Ik heb me bij mijn beide vorige schepen beziggehouden met herstructurering van het elektra, dus mijn keuzes zijn meestal wel erg bewust genomen

Een schakelpaneel dient volgens mij twee doelen: centrale zekeringenkast en bedieningsgemak. Omdat dit zelf wel weer een onderdeel is dat storing op kan leveren ga ik eerst de apparaten bekijken die ik zonder tussenkomst van het paneel werkend wil hebben.
Dat zijn er IMHO 2: de motor en de marifoon. Zelfs al fikt het hele kastje uit, dan nog wil ik de motor kunnen starten en een noodsignaal uitzenden. Gescheiden circuits dus; voor de motor is dat vaak al het geval. Marifoon moet dan natuurlijk wel zelf gezekerd zijn, rechtstreeks vanaf de (start?)accu. Optioneel de wind/diepte/log via dezelfde route, eigen hoofdschakelaar.
Dan ga ik groepen maken. Eerste vereiste: correcte navigatieverlichting. Idealiter maak ik daarvoor niet 3 losse switches (anker, boeg/hek, stoom) maar een keuzeschakelaar met vier standen (Uit, Anker, Motor, Zeil). Nooit meer vergissingen (ankerlicht per ongeluk laten branden bv), ik snap niet dat dit niet vaker gebruikt wordt.
Als de navigatie-instrumenten via het paneel moeten lopen doe ik ze allemaal op de volgende groep. Eventueel GPS op een losse, dan heb je altijd een backup (groep 1 uit, dan GPS nog, groep 2 uit, dan altijd nog wind/log/diepte).
Ik hou ervan als de binnenverlichting zoveel mogelijk op 1 hoofdschakelaar zit. Even rekenen of dat mag qua zekering, maar lichtbronnen hebben toch al vaak hun eigen schakelaar. Optie: 1 lampje (bv boven navigatiehoek) aan de GPS-groep hangen. Valt je licht uit, heb je die van de GPS nog.
Voor de rest: elk apparaat dat geschakeld moet kunnen worden maar geen eigen schakelaar heeft, komt op een eigen groep. Koelkast, radio, waterpomp, bilgepomp, dat soort dingen. Een storing in deze groepen is vervelend maar niet extreem onhandig.