Over verplassen:
Mijn vooroordeel over dieselrijden is ontstaan bij mijn eerste zakenauto. Het was 1980, mijn examen jaar, en ik ging voor mijn eerste baantje solliciteren in drie-delig pak. Ik reed naar dat kantoor in Uchelen met de auto van mijn Pa, een heerlijke Toyota Celica, die ik pontificaal voor de deur van het kantoorgebouw parkeerde. Dat kon niemand missen. Het was nog paar maanden afstuderen alvorens ik in mijn HTS diploma zou kunnen behalen.
De directiekamer lag helemaal achterin het kantoor en op de weg daar naar toe werd ik al gekeurd door de diverse dames op de werkplekken ter linker en rechterzijde van de gang. Pas later hoorde ik dat de dames ook in het complot zaten en ik de enige sollicitant was die, ondanks de zenuwen, toch alle dames vriendelijk had toegeknikt.
In de derde ronde werd ik de gelukkige maar wel onder voorwaarde dat het diploma behaald was. De echte reden daarvoor kwam ik pas veel later achter. Voor zo’n snotneus als ik was een Ing. titel voor de naam (wie gebruikt dat nog tegenwoordig?) essentieel om mijn werkgever met voldoende gezag te kunnen vertegenwoordigen. Vonden ze.
Bij de baan hoorde ook een auto van de zaak want ik zou veel moeten gaan rijden om de ca. 50 franchisenemers, hun opdrachtgevers en hun klanten in met name de sociale woningbouw te adviseren in de technische mogelijkheden voor het besparen van energie. Want volgens het rapport van de Club van Rome was de energiecrisis nabij.
Het werd een spiksplinternieuwe Peugeot 305 diesel en daar was ik, alhoewel korte tijd, apetrots op. Tot dan hadden mijn eigen zoveeldehandse vehicles een dagwaarde variërend van 300 tot 600 gulden gehad. Die kon ik rijden dankzij krantenwijken en een weekend baantje als pompbediende. Dat laatste trouwens bij een pompstation behorend bij de NSU garage in Hilversum. Dus ook vele NSU klantjes aan de pomp, alwaar ik, om nog enigszins on-topic te blijven, tegen een geringe meerprijs een scheutje
”bovensmering” aan de benzine kon toevoegen.
Geen idee waar dat additief goed voor was.
Na een inwerkperiode van een half jaar aan het handje van de technisch directeur, werd ik in het diepe gegooid. Veel rijden werd wel echt een beetje veel, 100K km. en meer op jaar basis. De Peugeot ontpopte zich als een soort van tractor. Nee, dan waren mijn eigen oude beestjes nog prettiger te berijden. De hoogste baas, bij wie ik gesolliciteerd had, liet zich met chauffeur rondrijden in een dikke zwevende Amerikaan, mijn baas in een Mercedes model taxi. Ook een diesel. Weliswaar reed dat wel iets prettiger dan de Peugeot, maar mijn tractor fobie wilde ook in die auto maar niet verdwijnen.
Waar zo’n diesel kennelijk niet tegen kon was met koude motor full-speed de weg op. Niet ver van mijn ouderlijk huis (ja, woonde nog bij Pa en Ma) gaf de Peugeot ter hoogte van de Witte Bergen op de A1 de geest.
Eindelijk was ik van die tractor verlost. Er kwam een BMW benzine voor in de plaats. Elke 2 jaar een nieuwe. Ook bij mijn volgende werkgever wisselde de steeds dikker wordende Duitsers elkaar af, BMW, Opel, Audi, Mercedes, alles benzine, voor mij geen diesel meer.
Mercedessen E-model bevielen mij het beste en ondanks de -goedaardige- pesterijen van collega’s, waren het heerlijk zoevende, veilige en chique zakenauto’s. Vond ik. Toen ik eens op mijn vijftigste verjaardag ‘s-morgenvroeg in de auto wilde stappen, hadden een stelletje onverlaten er in de nacht een taxi bordje op gezet.
Uiteraard wilde ik hen de lol niet ontnemen en ben met bordje en al naar kantoor gereden.
Langzamerhand liet zich het managementteam in twee kampen verdelen, die van de Mercedes rijders en die van de Audi rijders.
Mijn weerstand tegen diesel begon wel wat deuken op te lopen. De dieselervaring uit mijn jeugd zat diep maar ik kon ook niet meer ontkennen dat de moderne dieselmotoren niet meer te vergelijken waren met die tractors uit het verleden.
Of het nou kwam omdat mijn voiture nog steevast als aannemersbak werd gekwalificeerd of dat ik hardcore van mijn dieselfobie wilde afkomen weet ik niet meer Op zeker moment vond ik mij terug in een Audi A6 met dikke diesel.
En verdomd, dat hielp. Een geweldenaar en heel fijne auto die de Mercedes al snel deed vergeten.
Inderdaad, die moderne diesels staan hun mannetje en die diesel nadelen uit het verleden zijn compleet verdwenen.
Nou tot zover dan maar het verplassen, want dat lukt niet meer als je ouder wordt. Van mijn eega mag de bril ook al niet meer omhoog en moet ik het zittend doen.
Nee, verplassen is wel verleden tijd