Ik ben blij met dit zinvolle topic (niet ironisch bedoeld!).
Voor mijn restauratieprojectje, de poon, ben ik in onderhandeling met enkele leveranciers en mijn opdrachtgever.
De uitgangspunten:
Plompe houten klomp, lengte 11 meter, gewicht een ton of 12, thuishaven Antwerpen.
De vorige motor was een yanmar, 65 pk.
Er is nog geen definitieve keus gemaakt, maar er zijn wel duidelijke plus- en minpunten om rekening mee te houden.
Minpunten zijn:
-1. permanente magneten.
-2. hoge toerentallen dus reductienoodzaak.
-3. koolborstels.
-4. slechte vormgeving/constructie.
-5. luchtkoeling.
Pluspunten zijn:
-4. eenvoudige en robuuste bouw.
-5. lage toerentallen.
-6. bewezen betrouwbaarheid en lange levensduur.
Toelichting:
1. Ondanks allerlei voordelen van motoren met permanente magneten zal ik er niet gauw voor kiezen. In mijn persoonlijke ervaringen heb ik problemen gehad met motoren en dynamo’s met permanente magneten.
Bijvoorbeeld: een pomp waarin een magneet los was geraakt (meestal worden ze vastgelijmd met een soort secondelijm, al dan niet gesteund door een nokje of lipje). De magneet blokkeerde de hele motor en was ondanks verwoede pogingen niet meer op zijn plek te krijgen. Dus exit pomp.
Ander voorbeeld: in een hermetisch gesloten dynamo (bedoeld voor een explosiegevoelige omgeving) verloren de permanente magneten langzamerhand hun magnetisme, gedurende een jaar of 10. De stroomproductie ging navenant omlaag tot nul.
Een andere pompmotor kreeg ook problemen, bij langdurig zwaar werken werd de motor flink heet waarbij de magneten hun magnetisme grotendeels definitief verloren. Ook exit pomp.
Maar ook kleine motortjes met permanente magneten tonen hun beperkte levensduur: die in mijn accuboormasjientjes verliezen hun fut na een jaar of 5, ook als de accu’s nog goed zijn.
2. Reducties dienen bij voorkeur vermeden te worden. Of het nu met tandwielen of met riemen gaat, ze geven verlies, geluid, slijtage en grotere faalkans. Zeker als het om krap berekende chinese tandwielen en lagers gaat.
3. Koolborstels zijn storingsgevoelig en dienen gemeden te worden.
4. Eén van de (Nederlandse) aanbieders levert leuke, lichte en ogenschijnlijk aantrekkelijke motortjes met een aangebouwd tandwielkastje, van chinees fabrikaat. Echter, de vormgeving van de aluminium gespuitgiete behuizing is in mijn ogen heel fragiel en kwetsbaar voor breuk. En breuk betekent: einde voortstuwing.
5. Luchtkoeling is voor mij een no-go i.v.m. vuilophoping (en dus brandgevaar?) en/of waterindringing.
De praktijkbenadering:
Voor de poon verwacht ik op kruissnelheid (ongeveer 9 tot 10 km/uur, wat een redelijke snelheid is voor zo’n zware klomp) een continue vermogen nodig te hebben van ongeveer 10 pk. Dit is gebaseerd op ervaringsgestuurd natte-vingerwerk, dat wordt bevestigd door het verbruik van de oude diesel (2 liter per uur bij normaal varen).
Ik bouw een veiligheidsmarge in en ga uit van 10 kW continue, met een piek/reserve van 30 kW kortstondig.
Toerentallen van boven de 1000 rpm zijn niet acceptabel. Liefst nog lager, 700?.
De motor moet goed waterdicht zijn (waarmee luchtkoeling automatisch afvalt) en eenvoudig, met zo weinig mogelijk kwetsbare onderdelen.
Zo kwam ik in contact met Green Marine motors in Zaandam. Zij gebruiken eenvoudige, robuuste asynchroonmotoren waaraan eigenlijk bijna niks kapot kan gaan. Twee standaard kogellagers en een standaard asafdichting, geen koolborstels, geen magneten, geen tandwielen enz. Waterdicht, stofdicht, hufterproof, stil. Kijk, daar hou ik van.
Veel van deze motoren draaien in amsterdamse rondvaartboten en andere beroepsvaartuigen, dus met de praktijkervaring zit het ook wel goed.
De motoren zijn watergekoeld, wat ik wil uitvoeren met een gesloten systeem met een heel klein bronzen warmtewisselaartje dat buiten op de huid gemonteerd wordt. De koelcapaciteit mag klein zijn, want de warmteontwikkeling in de motor is ook klein, heel veel lager dan bij een diesel.
Achter de motor komt een standaard homokineet met stuwdruklager.
De benodigde accucapaciteit is wel een puntje.
Thuishaven Antwerpen. Stel, de boot gaat naar Oostende om te pronk te liggen bij een evenement. Dat is een pittig eind varen over pittig stromend water met heel weinig mogelijkheid voor tussenstops om bij te laden.
Dat vereist een tamelijk enorm accupakket, wat tamelijk enorm prijzig is.
Vandaar ons idee: een accucapaciteit voor 3 uren normaal varen, gecombineerd met een dieselgeneratorsetje dat permanent 10 kW (12 kVA) kan leveren, voldoende om de kruissnelheid zeer langdurig aan te houden.
Zo’n generatorsetje is relatief klein, goedkoop, stil en makkelijk in een hoekje weg te bouwen.
Qua berekening wil ik uitgaan van een fatsoenlijke schroef en van daaruit naar voren werken. Dat houdt in: een keuze voor een relatief grote schroef (i.v.m. de eigenschappen van dit schip) en een relatief laag toerental. Het daarmee samenhangend benodigd koppel bepaalt dan de best passende motor, rekening houdend met het rendement.
Ik heb dit allemaal voorgelegd aan mijn opdrachtgever en ben benieuwd wat hij gaat kiezen. Hij denkt er al een jaar over...