Te vroeg
Het is nog maar eind maart als we Bagheera klaar hebben om vanuit Halifax richtig Groenland te vertrekken. Er ligt nog heel erg veel ijs, zowel voor de kust van Groenland als de gehele Canadese kust. Die laatste ligt zo dicht dat alleen een serieuze ijsbreker er doorheen kan. Ik heb drie opstappers aan boord om de boot naar Groenland te brengen. Een Canadese piloot, een Amerikaanse vrouw welke van South Carolina naar Spanje wil zonder gebruik te maken van vliegtuigen en een zeiler uit Zweden. Een lekker gemixt gezelschap.
Het weer is, in mijn optiek, fantastisch, we hebben weinig wind en heldere luchten als we vertrekken wat betekend dat we een beetje nachtvorst hebben in de vroege ochtenden. De tweede dag varen we langs de kust van Cape Bretton Island en gaan de oversteek naar Newfoundland beginnen, de wind neemt toe en in de nacht hebben we halve wind komende van het land met een knoop of 30-35, ofwel rond de 7-8 Beaufort. Het water is verbazingwekkend vlak en de boot huppelt super blij voort met een snelheid van gemiddeld een knoop of 10 door het water, de stuurautomaat staat er op, de spray van de kleine golfjes die wat buiswater opspatten bevriezen op het voordek en aan de reling hangen lange ijspegels. Ik geniet met volle teugen, dit is zeilen!! Niet iedereen is het daar mee eens. Onze Canadese piloot heeft zelf een 45 voets Hanse in British Columbia en hij droomt van een lange reis als hij over 4-5 jaar met pensioen mag. Om uit te vinden of hij het leuk vind heeft hij een zeetocht van 1400 mijl bij mij aan boord geboekt. Hij is echter heel erg zeeziek, zo erg heb ik het nog nooit gezien, tot het punt van halicuneren aan toe met het verzoek of ik hem de trap op wil helpen zodat hij overboord kan stappen. Het is zo erg dat hij echt dood wil. Ik doe alles wat ik kan om het zo comfortabel mogelijk te maken en iedere 15 minuten dwing ik hem om te drinken, met al dat overgeven is uitdroging het grootste probleem. Het word zo erg dat ik dit als een medische noodsituatie beschouw. We hebben voor al onze reizen een standby dokter en ik besluit te bellen en om advies te vragen. We hangen een half uur aan de telefoon en de dokter vraagt maar raak en laat mij allerlei testen doen. Zij besluit dat een IV nodig is om ernstige uitdroging te voorkomen. Daar moet ik even drie keer voor slikken. Ik heb mijn EMT (Emergency Medical Technician) certificaten en ik heb dit regelmatig geoefend, maar nog nooit op een echt persoon en al helemaal niet op een rollende boot waar je jezelf regelmatig schrap moet zetten. Onze Zweedse vriend heeft wat zeilen betreft ook de tijd van zijn leven en heeft helemaal nergens last van. Hij helpt mij om de arm van onze Canadese vriend goed vast te houden met een extra hand op mijn rug om mij nog wat extra te stabiliseren. Het lukt met de eerste poging, de naald zit op de goede plek en het terugtrek mechanisme om het slangetje in de ader te plaatsen werkt precies zoals het hoort. De patient is zo ver weg dat hij nauwelijks door heeft wat er allemaal gebeurt. We hebben drie zakken met vloeistof welke we over 24 uur moeten verspreiden. We hangen de zak aan het bed boven zijn kooi en het druppelt lekker weg. Als alles gedaan is wat we kunnen doen hebben we nog 70 mijl te gaan voor we achter Cape Race kunnen 'schuilen'. We hebben een flinke stroom mee en we gaan 10 knopen door het water. Nog 8 uur varen en we zouden in rustiger water moeten zijn.
