat andere boten mij waarschijnlijk helemaal niet konden horen, ook niet op 1, tenzij de IJsselmeerpost een actief relais heeft.
Voila, blunder twéé.
Vervolgens bedenk ik me dat ik weliswaar 1.50 diep steek, maar dat gezien de waterplanten eigenlijk maar weinig mensen me kunnen helpen zonder zelf risico's te nemen om verstrikt te raken of vast te lopen. Gespecialiseerde RIBs wel, maar verder... Af en toe wuif ik enigszins vertwijfeld naar een niet zo diep maar wel krachtig uitziend motorbootje, terwijl ik Marina Muiderzand bel voor suggesties. Die verwijzen me naar de lokale jachtservice, maar die hebben alleen een 4pk RIBje beschikbaar. Dat gaat 'm niet worden, als m'n eigen 7,5pk er al geen millimeter beweging in krijgen. Net als ik die conclusie trek, nog aan de telefoon met de jachtservice, draait een jacht uit Muiderzand onze kant op. Eigenlijk wuifde ik naar het motorbootje ernaast, maar okay...
Tot m'n schrik wil het jacht me in eerste instantie van lij benaderen, en vaart dus met haar vrolijke crew van alle leeftijden in een grote boog, voor mijn gevoel zó die zandbank op. Terwijl ik driftig gebaar dat hij beter langs de vaargeulkant kan, vaart hij vol zelfvertrouwen vlak langs het randje van de zandbank (met wat moeite te zien aan de waterplanten) probleemloos naar me toe. Oké... óf hij heeft heel veel geluk, óf hij kent z'n vaarwater precies. We houden het maar op het laatste.
Ik haal het anker binnen, waar natuurlijk een flinke kluit waterplanten aan hangt. Even drogen aan dek dan maar, die waterplanten pluk ik er straks wel uit, en dan ook de modder even afspoelen voordat ik 'm opberg. De behulpzame schipper vaart dichtbij voor kort overleg. Ik geef aan dat ik hoop dat hij niet óók vast komt te zitten. Hij wil me achterwaarts de bank af slepen, in de richting waar ik vandaan gekomen was. Prima. Ik maak een lange lijn klaar aan de achterkikker, maar voor ik daarmee klaar ben gooit hij al een hoopje opgeschoten landvast bij mij aan boord. Die maak ik vast en hij geeft gas. De lijn zie ik langzaam van boord glippen en plons! Hij sleept een losse lijn achter zich aan... en ik kijk beteuterd naar een werkeloos hoopje landvast bij mij aan boord. De behulpzame schipper bleek dus
twee lijnen overgegooid te hebben, en ze zaten NIET aan elkaar vast
Oke, poging twee... nu met de
tweede lijn vast aan mijn BB achterkikker... een flinke ruk, even wat beweging en daarna ondanks twee motoren volgas... weer muurvast. Ik gooi 'm los, hij vaart nog een rondje, we overleggen "wat nu?" en hij besluit het gewoon nog een keer te proberen. Vol vertrouwen in mijn Zweeds-degelijke rompje neem ik wéér niet de tijd om een spruit te zetten. Weer een harde ruk, licht kreunende geluiden en opeens vaar ik een knoop of vier achteruit met grote ogen en twee handen aan de helmstok

maar we zijn los!!
Met hartelijke dank aan onze redders gooi ik de lijnen aan boord van het andere jacht en we varen de vaargeul in. Als "subtiele hint" tref ik de IJsselmeerkaart opeens in de kuip aan

Met het schaamrood op de kaken dubbelcheck ik een keer of drie bij welke ton het nu écht veilig is om de geul te verlaten en koers te zetten naar het noorden. Fluitend zet ik één voor één weer alle zeilen bij, nog altijd in de drukke vaargeul, en de wind trekt nog een beetje aan ook. Op een lekkere reach koers maken we een tikje helling en véél snelheid. Het leven is moo...
Opeens hoor ik een geraas. Bonk, schraap, PLONS! RRRRrrrrrr.....
Vanuit de kajuit, waar mijn vriendin inmiddels een broodnodige versterking van de inwendige mens aan het voorbereiden is, klinkt droog "Dat klinkt niet goed."
Blunder drie ! Het anker opgeruimd noch vastgezet. Ik anker zelden, dus geen routine...
Gelukkig staat de stuurautomaat erop. Terwijl ik de ankerketting overboord hoor ratelen, die zichzelf ook prima uit de gesloten ankerbak weet te trekken, ben ik in drie grote stappen op het voordek. Precies op het moment dat ik het laatste stukje van de 10 meter voorloopketting overboord zie gaan, grijp ik de ankerlijn. Het anker heeft gelukkig nog geen bodem gevonden, zo middenin de vaargeul, want we lopen een knoop of zes.
Snel haal ik wat lijn binnen, wat met die kluit waterplanten aan het anker nog vies tegenvalt bij die snelheid. De ketting loopt daarbij trouwens lelijk strak langs de romp en als ik eenmaal minder ankerketting overboord heb dan de waterdiepte, en dus weer even adem durf te halen, bedenk ik dat ik het anker zelf op deze manier toch niet zonder krassen weer aan boord krijg. Daarom zet ik de ketting alsnog even vast om een kikker. Het anker aldus onder water achter de boot meesleurend, zoek ik rustig even ruimte om op te loeven en stil te gaan liggen, terwijl ik mijn vriendin - die ondertussen doorgegaan was met lunch bereiden alsof er niets aan de hand was - even bijpraat.
Met half klapperende zeilen en een gangetje van een knoopje of anderhalf om iets roerdruk te houden (wat me wel zo veilig leek middenin een drukke vaargeul), is het opeens een koud kunstje om het anker volledig vrij van de romp binnen te halen. Pffft. Nou, de modder is er in elk geval af...
Omdat een ezel zich geen twee keer aan dezelfde steen stoot, ditmaal het zaakje goed vastgezet en aan de lunch gegaan.
Ik heb zó veel geleerd die dag...