Dorstig stemvee.
We liggen in Waterford Ierland en net wanneer ik me ’s avonds met een boek in een hoekje op de bank in de messroom heb genesteld komt Jan, de tweede machinist om de hoek kijken.
‘Albert ga je mee stappen?’
‘Ja waarom niet, wie gaan er nog meer mee?’
‘Alleen Kees en de kanenbraaiër.’
Nu had ik - met de nadruk op hád - door wat sigaretten en drank te smokkelen, genoeg geld om een flinke deur in te trappen maar helaas, we liggen al vier dagen binnen dus wat er nu nog in te trappen valt, is hooguit het deurtje in de boom van Paulus de boskabouter.
Ik vraag: ‘Hebben die twee dan nog wat van die kromme dingen, want ik ben bijna blut.’
‘Ik ook maar als we hutje bij mudje leggen kunnen we wel een paar biertjes kopen’
Kees en de kanenbraaiër komen, in stapkleding, de messroom binnen.
‘Hoeveel hebben jullie nog?’
Het blijkt dat we alle vier de bodem van de schatkist zien doorschemeren, dus stel ik voor om dat wat we hebben op de tafel te leggen en te tellen.
‘Bloody hell, da’s ook niet om over naar huis te schrijven!’
‘Oké, geen whisky’s en zo, we houden het op bier.’
Met algemene stemmen benoem ik mijzelf tot penningmeester en steek alles in mijn zak.
Een kwartiertje lopen brengt ons naar een pub waar ook het “gewone volk” komt.
Ik bestel en betaal vier flesjes Harp Lager .
We drinken niet al te schielijk maar toch zijn de flesjes binnen tien minuten leeg.
Net als ik wil opstaan voor een nieuw rondje, komen er twee mannen binnen met grote papieren rozetten op hun jasje.
De ene schuift door de menigte voor de bar en is uit het zicht.
De ander krijgt ons in het oog, schuift een stoel bij en begint op amicale toon aan een non-stop verhaal waarvan we, door zowel het platte Ierse dialect als het geroezemoes om ons heen, haast geen donder verstaan.
Uiteindelijk krijgen we door dat we te maken hebben met iemand uit de plaatselijke politiek die aan het zieltjes winnen is voor de weet ik veel partij.
Zijn oog valt op de lege flessen, hij staat op, graait ze bijeen en wringt zich door de menigte voor de bar.
Even later is hij alweer terug met vier lager en voor zichzelf een halve paint of bitter.
‘Cheers lads!’
Ik zeg, met mijn beste Ierse accent: ‘Cheers mate!’
Mijn maats mompelen binnensmonds iets en heffen hun fles naar de gulle gever.
Deze zegt met een knipoog terwijl hij op de kleuren van zijn rozet wijst: ‘En weten jullie al op wie jullie gaan stemmen?’
Ik trek een twijfelend gezicht en kijk demonstratief naar de, alweer, bijna lege flesjes.
Hij grijnst en zegt: ‘O no laddie enough is enough . By the way, which part of the town are you from?’
Ik grijns terug en zeg: ‘We are Dutch sailors. Thanks for the beer mate.’
Zijn mond zakt open en even kijkt hij ons stomverbaasd aan, dan begint hij bulderend te lachen en verdwijnt hoofdschuddend tussen de menigte aan de bar.
Albert