De grootschoot overloop komt op de 'brug' te zitten zodat de schot zichzelf niet aan trekt als je de overloop laat vieren, het dek loopt immers rond. Aan het beide einden van de brug komen drie schijven te zitten, een voor de overloop bedieningslijn, een voor de bakstagen en een voor de spischoot. Op die manier kunnen ze makkelijk de overloop kruizen zonder dat ze elkaar in de weg zitten.
Trap treden worden op het schot gelast zodat je wat makkelijker de zeer diepe berging binnen kunt komen.
De putting voor de kotterstag zit op zijn plek, de preekstoel is een gift van een bevriende RVS bewerker die deze gemaakt had voor een Truly classic 65 maar die uiteindelijk niet afgenomen was. Ik moest de voorste beugels vervangen, maar de rest werkte perfect voor Bagheera. Scheelt weer een paar dagen werk. Ook het RVS ankerbeslag is klaar en afgewerkt.
Binnen hebben we een koelvlak gemaakt. Een stukje dubbelwandige huid met een afstand van slechts 1cm. Daar loopt de koelvloeistof van de motor doorheen en word zo gekoeld.
De fundatie voor het stuwdruklager is klaar en word na schilderen luchtdicht afgewerkt zo dat je binnen minder motor geluid hebt en ook minder diesel geurtjes. Eronder zit een opvangbak vor lekwater uit de schroefas vandaan. Op die manier blijft het geconcentreerd op 1 kleine plek en is het makkelijk droog/schoon te maken.
Het gat maken waar de schroefas doorheen moest was nog wel een beetje een puzzeltje, maar ook dat is uiteindelijk helemaal goed gekomen. Rondom aflassen van de dikwandige stalen pijp. Daarin komt later een polyester binnen koker in te zitten die op zijn plek gehouden word met een rubberen balg aan ieder eind. De ruimte tussen de twee schroefaskokers zit vol geperst met vet zodat er geen water in kan komen en ook geen roest.
De ramen in de romp, 4 stuks in totaal, zijn breder als en spant afstand. Ik haal dus een stukje spant weg en vang het afgezaagde spant af met een stuk staal profiel wat afgesteund word naar de spanten aan iedere kant. Net rechts van het raam kun je zien hoe de putting van het hoofdwant in het casco gelast is.
Zo ziet het roer er van dichtbij uit. De scheg gaat tot halve hoogte van het roer en de roerkoning loopt door tot aan de hak van de scheg. Daar zit nog een extra lager. De onderkant van de scheg bestaat uit een zeer dikke plaat die je met twee bouten en twee paspennen van de bodem af kunt halen. Dan kan het roer naar beneden zakken. De hele zijwaardse belasting van het roer word door de scheg overgebracht aan de romp. De roerkoning hoeft dus alleen maar de torsie op te vangen van het draaien van het roer en kan daardoor veel lichter uitgevoerd worden. Het onderste deel van het rooer steekt een eind voor de roerkoning uit en werkt dus als balans deel. Het onderste deel van het roer is veel lichter gemaakt dan de rest van het roer. Als je een stuk ijs of een rots meepakt met het roer, dan kruekelt de onderste helft van het roer op, maar blijft de rest nog steeds bruikbaar.
De stuurkuip krijgt handgrepen in de zijkant voor houvast en om een lifeline aan vast te maken.
De motorsteun van de motor word aangepast zodat er een extra dynamo op de motor kan worden geplaatst.
De 4 patrijspoorten die open kunnen komen erin.
Dit is een mooie fase, veel zichtwerk en alles valt op zijn plek. Ook een fase waar je aan alles moet denken.