Dat blijkt goed uit te komen, ik vaar zo dicht mogelijk langs de kaap zodat we in de wind/golf schaduw van het land komen en dat plan werkt. Binnen 20 minuten ligt de boot helemaal stil, al gaan we nog steeds 6-7 knopen door het water. De patient doet zijn ogen open en vraagt waar hij is en wat er allemaal gebeurt is. We geven hem text en uitleg en tot mijn volledige verbazing is hij binnen een uur in staat om rechtop te zitten en te eten, drinken en praten. Nog weer 3-4 uur later gaat hij aan dek. We zijn omgeven door ijsbergen op de Grand banks en hij moet en zal ze met eigen ogen zien en poseren voor een foto. Ik heb er zo mijn bedenkingen bij, maar help hem mee om zijn droom te vervullen. Het oorspronkelijke doel was om niet te stoppen in Newfoundland, maar vanuit Nova Scotia direct naar Groenland te varen om de Grand Banks heen om slecht weer, mist en ijsbergen te ontwijken. Voor zijn gezondheid zijn we van de route afgeweken en hij vroeg of we een stop in St.Johns konden maken zodat hij van boord kon. Nu we toch zo dichtbij de kust voeren was dat helemaal geen grote omweg en als ik eerlijk ben wilde ik hem niet aanboord hebben voor de 800 mijl door de Labradorzee. We komen halverwege de ochtend in stralen mooi weer de haven van St john binnen, in overleg met de patient hebben we besloten dat er een medisch team op de kade staat te wachten als we aankomen. Hij word afgevoerd in een Ambulance en gaat naar het lokale ziekenhuis om onderzocht en doorgemeten te worden. Na enkele uren komt hij terug naar de haven, hij scheurt van de honger en wil ons allemaal mee uit eten nemen voor een stevige lunch. We gaan er graag op in. Hij heeft zijn werkgever al opgebeld en kan al 'werkende' terug naar huis vliegen vanuit St John. Bij onze laatste groeten en vaarwel duwt hij een enveloppe in mijn hand met een welgemeende dank je wel. Hij heeft uitgevonden dat zeezeilen niets voor hem is en hij zegt dat ik hem tienduizenden dollars heb bespaard met het reiswaardig maken van zijn eigen boot. Ik neem het geld niet aan en vraag hem om het te doneren aan een goed doel van zijn keuze. Ik vind niet dat ik er recht op heb, ik heb hem niet eens 1/3e van zijn gewenste reis kunnen bieden.
Met 1 opstapper minder gaan we verder. Er liggen zoveel ijsbergen op de Grand Banks, zoveel ijs voor de kust van Labrador en er is zoveel mist dat we eerst 300 mijl direct oostwaarts varen om in open water te komen alvorens we een 90 graden koerswijziging maken om naar Nuuk te varen. Na twee dagen varen krijgen we de eerste depressie over, niet heel intens, maar toch een windje 7-8 uit het westen. De boot loopt heerlijk door en we maken een etmaal van 230 mijl, gaat lekker zo en iedereen heeft het naar zijn (haar) zin. Ik maakte me de meeste zorgen om de passagier welke zonder vliegtuig naar Spanje wilde, maar dat bleek achteraf volledig onterecht te zijn. 8 dagen onderweg komt er weer een depressie, eveneens met windje 7-8. De boot loopt fantastisch en als enige ervaren zeiler vaar ik de boot feitelijk singlehanded. het is middag en de zon schijnt, de boot blijft maar lopen en ik sta onder de vaste buiskap om alles gade te slaan. Opeens hoor ik en hoop gedonder van bakboord komen, ik kijk over mijn schouder en zie een massieve muur van water aankomen en mijn hart lijkt even stil te staan. Ik heb nog net genoeg tijd om de twee opstappers duidelijk te maken dat ze zich schrap moeten zetten en zelf doe ik dat ook. Ik heb de stuurautomaat al een zwengel gegeven om hard af te vallen, maar de golf pakt ons op en breekt bovenop de boot, ik voel de helling toenemen en het word donker onder de vaste buiskap door het massieve water en mijn benen worden nat door het binnenstromende water. Ik hoor een lawine van spullen naar de andere kant van de boot vallen en ik lig op de wand naast me. Ik moet mijn handen schrap zetten tegen het dak van de buiskap en het voelt alsof ik een handstand doe. Slechts enkele seconden later welke minuten lijken te duren komt de boot weer rechtop, ik zie gigantische hoeveelheden water uit het grootzeil vandaan lopen en de boot komt langzaam overeind. Als het tuig weer boven water is zie ik het water van dek af lopen. De stuurautomaat piept en ik druk het alarm weg, de zeilen vangen weer wind en de boot begint weer te lopen. Ik kijk naar beneden om te zien of de twee opstappers in orde zijn, ze staren me aan met grote ogen, niet wetende wat er zojuist gebeurt is. het lawaai is niet van de lucht en ik geef ze een langzame hoofdknik met mijn ogen even dicht, ik zie een zucht van verlichting op hun beide gezichten. Ik ga naar buiten om te kijken of er schade is. De boot loopt door alsof er niets gebeurt is en de stuurautomaat heeft geen krimp meer na dat eerste alarm. We stomen al weer door met 10-11 knopen. Ik kan op het eerste gezicht geen schade vinden, maar ik vervang het stagfok toch voor het stormfok. De boot loopt dan iets langzamer en luistert net wat beter naar het roer.
