Delphi32 schreef :
1.3m bij LAT... ik wist hoeveel rijzing er ongeveer moest zijn toen we er aankwamen, dus een kwestie van rekenen tot ik een plekje had waar minimaal 1.8m zou blijven staan.
Inderdaad, als je de locale cijfers kent is het een kwestie van rekenen. Als je de HP33 bij de hand hebt is zelfs dat niet nodig, want dan heb je de uurstanden van Harlingen.
Het engste was de kentering van het tij in combinatie met de gasleiding die iets verderop lag. Dus rond 1 uur 's nachts extra dwarspeilingen gemaakt en om 6 uur 's ochtends ook; ging allemaal prima.
De stroom op die plek loopt waarschijnlijk niet heel erg hard. Anders zou het er wel dieper zijn.
Ik wordt steeds roekelozer in die dingen. Afgelopen vrijdag op zaterdag lag ik voor anker voor de haven van Sint Annaland, na eerder droog te hebben gestaan langs de Krabbenkreek. Het was er nogal druk. Alle moorings bezet en daarnaast nog een kleine tien ankeraars. Waaronder een platbodem van een meter of 7 - 8 (zeeschouw, als ik me niet vergis). Die zeeschouw lag er toen het nog licht was al een beetje vreemd bij. Dwars op de stroom en de wind. Beiden (wind was ernauwelijks, overigens) stonden op dat moment min of meer in dezelfde richting.
's Morgens om vijf uur (nog donker, ik was er tegen mijn gewoonte in bij de kentering niet uitgegaan) werd ik wakker van wat onduidelijk gerommel bij de boeg. Als ik aan dek kom blijkt die zeeschouw dwars voor mijn boeg te liggen, terwijl de schipper met inspanning van al zijn krachten zijn staal probeert vrij te houden van mijn polyester. Daarbij geholpen door mijn ankerlijn, die naar voren stond en als een soort eerste vangnet werkte. De schouw begint echter zijdelings weg te schuiven naar bakboord en dreigt met zijn boegspriet door mijn verstaging te vegen. Met veel moeite weet ik het uitsteeksel voorbij het hoofdwant te krijgen, maar ben te laat om te voorkomen dat het ding een staaldraad achterop, die mijn zonnepaneel-portaaltje aftuidt, een veeg geeft. Daarna zijn we vrij van elkaar en de schouw drijft, op het nu opkomende tij, verder. Aan boord roept iemand dat de motor moet worden gestart. Dat gebeurt een paar seconden later inderdaad, maar het lijkt wel of de motor meteen weer afslaat. Gelukkig mist de boot andere benedenstrooms van mij liggen boten. Hij drijft stuurloos en nog steeds dwars op wind en stroom liggend de nacht in, op weg naar Flipland.
Toen z'n lichtjes al een kleine mijl van me verwijderd waren leek ie nog steeds stuurloos voort te drijven.
Ik ben maar weer naar bed gegaan, maar van slapen kwam niet veel meer.
's ochtends bleek dat één de sceptervoeten aan één kant omhoog was getrokken: de schroef was er ongeveer een halve cm uit gekomen. Kon overigens gewoon weer worden aangedraaid. De tuidraad van het portaal achterop stond een stuk slapper dan daarvoor, maar bleef na opnieuw aanspannen op spanning.
Eén van de meer merkwaardige gebeurtenissen van de laatste jaren, wat mijn varend leven betreft..
--
stegman