Eindelijk is het dan zo ver, het volgende hoofdstuk van de boot. Ze is klaar voor de Atlantische oversteek. Het is nog vroeg in het voorjaar en mijn vader en ik gaan het samen doen. We willen ten noorden van Schotland langs om op die manier ver noordelijk te varen. Het idee is dat de depressies ten zuiden van ons langs zullen trekken en dat we dan meer kans hebben op oostelijke winden in plaats van de dominante westen winden op de Noord Atlantic.
Zo gezegd zo gedaan. We vertrekken uit Den Oever met licht weer, gemiddeld halen we de 4 knopen nog niet door alle lichte winden en voor een stukje moet zelfs de motor er even bij. De dagen zijn zonnig en we kunnen soms zelfs in t-shirtje buiten zitten en een boeklezen. We maken een stop in Kirkwal op de Orkneys.
Dan gaan we door, we willen in 1 ruk naar Halifax, mijn nieuwe thuis, dat is ongeveer 2400 mijl en ik hoop het in minder dan 3 weken te kunnen. Gedetaileerde weerberichten hebben we geen toegang toe onderweg, het beste wat we hebben is de Navtex. Het vertrek is mooi, lekker lopend windje en de eerste dag tikken we bijna 200 mijl weg, dat gaat lekker! De tweede dag komt de eerste depressie over, begint lekker met windje 8 op de neus.
De wind draait behoorlijk snel van richting dus de golfslag is erg onprettig en het is een natte bedoening.
Na iedere depressie komt de zon er weer even door en hebben we enkele uren rustig weer.
De depressies blijven elkaar opvolgen en we krijgen er in totaal 9, gemiddeld eentje om de dag. Allemaal hebben ze windkracht 7 of meer en 8 daarvan gingen niet ten zuiden van ons langs en gaven dus tegenwind. Zover ons plan
Na 14 dagen op zee zien we opeens een stuk meer leven in de zee in de vorm van vogels en walvissen, op de horizon zien we ook enkele grote ijsbergen. We zijn op de Grand Banks aangekomen, morgen zouden we Newfoundland moeten kunnen zien.
Cape Race is het meest zuid oostelijke stukje land van Newfoundland, rond de koffie in de morgen kunnen we het zien liggen. Met een lekker lopend windje en 2 knopen stroom meer spoelen we de kaap voorbij en voor we het weten is het alweer uit het zicht en achter ons.
Het water word nu met de dag warmer en het weer is relatief rustig die laatste paar dagen.
Een van de spinnaker vallen zit vast in de top van de mast omdat een blok gedraaid is. Hierdoor gaat de boel schavielen en dat kan me een spival kosten. Het is rustig dus ik ga proberen naar de top van de mast te komen. De boot rolt wat heen en weer op de deining. Ik trek de stagfok hard aan in het midden en het grootzeil word ook zo strak als een plank getrokken. Dit maakt het rollen aanzienlijk minder. Het valt niet mee, maar ik kom boven. Wel regelmatig een flinke klap tegen de mast door het rollen, wat gaat dat hard zeg daar bovenin de mast. Het schuimenzwemvest wat ik aangetrokken heb is gen overbodige luxe.
De dag voor aankomst komen er nog een paar felle buien over met harde wind en soms zelfs hagel. Het is ook nog maar Mei en de zomer is nog niet echt begonnen hier.
De dag voor aankomst is het rustig weer en de motor gaat aan. Na een poosje is er geen voorstuwing meer. Na nadere inspectie bleek een keerring van de hydraulische keerkoppeling eruit gelopen te zijn. De keerkoppeling moet er uit om dat te kunnen verhelpen. Met de grootzeilval til ik het achter einde van de motor op, de achterste steunen zitten aan de keerkoppeling, dus de motor moet opgetild worden om de kk eruit te krijgen. Het lukt, na een uurtje zit de keerring weer op zijn plek. Het is een tijdelijke oplossing, het huis waar de keerring in zit is iets te groot en de ring zit er behoorlijk losjes in. Met loctite heb ik het vastgelijmd hopende dat ik er mee de haven van Halifax binnen kan motoren. Tot die tijd drijven we 16 uur in het zicht van de haven zonder een zuchtje wind. De motor wil ik niet gebruiken tot het echt nodig is.
En dan, na slechts 19 en een halve dag liggen we in Halifax, Bagheera's nieuwe thuishaven.