Na de zeilwissel kom ik binnen en de puinhoop is onbeschrijfelijk. Ik ben uren bezig om de troep op te ruimen, vooral de mix van olijfolie, pasta, suiker, zout, charatcha en andere sausjes is moeilijk schoon te krijgen. Ik ben nog dagen bezig om de gladde olieachtige laag van de vloer te schrobben. Twee dagen later komen we aan in Nuuk, de hoofdstad van Groenland. We gaan heerlijk uit eten met ons drieen en de verhalen komen los. Het is pas op dat moment dat ik me realiseer dat ik niet voldoende mijn taken heb vervult met het geruststellen van mijn twee opstappers. Ze gaven aan dat mijn kalmte ze volledig gerustgesteld heeft op het moment supreme, maar dat ze graag meer hadden willen weten over het hoe en wat, iets waar ik op dat moment helemaal niet aan gedacht heb en waar mijn hoofd ook even geen ruimte voor had met alles wat er gebeurde. Een goed leer momentje.
We zijn 5 dagen eerder in Nuuk aangekomen dan we gepland hadden, dus we hebben nog een leuke tijd samen en nu, 12 jaar later, kan ik zeggen dat we nog steeds goede vrienden zijn.
Ik heb een weekje op mezelf in Groenland als mijn reisgenoten hun eigen weg vervolgen en ik doe allerhande klusjes aan de boot. Het sneeuwt nog regelmatig ondanks dat het al halverwege mei is. Mijn twee volgende klanten staan al snel weer op de steiger. Eentje daarvan ken ik al meer als 25 jaar, we hebben altijd al tegen elkaar gezeild in de kolibri 560, de ander is een Duitser welke ik nog nooit eerder ontmoet heb. Het is gelijk gezellig en we hebben een hoop lol met ons drieen. Voor vertrek uit Nuuk heb ik nog even een telefoon gesprek met het bedrijf in Nova Scotia waar ik voor werk. Een van de projecten waar ik mee bezig was betrof de Louis st Laurant, de grootse en zwaarste ijsbreker die ze in Canada hebben. We hebben wat aanpassingen aan de constructie moeten doen om een flinke sonar scanner te kunnen plaatsen voor het maken van betere navigatie kaarten. Van mijn collega hoorde ik dat ze hun vertrek vanuit Halifax hadden uitgesteld vanwege te veel ijs voor de kust van Groenland. Mijn collega begon even te lachen en vertelde de kapitein dat ik 2 weken eerder al die kant op was vertrokken met een zeilbootje van 15m. Twee dagen na dat gesprek was de Louis onderweg naar Baffin island via de kust van Groenland.
Gedrieen varen we in dagtochten langs de kust omhoog. We zijn nog echt vroeg in het seizoen, het sneeuwt nog regelmatig, op de onbewolkte dagen vriest het nog en de fjorden zijn nog allemaal massief bevroren. Het is lastig om ankerplekjes te vinden want de ondiepe plekken zijn nog helemaal bedekt in ijs. Op een middag komen we aan in en fjord waar ik al meerdere keren geweest ben en wat open lijkt, maar eenmaal dichterbij blijkt er toch een ononderbroken ijslaag van ruim een halve meter dik te liggen. De ankerplaats is zeer zeker niet bereikbaar. Ik vind een rotsrichel achter een eilandje waar het anker houdt. Ik vind het niet optimaal, maar het is rustig weer en we zijn moe, dus we gaan te bed. Slechts enkele uren later word ik wakker door het gezoem van de wind generator, de wind is dus behoorlijk toegenomen. Ik schiet wat kleren aan en ga even buiten kijken. Ik zie dat er 20 knopen wind staat en dat we aan lagerwal liggen, het roer minder als een bootlengte van de rotsen. Ik maak een kop thee en blijf een poosje buiten zitten om de boel aan te kijken, maar ik vertrouw het niet. Na een uurtje zitten besluit ik de bemanning wakker te maken en ze te laten weten dat we gaan vertrekken. Het is nog maar drie uur in de ochtend, maar het is al wel volledig licht, een voordeel van het hoge noorden. De mannen zijn direct wakker en vol energie voor de volgende etappe. Ik trek het anker omhoog en we gaan naar zee, de wind blijft, onaangekondigd, maar aantrekken en met een stormachtige wind van achter varen we langs de Groenlandse kust met een bloedgang naar het noorden.
Onderstaande foto is gemaakt net nadat we de fjord net ten noorden van Nuuk uit geblazen zijn.