beewee schrijft:Maar de ene kiel is de andere niet, een hele korte en diepe bulbkiel vraagt om een veel stabielere bevestiging (gerelateerd aan de lengte van de kiel) dan een langere, ondiepere kiel. Daar zal dan dus ook een omrekenfactor voor moeten worden gehanteerd. Erik de Jong weet daar vast wel wat op.
Maar om de kwaliteit van een boot nu op te hangen aan de kielbouten?
De berekeningsmethode is heel erg simpel.
Je draaid je boot op papier 90 graden en maakt dan je reactie krachten tekening.
Je kiel heeft een gewichtszwaartepunt en dat punt heeft een afstand tot het vlak van de romp. Deze afstand vermenigvuldig je met het gewicht van de kiel. Dit getal deel je door de (gemiddelde) onderlinge, dwarsscheepse bout afstand. en dan weet je wat een rij met bouten te houden heeft. Deel dit door het aantal bouten aan een (1) zijde (bouten op hartschip mag je niet meenemen in je dwarsscheepse sterkte beschouwing).
Op die manier weetje wat een kielbout statisch te houden heeft. Vervolgens vermenigvuldigen we dit met 6 om de dynamische krachten en de veiligheidsfactor in te bouwen. De kiel is het enige onderdeel aan een zeiljacht dat CE technisch gezien verplicht een factor 6 heeft, de meeste onderdelen hebben slechts factor 2 of 3.
het probleem zit hem niet in de kielbouten, maar in het laminaat er om heen. De huid van een boot is nooit stijfgenoeg om een dergelijk buigend moment op te vangen. Deze krachten moeten dus afgeleid worden naar de vrangen en andere stijve constructie delen. Verreweg de beste methode om dit te doen is langere kielbouten en deze dwars door de vrangen heen te laten gaan. Het aantal vrangen boven de kiel zou eigenlijk gelijk moeten zijn aan het aantal sets met bouten.
Boten waarbij de kielbouten door het vlak heen gaan en naast de vrangen zitten zouden als "minder goede kwaliteit" beschouwd kunnen worden. Maar dat is weer een slechte waarnemening omdat je de dikte en de samenstelling van het laminaat niet kent.
De kwaliteit van een boot is maar een ding: Hoe sterk is deze gebouwd en hoe lang gaat het allemaal mee. De rest is alleen maar karaktereigenschappen en kunnen dus afgedaan worden als emotie.
Je kunt een vezelversterkte kunstof boot op vele manieren bouwen en er zijn goede, minder goede en slechte methode. De methode van kiel bouten door het vlak is een minder goede, door de vrangen is een goede. Ik kan hier een hele lijst gaan maken van alles wat je "goed" en "fout" kunt doen tijdens de (serie) bouw van een boot, maar die lijst zou minimaal 15 pagina's gaan vullen en het meeste is niet te controleren omdat het binnen in het laminaat zit en dus alleen nog maar met een zaag beoordeeld kan worden.
Een discussie houden over de kwaliteit van een boot is dus vrij zinloos want zolang je de laminaat schema's niet hebt is er niets te vergelijken, dat blijkt ook wel want de meningen zijn nog geen milimeter dichter bij elkaar gekomen ondanks dat we al op pagina 17 zitten.
@ Steef, je voreg om feiten, zoals ik in een van mijn eerste posts in dit topic schreef: drie koppels in mijn kennissen kring zeil(d)en in een Bavria en dan voornamelijk lange afstanden. Alle drie serieuse structurele problemen met kiel, roer en puttingen. Dan spreek ik van een slechte kwaliteit. Ik ken meer mensen die met een Jeaneau en Beneteau offshore varen, maar geen van die boten heeft problemen van ook maar enige soort. In een extreem geval zeggen we dan dat heeft een 0 tegen 100% ratio, dat is een feit. verder zijn er veel "bewijzen" van kiel problemen bij Bavaria, ik ken die bewijzen van andere werven niet. Behalve dan van de Maxfun 35, maar dat probleem is opgelost. Daar zat het in de constructie van de stalen kielvin, en voor zover ik weet heeft een rechter de werf verplicht gesteld om een nieuwe kiel voor iedere boot te leveren.
gr
Erik
EDIT: no offense to anyone: de oceaan oversteken met de wind en de stroom mee is "peanuts" voor een boot, met windje 6 op het IJsselmeer krijgt een boot het technisch gezien veel meer op zijn donder.